Geen publieke waarde zonder participatie

VNG Magazine nummer 4, 8 maart 2019

Auteur: Paul van der Zwan | Beeld: Karin Dekkers
 
Wat is publieke waarde? Velen hebben er ongetwijfeld een beeld bij, maar wat het precies inhoudt, lijkt lastiger te bepalen. Het begrip doet echter steeds meer opgeld, ook binnen gemeenten.

Het begrip public value komt uit de Verenigde Staten en is vooral bekend geworden door professor aan Harvard University Mark Moore. Volgens hem draait het om drie essentiële vragen: wat wil je, wat kun je en waar krijg je steun voor? Het op verzoek van de VNG geschreven Werken aan publieke waarde; leren van en voor gemeenten (zie kader) gaat uitgebreid in op het begrip en wat gemeenten ermee kunnen. VNG Magazine vroeg enkele ambtenaren in hoeverre publieke waarde een rol speelt in hun werk.

Geef geen vis, maar leer de mensen vissen

Dat zij niet tot een eensluidende definitie komen van publieke waarde wekt uiteraard geen verbazing. Jeroen Haan, programmamanager Participatie van de gemeente Haarlemmermeer, spreekt van ‘het op participatieve wijze creëren van maatschappelijke meerwaarde’. Strategisch beleidsadviseur Wonen en herstructurering van de gemeente Brunssum Michel Sloen acht ‘het blijven zoeken naar een zo breed mogelijk draagvlak onder stakeholders bij de voorbereiding, formulering en uitvoering van gemeentelijk beleid’ essentieel. Publieke waarde ontstaat dus niet zonder participatie van inwoners en bedrijven.
De drie vragen die gelden voor publieke waarde lijken niet veel te verschillen met vragen die van oudsher worden gesteld rond beleid en vraagstukken. Ook toen werd gekeken naar wat het probleem is voor een gemeente, wat zij daartegen kan doen en of daar steun voor is. Toch is er volgens Sloen een verschil: ‘Voorheen werd het effect van beleid vooral op prestaties (output) beoordeeld, bij publieke waarde meer op maatschappelijke effecten (outcome).’ Volgens Sjoerd van het Erve, directeur Weener XL werk & inkomen (samenvoeging van de Sociale Dienst en Sociale Werkvoorziening) van de gemeente ’s-Hertogenbosch, zit het verschil vooral in de rollen van inwoners en de gemeente: ‘Tegenwoordig leggen we de verantwoordelijkheid meer bij de burgers zelf en ondersteunt de overheid indien gewenst. Oftewel: geef geen vis, maar leer de mensen vissen. Daarvoor draaide het meer om het zorgen voor burgers en aangesproken kunnen worden op beslissingen die niet hetzelfde uitpakken voor alle burgers.’
Publieke waarde zit bij het werk van de ambtenaren min of meer wel in het achterhoofd. Zo ook bij Van het Erve: ‘Onze belangrijkste waarde is de waarde van werk. Mensen laten participeren naar hun vermogen vormt onze missie.’ Haan formuleert het zo: ‘In het samenspel van publiek, privé en privaat werken we met waarden die kijken naar rendement, betrokkenheid en legitimiteit. We spreken over welke bijdrage dat levert aan publiek waarde.’

Resultaat
Die alertheid op publieke waarde levert ook resultaat op. De geïnterviewden kennen genoeg voorbeelden waarbij zij hielpen publieke waarde te creëren. Haan (Haarlemmermeer): ‘Omwonenden, ondernemers en andere initiatiefnemers mochten jarenlang meedenken, meepraten en meebeslissen over de plannen voor het gebied tussen het station en het centrum van Hoofddorp. Daaruit is op participatieve wijze een ontwikkelstrategie voortgekomen die op veel draagvlak bij politiek, bestuur en samenleving kan rekenen.’ Sloen (Brunssum) heeft ervaring met het opstellen van gemeentelijke stadsdeelvisies samen met de omgeving. ‘Dat leidde tot breed draagvlak en dat zorgt voor actievere participatie van stakeholders bij de uitwerking van de visies.’

Je kunt natuurlijk wel denken dat je voor publieke waarde hebt gezorgd, maar hoe controleer je dat? Soms is het antwoord daarop simpel: ‘Uit de inmiddels ontelbaar mooie reacties die we gehad hebben van mensen die weer meedoen aan de samenleving’, aldus Van het Erve (’s-Hertogenbosch). Maar je kunt het volgens Haan eveneens te weten komen door het mensen te vragen en te evalueren tijdens en na processen van participatie.

Duiding
Het begrip publieke waarde kun je dus gebruiken als duiding en bij de evaluatie. Maar je kunt het ook inzetten als leidraad bij het praktisch handelen. Haan: ‘Wij doen beide.’ Anderen gebruiken het begrip zelf niet. Zoals Sloen: ‘Ik vraag me af of de betekenis ervan bij de meeste stakeholders voldoende bekend is.’ Met of zonder term publieke waarde, het gaat hem vooral om de samenwerking met zo veel mogelijk relevante partijen. ‘Want zonder dat kun je geen publieke waarde creëren.’
Publieke waarde nastreven met gemeentebeleid loont dus. Haan: ‘Het werkt om bij gelijke, verschillende en tegengestelde belangen tot een werkbare oplossing te komen’. Daarnaast lossen gemeenten volgens Sloen daarmee het probleem op van het ontbreken van draagvlak en begrip voor hun maatregelen.
 

Werken vanuit de bedoeling

‘Hitting the target, missing the point.’ Jantine Kriens, algemeen directeur van de VNG, gebruikt de formulering in haar voorwoord van Werken aan publieke waarde; leren van en voor gemeenten. Ze doelt op het verschijnsel dat prestatieafspraken worden nagekomen maar dat niet bereikt wordt wat men wil. Om dat te voorkomen, zoeken velen naar manieren om meer te werken vanuit de bedoeling.
Het leerstuk van publieke waardecreatie kan daarbij inspiratie zijn. Het is ontwikkeld door Mark Moore, professor aan Harvard University. Drie essentiële vragen daarbij zijn: wat wil je, wat kun je en waar krijg je steun voor?
Werken aan publieke waarde is geschreven op verzoek van de VNG. De auteurs zijn Lieske van der Torre, postdoctoraal onderzoeker bij het departement Bestuurs- en Organisatiewetenschap van de Universiteit Utrecht (USBO), Scott Douglas, universitair docent USBO en Paul ’t Hart, hoogleraar bestuurskunde USBO en co-decaan bij de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur. Het boek is onder meer gebaseerd op onderzoek in zes gemeenten. Daar zijn 71 interviews afgenomen over beleidsthema’s als wonen, arbeidsparticipatie van mensen met een beperking en verbetering van de lokale democratie. Dat allemaal om gemeenten te inspireren om meer vanuit de bedoeling te gaan werken.