Griffiers als motor achter de schermen

VNG Magazine nummer 2, 8 februari 2019 

Auteur: Leo Mudde | Beeld: Henriëtte Guest 

De griffier als motor van de lokale democratie, dat was de ambitieus klinkende ondertitel van de griffiersdag die vorige week bij ProDemos in Den Haag plaatsvond. Griffier Toon Dashorst van de Groningse gemeenteraad nuanceert: als de griffier al een motor is, dan draait die toch vooral achter de schermen. 


In Katwijk was de lokale partij DURF in maart 2018 de grote winnaar van de gemeenteraadsverkiezing. De partij sprong vanuit het niets naar drie zetels en schudde daarmee de gemeenteraad wakker. Meer democratie en vernieuwing waren de beloften waarmee DURF blijkbaar een gevoelige snaar raakte in Katwijk: de opkomst steeg met bijna 11 procent. ‘We wilden dat de inwoners meer bij het werk van de gemeenteraad betrokken zouden worden’, zei fractievoorzitter Sonny Spek tijdens de griffiersbijeenkomst van ProDemos. Met de bestaande partijen zou dat niet lukken, een nieuwe partij moest het ijs breken, was de gedachte achter DURF.  

Meer participatie van de inwoners bij het werk van de gemeente is een mantra die al langer rondzingt in het lokaal bestuur. Daar is niet altijd een nieuwe partij voor nodig. Gemeenteraden met gevestigde partijen kunnen dat ook heel goed. De laatste jaren is daar een uitgebreid instrumentarium voor ontwikkeld en ingezet. Inmiddels is al sprake van een derde generatie participatie-instrumenten, volgens de Tilburgse bestuurskundige Julien van Ostaaijen. Na de inspraak (de eerste generatie) en het interactieve bestuur of de ‘coproductie van beleid’ wordt nu serieus gewerkt aan een systeem waarin de gemeenteraad niet leidend, maar volgend is. Het uitdaagrecht (het Right to Challenge van inwoners die denken dat zij overheidstaken beter en efficiënter kunnen uitvoeren dan de gemeente) is daarvan een voorbeeld. 

Hoe lastig het voor gemeenten ook is om dingen los te laten, ze moeten wel meegaan in deze ontwikkeling. Zelfs in een behoudende gemeente als Katwijk is het inmiddels bespreekbaar, volgens Spek. En als raden dat zelf niet doen, kunnen griffiers dat wellicht oppakken. 

De vraag die ProDemos aan de raadsgriffiers voorlegde, was in hoeverre zij een drijvende kracht achter burgerparticipatie moeten zijn. Een van de stellingen die aan hen werd voorgelegd, was: ‘Verhoging van de participatie is een taak van de raad, en daarmee van de griffier’. Daar viel wel het nodige op af te dingen, vonden de griffiers: ‘Onze taak, prima. Maar we zijn er niet verantwoordelijk voor. Dat is de raad, wij zijn vooral faciliterend’, was de algemene opvatting over de eigen rol.

Neem mensen serieus anders haken ze af

Volgens Toon Dashorst, raadsgriffier in Groningen, is de belangrijkste rol van de griffier het zorgen voor voldoende informatie zodat inwoners ook écht kunnen meepraten. ‘Neem mensen serieus, anders haken ze af. En houd ze betrokken. Bijvoorbeeld bij de gasdiscussie in de provincie Groningen werden ze aan het lijntje gehouden, er was geen duidelijkheid en de besluitvorming duurde te lang. Het vertrouwen in de politiek verdween. De bereidheid om mee te doen door je in te zetten voor de samenleving, neemt daardoor af.’ 

