Ellen van Selm, voorzitter P10: ‘Stad gebaat bij vitaal platteland’

VNG Magazine nummer 19, 7 december 2018

Auteur: Paul van der Zwan | Beeld:  Jiri Büller

De P10, inmiddels uitgebreid naar zeventien plattelandsgemeenten, bestaat tien jaar. Wat voorzitter Ellen van Selm betreft, is dat nog maar het begin: ‘Steden zijn gebaat bij een goed leefbaar platteland, onze inzet daarvoor is onmisbaar.’


Het VNG Jaarcongres van 2008 in ’s-Hertogenbosch was in minstens één opzicht historisch: een nieuwe lobbyclub van gemeenten presenteerde zich daar, die van de plattelandsgemeenten. Onder de noemer P10, een verwijzing naar al bestaande samenwerkingsverbanden van de vier grote steden (G4) en van de grotere gemeenten (toen G27, inmiddels G40).
Oprichter van de P10 was Henk Aalderink, destijds burgemeester van Bronckhorst (en drie jaar geleden overleden). In het najaar van 2007 bezochten de bewindslieden van het kabinet-Balkenende IV tijdens hun honderddagentour door het land niet één plattelandsgemeente. Aalderink pleitte daarop voor meer evenwicht tussen stad en platteland. Van Selm, burgemeester van Opsterland: ‘De gedachte dat plattelandsgemeenten in Den Haag niet vergeten moesten worden, heerste tien jaar geleden echt onder onze leden. Zo ging er veel geld naar achterstandswijken van grote steden. Maar ook andere kabinetsbesluiten vielen volgens bestuurders van plattelandsgemeenten vaak in hun nadeel uit.’

Waren er nog meer redenen voor de oprichting van de P10?
‘We wilden onze krachten niet alleen bundelen ten opzichte van Den Haag, maar ook om in Brussel voet aan de grond te krijgen. Daartoe moesten we onze beleidsplannen natuurlijk goed verwoorden. Onderlinge uitwisseling van kennis is daarbij cruciaal; samenwerking binnen één club maakt dat makkelijker.’

Er wordt nog steeds vanuit stedelijk perspectief gedacht

Er bestaat momenteel al een Agenda Stad, maar nog geen Agenda Platteland. Wat zegt dat u?
‘Er is wel meer aandacht gekomen voor het platteland, maar er wordt nog steeds vanuit stedelijk perspectief gedacht. Daarom heb ik bij de viering van ons tienjarig jubileum in juni het Rijk opgeroepen om samen met ons een Agenda Platteland op te stellen. De Agenda Stad bevat punten als innovatie, leefbaarheid en groei. Maar als de steden groeien, zie je elders krimp, bijvoorbeeld op het platteland. Het platteland moet echter ook vitaal blijven. Versterking van de leefbaarheid op het platteland is noodzakelijk, ook voor de steden. Dat dient haar weerslag te krijgen in een Agenda Platteland.’

Waarom hebben steden baat bij een goed leefbaar platteland?
‘Wij zijn ervan overtuigd dat de vraagstukken waar Nederland nu voor staat op het gebied van onder meer klimaat, economie en energie worden opgelost op het platteland. Steden kampen met allerlei problemen, het platteland biedt kansen. Ik roep de steden daarom op: benut het platteland. Ga in gesprek met ons. Landelijke oplossingen vergen bijvoorbeeld ruimte. Neem het overtollige water in rivieren na hevige regen of extra toevoer van smeltwater. Het platteland is een goede plek om het overtollige water te bergen. Dorpen worden steeds geliefder onder gezinnen als woonplaats, maar dan moeten die wel vitaal zijn. Ook van de aanpak op het platteland kunnen steden veel leren. Plattelandsgemeenten zijn geen kleine steden, zoals weleens wordt gedacht. Ze gaan vaak anders te werk, meer resultaatgericht. Zo worden er makkelijk energiecorporaties opgericht of internetinitiatieven ontplooid, doorgaans zonder al te veel problemen in de uitvoering. Een voorbeeld voor de rest van Nederland, dat zelfs in de Agenda Platteland moet komen te staan. Steden zijn, kortom, gebaat bij een goed functionerend, leefbaar platteland.’

