Grenzen stellen bij intimidatie

Nummer 5, 23 maart 2018

Auteur: Marten Muskee | Beeld: © Olim Bajmat/ANP



Raadsleden vormen regelmatig het mikpunt van lokale onvrede. Dit kan zich uiten in intimidatie, bedreiging en soms geweld. De maatschappij verruwt, het lijkt er blijkbaar bij te horen, concluderen diverse raadsleden die ermee te maken kregen. Nee dus. Belangrijk is duidelijk de grens te stellen wat wel en niet kan. ‘Doe aangifte’, adviseert voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Raadsleden, Mark den Boer. ‘En wees voorbereid, dan ben je weerbaar.’

Harold Halewijn, fractievoorzitter van GroenLinks in Wormerland, kreeg met een zware vorm van intimidatie te maken in de periode dat in alle gemeenten over de opvang van vluchtelingen werd gedebatteerd. Zo ook in de gemeenteraad van Wormerland waar Halewijn voorstelde om een leegstaande school (tegenover zijn woning) tijdelijk te gebruiken voor vluchttelingenopvang. ‘Vlak voor een debatavond met inwoners werden mijn beide auto’s in brand gestoken. Dat past op de een of andere manier wel in het rare beeld dat ik toen had van de revolte van inwoners in diverse gemeenten. De dreiging kwam echter zeer dichtbij. Een van de auto’s stond tegen het huis geparkeerd onder de slaapkamer waar mijn dochtertje sliep.’   

Emoties

Hoewel op de dag van de gebeurtenis de emoties van links naar rechts vlogen, heeft Halewijn nooit overwogen te stoppen met het raadswerk. Hij kreeg op dat moment veel steun van collega-raadsleden en anderen. ‘Dat heeft me gesterkt in het feit dat ik voor mijn mening sta en die uitdraag. Ik laat me niet uit het veld slaan door idioten en blijf politiek actief. De tijd heelt alle wonden. Ik heb idealen waar ik voor vecht en neem het slachtofferschap op de koop toe.’

Papieren stuk

Halewijn deed aangifte, waarna een politieteam in actie kwam. Los van het feit dat van de daders geen spoor is gevonden, concludeert Halewijn achteraf een beetje teleurgesteld dat er met het voorval weinig is gedaan. ‘Als je geen hulp vraagt, krijg je die niet actief aangeboden. De griffie meldde pas later dat ik moest aankloppen als ik iets nodig had. Een goed gesprek met mijn mederaadsleden om elkaar te ondersteunen, is er niet geweest. De gemeente had al wel een protocol voor bedreigingen, dat is meer onder de aandacht gebracht en herzien. Maar het is bij een papieren stuk gebleven, er is nooit met elkaar over gesproken.’

 Ik laat me niet uit het veld slaan door idioten

Mark den Boer, voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Raadsleden en raadslid voor het CDA in Molenwaard, is zelf in de tien jaar dat hij raadslid is nooit geconfronteerd met bedreiging of geweld. Kijkend naar de hulpmiddelen voor raadsleden die daar wel mee te maken hebben gehad, vindt de voorzitter dat er voldoende handvatten zijn. Het punt is, zegt hij, dat raadsleden daar pas naar kijken nadat ze geconfronteerd zijn met intimidatie en dat is te laat. Hij adviseert om hierover vooraf het gesprek te voeren zodat raadsleden weten hoe ze met intimidatie om moeten gaan als dat aan de orde is.

‘Raadsleden hebben de neiging te denken dat zoiets hen niet gebeurt, ze staan er verder niet bij stil. Het kan ieder raadslid overkomen of het nu in de stad of op het platteland is. Maak dit onderdeel van de introductiecursus voor nieuwe gemeenteraden, de burgemeester kan aangeven welke rol hij daarbij speelt. Hij is degene bij wie het raadslid zich kan melden en hij kan aangifte doen.’   

Griffie

Halewijn erkent dat er tegenwoordig actief hulp wordt geboden aan raadsleden die met bedreigingen te maken krijgen. De bestuurders die enkele jaren geleden werden bedreigd, stonden aan de vooravond van de verbeterde hulpverlening. ‘Ondanks alle handreikingen moeten we de nieuwe raadsleden goed op het hart drukken welke mogelijkheden ze hebben. De griffie speelt daarbij een belangrijke rol. Veel wordt met de mantel der liefde bedekt, maar je moet ergens een grens trekken. Een raadslid is als een olifant met grote oren om alles te horen, maar ook met een dikke huid vanwege het commentaar.’

Tegen fysiek geweld valt volgens Halewijn weinig te doen. Zelf liet hij camera’s bij zijn huis ophangen. ‘Ondermijning heeft met onderbuikgevoelens te maken. Ik ken geen concrete voorvallen in mijn gemeente en de omliggende gemeenten. Cliëntelisme komt overal voor. De gemeenteraad heeft de taak dat te signaleren. De maatschappij verruwt helaas, raadsleden lopen de kans om brieven met inhoud of dreigmail te ontvangen. Laat je daardoor niet ontmoedigen, als je niet tegen kritiek kunt, moet je met dit werk stoppen.’