Dashorst, ruim zeven jaar griffier in Groningen en daarvoor bijna negen jaar in Deventer, weet hoe inwonerparticipatie werkt. Zijn gemeenteraad experimenteert en werkt nu bijvoorbeeld sinds een jaar met de Coöperatieve Wijkraad, een experiment met elf gelote inwoners en zes raadsleden die zelf onderwerpen agenderen en erover besluiten en hiervoor ook een flink budget van de gemeente krijgen. De Wijkraad legt verantwoording af aan de wijk, de gemeenteraad belooft de besluiten over te nemen en uit te voeren. Geen initiatief van de griffie, maar van een enkel raadslid dat samen met betrokken inwoners het bestuur weer van de inwoners zelf wilde maken.  

Het loten van inwoners is een idee van David Van Reybrouck en onderdeel van zijn G1000-initiatief waarin loting onder alle inwoners een aanvulling is op de gewone verkiezingen. In Groningen stonden mensen niet te dringen om, eenmaal ingeloot, mee te doen aan het experiment met de Coöperatieve Wijkraad. ‘Pas nadat we ze actief, aan de deur, gingen benaderen en uitleggen wat het behelsde, werden ze enthousiast’, zegt Dashorst. 

Educatie 
Daarmee komt hij op het tweede onderdeel van de griffiersdag van ProDemos. Die ging niet alleen over participatie, maar ook over burgerschapseducatie. De meeste griffiers waren het eens met de stelling dat het meer loont in te zetten op educatie dan op participatie. Want, zo redeneerden zij, met educatie draag je pas écht bij aan inclusie en politieke gelijkheid. Met inwonerparticipatie bereik je slechts de gebruikelijke, politiek geïnteresseerde inwoners. 
Van Ostaaijen vindt dat griffiers hier een taak hebben. ‘Als je wilt dat mensen gaan meedoen, zullen ze eerst moeten weten wat dat inhoudt. Iedereen zou zich dat moeten aantrekken. Niet alleen de bestuurders en de griffiers overigens, ook het onderwijs. Scholieren leren nu heel weinig over de democratie.’ 
Dat educatie belangrijker is dan participatie, gaat Dashorst te ver. ‘Het is een kwestie van én-én. Educatie is een onderdeel van participatie, maar dan moet je de mensen wel opzoeken en uitleggen wat het betekent. De vraag is, doen we wel genoeg aan educatie? Om iets te bereiken, zul je de wijk in moeten. Daarvoor moet je als griffier je raad wel meekrijgen. Er zijn partijen, de SP bijvoorbeeld, die zeggen: dat hoeven we niet collectief als raad te doen, wij gáán de wijken al in.’

Griffiers hebben een schakelfunctie

Volgens Van Ostaaijen moeten raadsgriffiers de ruimte zoeken om participatie en educatie te bevorderen of, als die ruimte er niet is, deze maken. Tegelijkertijd beseft hij dat zij daarvoor vaak de tijd noch de middelen hebben. Zij zijn afhankelijk van hun werkgevers. De ene gemeenteraad zal zijn griffier wel de ruimte geven, de andere heeft liever een griffie die vooral volgend is in plaats van initiatieven neemt. 
Dashorst prijst zich gelukkig met een burgemeester die participatie van de inwoners belangrijk vindt, maar hij beschouwt zichzelf vooral als het oliemannetje dat ervoor zorgt dat de raderen blijven draaien – tussen de raad en de gemeentelijke organisatie. ‘Griffiers hebben een schakelfunctie. Wij werken achter de schermen, het zijn uiteindelijk de raadsleden die ertoe doen. Maar wij moeten hen in de positie brengen om dat mogelijk te maken.’ 
Dat vraagt om maatwerk en een goed gevoel voor de verhoudingen in de gemeente. Een nieuwe uitdaging voor Groningen, volgens Dashorst. ‘Sinds 1 januari hebben wij er een groot buitengebied bij, na de fusie met Haren en Ten Boer. Dat vraagt om een heel andere, gebiedsgerichte benadering. Hoe ga je daar als raad mee om? En straks hebben we de Omgevingswet, daar moeten inwoners, bedrijven en organisaties over meepraten. Hoe geef je dat vorm? Daar kan de griffier over meedenken.’