Evaluatie Jeugdwet - Aanbevelingen

De evaluatie van de Jeugdwet schetst een behoorlijk aantal dilemma’s waar geen kant en klare oplossingen voor zijn. Zij vragen om een nader gesprek tussen gemeenten, instellingen, professionals, ouders en jongeren, en andere betrokkenen.

De 21 aanbevelingen uit de evaluatie bieden concrete handvatten voor dit gesprek. Die aanbevelingen vindt u hier bij elkaar.

Inkoop

  • Het verdient aanbeveling om na te gaan in hoeverre gemeenten het instrument van aanbesteding zo in kunnen zetten dat het wel bijdraagt aan de samenwerking in de jeugdhulp en de samenhang in het stelsel of na te gaan hoe andere vormen van inkoop mogelijk gemaakt kunnen worden die dit doel dienen. Het verdient vervolgens aanbeveling dat gemeenten de inkoopinstrumenten zo inzetten dat de ongewenste effecten voorkomen worden.
  • Het rolconflict van GI’s in hun relatie tot de gemeenten draagt niet bij aan de beoogde werking van de Jeugdwet. Het verdient aanbeveling te zoeken naar een oplossing voor dit rolconclict.
  • Er zijn goede redenen om beslissingen over bijzondere specialistische voorzieningen in samenwerkingsverbanden van gemeenten te nemen. Onze zorg betreft de borging van het democratische gehalte van deze beslissingen. Voor de borging van het democratisch gehalte van deze beslissingen dienen effectieve vormen van gemeenteraad-betrokkenheid te worden ontwikkeld. Daarnaast dienen individuele gemeenten voldoende ruimte te behouden om invulling te geven aan domein-overstijgend werken op lokaal niveau.
  • Het verdient aanbeveling om te komen tot een betrouwbaar inzicht in de manier waarop de beschikbare middelen voor de Jeugdhulp worden besteed.

Werken aan kwaliteit

  • Wij adviseren de partners om te komen tot een uniform set van outcome-indicatoren, waarbij het clientenperspectief centraal staat en deze ook echt te gaan gebruiken als onderdeel van een lerend systeem. Gemeenten doen er goed aan daarnaast manieren te ontwikkelen om hun eigen maatschappelijke doelbereiking beter te monitoren en daarbij de gemeenteraad actief te betrekken.

Professionaliteit in de jeugdhulp

  • Lokale teams hebben een cruciale rol gekregen bij de realisatie van doelen van de Jeugdwet. Deze teams kunnen een sleutelrol spelen in de realisatie van de transformatiedoelen. Een voorwaarde is dat deze teams een professionele, inhoudelijke invulling krijgen en zich niet beperken tot verwijzen of indiceren. Teams zouden in ieder geval moeten beschikken over professionaliteit in de breedte (domeinoverstijgend) alsook over professionaliteit in de diepte (met specialitische kennis). Zonder de lokale beleidsruimte tekort te willen doen is het de overweging waard om een gedeelde visie te ontwikkelen op de kwaliteit en professionaliteit van de lokale teams. Het verdient daarbij aanbeveling dat gemeenten en het professionele veld ervaringen met elkaar uitwisselen over de manier waarop die professionalisering vorm kan worden gegeven, waarbij oog is voor de verschillende omstandigheden waaronder de teams werken.
  • Beschikbaarheid van adequate voorzieningen binnen het gedwongen kader is een harde verantwoordelijkheid van gemeenten. De gemeenteraad heeft hier in eerste instantie een controlerende functie. Vanuit haar stelselverantwoordelijkheid dient de Rijksoverheid zich van deze beschikbaarheid en bekostiging te vergewissen.
  • Het verdient aanbeveling om te zoeken naar methoden waarin de kwetsbaarheden van het huidige systeem worden ondervangen, terwijl wel wordt voorzien in een deugdelijke borging van de kwaliteit van de GI’s.
  • Het verdient aanbeveling te komen tot een reductie van de diversiteit van gemeentelijke regelingen en toezichtsarrangementen waar professionals mee worden geconfronteerd. Daarnaast zouden ook jeugdhulpaanbieders moeten snijden in de belemmeringen die zij zelf opwerpen, die de ruimte voor hun professionals beperkt. Dit proces heeft er belang bij om dit te zien als gezamenlijk proces. Immers, te makkelijk wordt verwezen naar ‘de ander’ als het gaat om de aanwezigheid van ‘overbodige regelgeving’.

