Eén sportpark voor twee gemeenten

VNG Magazine nummer 10, 15 juni 2018

Auteur: Paul van der Zwan | Beeld: © Hans Roggen

Twee sportparken in de gemeente Utrecht en één in Stichtse Vecht liggen niet alleen aaneengesloten, maar voldoen alle drie niet meer aan de eisen. Herontwikkeling is nodig. Beide gemeenten stapten over de gemeentegrenzen heen en besloten er één sportparkgebied van te maken: Zuilense Vecht.
 

Een sloot is de afscheiding tussen de sportparken Elinkwijk, Zuilen en Daalseweide.
Binnenkort ligt er een voetgangersbruggetje



Een sloot aan de Zuilenselaan in het sportparkgebied vormt nu nog de afscheiding tussen de sportparken Elinkwijk en Zuilen (beide in Utrecht) en Daalseweide (Stichtse Vecht). Maar dat duurt niet lang meer. Binnenkort komt daar een bruggetje te liggen dat beide gemeenten verbindt. En belangrijker: dat toegang biedt aan het hele sportparkgebied. Omrijden naar een andere gemeente om van het ene sportpark in het andere te komen, hoeft dan niet meer.
Het bruggetje doet meer dan fysiek verbinden. Het symboliseert eveneens de samenwerking tussen de twee gemeenten bij de herontwikkeling van het sportparkgebied. Die herontwikkeling was nodig ook. Daalseweide bijvoorbeeld kent veel natuurgrasvelden. Wieke van Mourik, projectleider ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente Stichtse Vecht: ‘Door regenval zijn die vaak onbespeelbaar. We hebben dan een tekort aan sportvelden. De aanleg van kunstgrasvelden kan soelaas bieden. Dan kunnen we ook nog eens toe met minder velden.’ 

Onderbezetting
De parken Elinkwijk en Zuilen kampen met tegenovergestelde problemen. Adriaan van Doorn, projectmanager van de gemeente Utrecht voor Zuilense Vecht: ‘Bij ons is juist sprake van onderbezetting. We hebben vooral veel meer voetbalvelden dan nodig.’
De sportparken beslaan gedrieën een groot oppervlakte met twintig voetbalvelden, twee tennisparken, korfbal- en beachvolleybalvelden en twee sporthallen inclusief kegelaccommodatie. Naast onder- en overbezetting speelt nog een ander probleem. Van Doorn: ‘De parken maken een ontoegankelijke indruk. Overal staan hekken omheen en ’s avonds laat is het vaak een hangplek rond het sportparkengebied.’
Beide gemeenten wilden een sportparkgebied dat beter voldoet aan de wensen van sportclubs en sporters en dat beter toegankelijk is, ook voor de omliggende woonbuurten. Van Mourik: ‘Op de natuurgrasvelden die overschieten door de komst van kunstgrasvelden zouden huizen gebouwd kunnen worden, zo bedachten we.’ Maar dat gaat niet zomaar. Het sportparkgebied valt namelijk buiten de zogeheten rode contour, het gebied waarbinnen volgens de provincie huizen mogen staan. Daarbuiten geldt haar beleid voor landelijk gebied.