Verrader

Enkele weken geleden vond een door de lokale krant georganiseerd debat plaats in Almere tussen diverse partijen over het wel en wee in de zorg. Namens de PvdA deed kandidaat-raadslid Ruud de Jonge daaraan mee. Via het Twitteraccount van de PvdA deed hij daarvan verslag met als boodschap dat de zorgkwaliteit belangrijk is. Daarop kwam een reactie binnen van iemand dat dit klinkklare onzin noemde en De Jonge een verrader.

Op sociale media escaleert het sneller

‘Deze meneer had er echt zin in’, aldus De Jonge met enige ironie in zijn stem. ‘Toen ik vervolgens goed onderbouwd reageerde via mijn persoonlijk account, ging hij er vol in.’ Hij noemde De Jonge een NSB’er, de PvdA moest tegen de muur inclusief #sterf. Dat vond De Jonge te ver gaan en hij zocht contact met de politie om aangifte te doen. ‘Intussen was het mij al gelukt deze persoon te identificeren, daar was de politie blij mee. Die heeft hem uitgenodigd voor een gesprek. Ik heb zijn tijdlijn bekeken, daarop staan zo’n tachtigduizend tweets in de extreemrechtse hoek. Het Openbaar Ministerie moet nog een besluit nemen over eventuele vervolging.’

Rare mensen

De Jonge heeft niet overwogen om te stoppen met de campagne. ‘Rare mensen die vreemd doen, kom je overal tegen. Op sociale media escaleert het alleen sneller. Vraag jezelf voordat je iets roept of twittert af of je dat ook tegen je dochter of moeder zou zeggen. Ik kan me voorstellen dat mensen zenuwachtig worden van bedreigingen op sociale media, maar daar blijft het meestal bij. Laten we het niet al te groot maken.’

De PvdA’er kreeg geen ondersteuning, maar had daar ook geen behoefte aan. Hij is twee keer benaderd door slachtofferhulp met de vraag of hij hulp wilde en door de politie op hoogte gesteld van het onderzoek. Vanuit de gemeente is verder geen toenadering gezocht. ‘Fysiek geweld komt natuurlijk veel harder binnen. Of ik dan wel zou stoppen, kan ik eigenlijk pas beoordelen als het me overkomt. Ik zit nog niet eens in de raad.’

Het kandidaat-raadslid noemt het een vervelende gebeurtenis, maar tegelijkertijd een nieuwe ervaring. ‘Dit hoort er blijkbaar bij. Trek in ieder geval je grens wat wel en niet acceptabel is en acteer daarop. Mensen vroegen me of ik het niet overdreven vond om aangifte te doen. Mijn grens was overschreden, het is belangrijk voor jezelf en voor de buitenwereld om dat duidelijk te maken. Doodsbedreigingen kunnen niet.’

Protocollen

De Nederlandse Vereniging voor Raadsleden heeft op het thema intimidatie als proef drie workshops georganiseerd. De deelnemers ervaren dat volgens voorzitter Den Boer als waardevol. Er bestaat volgens hem een duidelijke behoefte om getraind en geïnformeerd te worden. De vereniging geeft dit jaar vervolg aan de workshops. Op de vraag of raadsleden gebruikmaken van de gemeentelijke gewelds- en agressieprotocollen, antwoordt Den Boer dat hij niet de indruk heeft dat iedere gemeente er één heeft. Wel als het gaat over integriteit, daar is de laatste tijd veel aandacht aan besteed. ‘En als die protocollen er wel zijn, dan heb ik niet de indruk dat alle raadsleden daarvan op de hoogte zijn. De griffie heeft hier in combinatie met de burgemeester een duidelijke rol in te spelen. Voer het gesprek en informeer raadsleden over de mogelijkheden die er zijn.’

Den Boer adviseert raadsleden die met intimidatie te maken krijgen direct aangifte te doen. Men kan ervoor kiezen dat rechtstreeks bij de politie te doen of via de burgemeester. Overleg met de burgemeester en de griffie heeft als voordeel dat je een klankbord hebt en dat gelijk andere kwesties besproken kunnen worden zoals de omgang met de media. ‘Luister naar je hart en niet naar mensen die zeggen dat een raadslid tegen een stootje moet kunnen en dat intimidatie erbij hoort. Raadsleden zetten zich met passie in voor de gemeenschap, agressie hoort daar niet bij. Spreek dat uit door altijd aangifte te doen. Laat je door agressie niet afhouden van het mooie raadswerk. Het helpt om je vooraf te informeren over de hulpmiddelen, dan ben je in figuurlijke zin gewapend als het echt gebeurt.’

Niet serieus genomen

Diederik Boomsma, CDA-raadslid in Amsterdam, is met de dood bedreigd via Facebook. Daar deelden vooralsnog onbekenden hem mee dat ze, weliswaar in andere bewoordingen, zijn leven zullen beëindigen. Boomsma ligt er niet wakker van: ‘Als ze dat dreigement echt willen uitvoeren, dan zouden ze dat niet vooraf melden via sociale media. Ik heb het niet serieus genomen, maar heb wel aangifte gedaan want het zal maar net de gek zijn die wel tot daden overgaat. Ik woon alleen en waarschijnlijk reageren raadsleden met een gezin anders, maar ik heb geen seconde overwogen te stoppen met mijn raadswerk.’

Neem het serieus en doe aangifte

Meer informatie


Op www.raadslid.nu staat een overzicht van alle hulpmiddelen voor bedreigde raadsleden. Ook is er een speciale website voor raadsleden van het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid: www.raadsledenenveiligheid.nl.