Waarborgen voor de rechtspositie

  • Er dient gezocht te worden naar passende oplossingen voor het vastleggen van en communiceren over jeugdhulpbesluiten die enerzijds recht doen aan de rechtspositie van cliënten en de wettelijke vereisten uit de Awb en tegelijk bijdragen aan een vlotte en flexibele doorloop van beslissingen over jeugdhulp. 
  • Het uitoefenen van drang door een GI medewerker is ongewenst. Binnen de lokale teams of bij jeugdhulpaanbieders dient voldoende professionaliteit aanwezig te zijn om op een verantwoorde manier om te gaan met, vormen van, drang. De manier waarop aanbieders omgaan met vrijheidsbeperkende maatregelen zonder machtiging of in een niet-gesloten accommodatie vraagt om alertheid van professionals en zorgorganisaties. Gezien de kwetsbaarheid van de betrokkenen bij zowel drang als het toepassen van dwang dient hier ook toezicht op te worden vormgegeven.
  • Het zou goed zijn om te zoeken naar mechanismen voor geschilbeslechting en het omgaan met privacy die voorzien in de nodige waarborgen, maar effectiever zijn dan de bestaande mechanismen. Voor wat betreft de geschilondersteuning dienen gemeenten en aanbieders cliënten nadrukkelijker te wijzen op het bestaan en te voorzien in de beschikbaarheid van vertrouwenspersonen en cliëntondersteuners. Daarnaast zou nagegaan moeten worden op welke manier alternatieven, zoals de gemeentelijke ombudsman of een kinderombudsman, hier van betekenis kunnen zijn.
  • De vraag naar de grond voor de rechtsongelijkheid tussen jeugdigen in de gesloten jeugdhulp en in justitiële inrichting vraagt om een antwoord.

Reflectie op de uitgangspunten van de Jeugdwet

  • De sleutelrol van de gemeenten: Om de doelen van de Jeugdwet dichterbij te brengen zouden gemeenten zich meer dan nu moeten richten op het domein-overstijgend werken en, hiermee samenhangend, meer moeten inzetten op preventie.De Jeugdwet heeft de gemeenten, juist voor deze zaken, in een unieke positie gezet.
  • De verwachtingen over het zorglandschap: Een debat waaraan cliënten, gemeenten en zorgverleners actief bijdragen, kan bijdragen aan een meer gedeelde visie op wat, wanneer voor wie passende zorg is. Daarbij moet ook concreter invulling worden gegeven aan begrippen als integraal werken en preventie. Het is van belang de diversiteit van hulpvragen en hulpvragers te erkennen en te benoemen. Gezocht moet worden naar differentiatie in hulpvragen in combinatie met daarvoor effectieve arrangementen die zijn gebaseerd op het versterken van het netwerk en het zelfoplossend vermogen van jeugd en ouders zodat zij beter in staat zijn om om te gaan met probleemsituaties.
  • Spanningen tussen de waarborgen in de Jeugdwet en de praktijk: Gezocht moet worden naar een oplossing voor de spanning tussen de vereisten van de hierboven beschreven juridische instrumenten – de zorgvuldig gemotiveerde beschikkingen, mogelijkheden tot gegevensuitwisseling in relatie tot privacyregels, mogelijkheden tot bezwaar en beroep, klachtrecht, tuchtrecht en de aanbesteding – en de onbevredigende uitwerking hiervan in de uitvoeringspraktijk van de Jeugdwet. Een oplossing zou enerzijds recht moeten doet aan zaken als rechtsbescherming en, in het geval van het aanbestedingsinstrument, aan doelmatigheidseisen, en anderzijds aan de specifieke situatie die met de Jeugdwet is ontstaan. We denken daarbij bijvoorbeeld aan andere mechanismen voor conflictbeslechting, zoals mediation en het gebruik van ombudspersonen. Nader onderzoek is ook gewenst naar de vraag of de wijze waarop het tuchtrecht nu in dit domein is vormgegeven een proportioneel en effectief instrument is en nader onderzoek is nodig naar vormen van inkoop die samenhang in de jeugdhulp bevorderen.
  • De combinatie van het gedwongen kader en het vrijwillig kader in de Jeugdwet: Het is nog te vroeg om over de combinatie van het gedwongen kader en het vrijwillig kader eenduidige conclusies te trekken. Dit is zeker een aspect dat in de volgende evaluatie dient te worden meegenomen. Het verdient aanbeveling om dan niet alleen naar de Jeugdwet te kijken, maar daar ook het wettelijke kader voor jeugdbescherming en jeugdreclassering bij te betrekken.

Volledige rapport