Hoe makkelijk komt de P10 eigenlijk in gesprek met Europa en het Rijk?
‘Dat gaat steeds beter. Versterking van onze belangenbehartiging was de laatste twee jaar een belangrijke doelstelling. De resultaten zijn er. Zo zitten inmiddels drie bestuurders van ons in het Comité van de Regio’s, het adviesorgaan van plaatselijke en regionale overheden in alle 28 EU-landen. We zitten ook in commissies van de VNG die van belang zijn voor het platteland. Voorheen werden we wel gevraagd om kandidaten te leveren voor commissies, maar gebeurde er niet veel met kandidaturen. We hebben nu het belang van de P10-inbreng goed onder de aandacht gebracht. Sinds kort organiseren we jaarlijks een bijeenkomst voor leden van de Eerste en Tweede Kamer, dat doen we samen met een bijeenkomst die de VNG vlak na de zomer organiseert voor parlementariërs. Politici waarderen dat we hun kennis bijspijkeren.’

Samen met het Rijk willen we een Agenda Platteland opstellen

U zit uit hoofde van uw voorzitterschap in het VNG-bestuur. Welke voordelen biedt dat de P10?
‘Ik krijg natuurlijk veel informatie maar dat geldt ook voor onze bestuursleden die in VNG-commissies zitten. De laatste twee jaar hebben we duidelijk aangegeven dat we graag willen samenwerken. Als plattelandsgemeenten worden we er goed bij betrokken. Overigens zit ik niet alleen voor de plattelandsgemeenten in het VNG-bestuur, maar voor alle gemeenten. De vereniging is immers van ons allemaal.’

Welke resultaten heeft de P10 zoal bereikt?
‘Het belangrijkste is dat we nu op grote schaal bekend zijn. Aanvankelijk draaide het binnen het samenwerkingsverband vooral om het onderling uitwisselen en delen van gegevens. Later hebben we ons nadrukkelijker aangeboden als gesprekspartner. Met succes. Dat stelt ons in staat om voor ons belangrijke onderwerpen te agenderen.
Neem snel internet, op dat gebied is het platteland verwaarloosd. Dat hoort een basisvoorziening in heel Nederland te zijn. Het is onvoorstelbaar dat er kinderen op het platteland zijn die voor het mailen van een werkstuk naar de McDonald’s in het dorp moeten om van wifi gebruik te kunnen maken. We hebben sinds kort ook contacten met partijen buiten de overheid om, zoals particulieren en eigenaren van landgoederen. Het is voor hen vaak moeilijk om bij de overheid aan te kloppen. Daar helpen wij hen bij en zij denken op hun beurt weer mee met ons.’

Kinderen die een werkstuk willen mailen, moeten naar McDonald’s voor wifi

Wat kan er beter binnen de P10?
‘We wisselen informatie uit en staan op het netvlies van overheden en organisaties. Nu moeten we ervoor zorgen dat we onze visie steeds tijdig neerleggen. Dat vergt goede inhoudelijke verbindingen. Thema’s die spelen, zijn zorg op het platteland, bereikbaarheid, transport en openbaar vervoer. We moeten op gepaste momenten een zinvolle bijdrage leveren aan beleidsontwikkeling op die gebieden. We zijn ver met de ontwikkeling van een digitaal systeem dat onze zeventien organisaties met elkaar verbindt zodat we snel bij elkaars kennis kunnen komen.’

Wat is het belangrijkste P10-thema van dit moment?
‘Leefbaarheid, zonder twijfel. Dan heb ik het over onder meer fysieke bereikbaarheid, snel internet en beschikbaarheid van zorg. Leefbaarheid is ook het onderwerp van het recente onderzoek Leefbaarheidsinitiatieven op het platteland, dat we hebben laten uitvoeren door de  Wageningen Universiteit. Op grond daarvan hebben we een leefbaarheidskompas voor de toekomst opgesteld. Het is een uitnodiging aan overheidsorganisaties om bijvoorbeeld samen met ons te bezien hoe overheden het best kunnen aansluiten bij lokale initiatieven en hoe zij de mogelijkheden die de Omgevingswet biedt het best kunnen benutten. De creativiteit die dorpen van oudsher hebben, kan daarbij van grote waarde zijn. Zij vormen echt de kraamkamer voor de uitvoering van de Omgevingswet.

Kunt u zich voorstellen dat er een moment komt dat de P10 opgeheven kan worden?
‘Nee, was dat maar waar, maar zover zijn we nog lang niet. Daarnaast is het ook plezierig om samen op te trekken binnen de P10. Ook ben ik ervan overtuigd dat de VNG ons heel waardevol vindt om de vinger aan de pols van het platteland te kunnen houden. Vergeet niet dat Nederland het zich niet kan veroorloven om de plattelandsgemeenten te verwaarlozen. We halen ons zilveren jubileum dus wel.’