Gezamenlijke bezoeken van ambtenaren vormen het begin van de samenwerking

Lobbyen bij de provincie Utrecht was dus nodig. Stichtse Vecht en Utrecht beseften dat eendracht macht maakt. Van Mourik: ‘De gezamenlijke bezoeken van ambtenaren van beide gemeenten zijn in feite het begin van gemeentelijke samenwerking. Ze waren succesvol, want we kregen voor elkaar dat de rode contouren verlegd mogen worden. Dat onder voorwaarde dat kwaliteitsverbetering van de sportparken ons doel was en dat beide gemeenten één gebiedsvisie zouden maken.’
Op ambtelijk gebied werken Stichtse Vecht en Utrecht nu ongeveer een jaar samen. Dat doen ze op basis van een samenwerkingsovereenkomst waarin onder meer staat dat beide gemeenten aan hetzelfde doel werken. Daarnaast bevat die overeenkomst het aantal ambtelijke uren dat de gemeenten eraan spenderen. Van Mourik: ‘De overeenkomst loopt tot aan het moment dat de gebiedsvisie door beide gemeenteraden is vastgesteld. Dat is waarschijnlijk zeer binnenkort. Daarna volgt een nieuwe samenwerkingsovereenkomst die wordt getekend door wethouders van beide gemeenten.’
Want er moet natuurlijk veel geregeld worden en afgesproken. Dat gaat niet over bijvoorbeeld de aanleg van kunstgrasvelden op grondgebied van Stichtse Vecht of over de nieuwbouw van voorzieningen voor voetbalclub Elinkwijk in Utrecht. De afspraken gaan wel over onder meer het ‘beeld’ van het gebied. Van Mourik: ‘We willen de openbare ruimte in het tussenliggende gebied dezelfde uitstraling geven. Zodat je niet in het ene deel van Zuilense Vecht bankjes ziet in de ene kleur en in het andere deel bankjes die er weer anders uitzien. Datzelfde geldt voor de verlichting.’ 
Daarnaast brengt de herontwikkeling een gezamenlijke wateropgave met zich mee. Van Mourik: ‘Als je nieuwbouw realiseert, moet je zorgen voor extra waterafvoer die verband houdt met klimaatadaptatie. Per vierkante meter bouwen moet je afspraken maken over het aantal kubieke meters water dat je gaat bergen en waar dat gebeurt. Dat is inmiddels op hoofdlijnen afgesproken en we hebben er een financiële verdeling bij gemaakt.’

Gemeenten kunnen alleen investeringen doen die gelden voor hun eigen grondgebied

Ook op het gebied van energie moeten Utrecht en Stichtse Vecht komen tot afspraken. Van Doorn: ‘Er worden ongeveer vierhonderd nieuwe woningen gebouwd, er komt een nieuw paviljoen met kleedkamers en een kantine bij de voetbalvereniging Elinkwijk en ook in Stichtse Vecht gaan twee voetbalclubs samen, die hun vastgoed energiezuiniger gaan maken. We streven naar energievoorzieningen waarbij we van elkaar profiteren. Denk daarbij bijvoorbeeld aan zonnepanelen op daken van de gebouwen van Elinkwijk, voor de club, maar ook voor de woningen.’
Zuilense Vecht is straks niet alleen bedoeld voor sportclubs en hun leden. Er moet ook ruimte zijn voor mensen die buiten verenigingsverband willen hardlopen of skeeleren. Of de hond uit willen laten. Om hen tegemoet te komen, komt er een asfaltweg die als een lint door het gebied loopt. Van Doorn: ‘In het Máximapark in Leidsche Rijn loopt zo’n lint en dat is een doorslaand succes. Dat willen we dus graag herhalen.’

De gemeenten werken dus veel samen in hun gezamenlijke belang om de sportparken te vernieuwen. Maar beide gemeenten verzorgen hun eigen financiële onderbouwing. Van Mourik: ‘Gemeenten kunnen immers alleen investeringen doen die gelden voor hun eigen grondgebied. Het oprichten van een gezamenlijke ontwikkelingsmaatschappij was een alternatief, maar daarvoor is het totale project toch te gering van omvang.’

Tarieven
Sportclubs kunnen bij beide verenigingen te maken krijgen met verschillende tarieven. Dat is nu ook al het geval. Zo huurt een voetbalteam uit Stichtse Vecht nu al een trainingsveld in Utrecht. Van Mourik: ‘Voor die huur kunnen per gemeente verschillende tarieven gelden. Die huurprijzen zullen ook in de toekomst niet worden geharmoniseerd. Elke gemeente heeft haar eigen huurtarievenbeleid.’
Toch moeten de gemeenten bij delen van het project financieel wél samenwerken. Van Doorn: ‘Dat lint door Zuilense Vecht moeten we samen financieren. Hoe, daar moeten beide gemeenten nog naar kijken. Ze moeten onder meer beslissen of beide gemeenten evenveel betalen of dat een van de twee naar verhouding meer betaalt.’ Diezelfde gezamenlijke financiering geldt voor de wateropgave. ‘De kans is groot dat we daarvoor ook bij het waterschap aankloppen.’

Verschillen
De ambtelijke samenwerking tussen Utrecht en Stichtse Vecht loopt al een tijdje. Naar tevredenheid, vinden Van Mourik en Van Doorn. Natuurlijk zijn er in de praktijk verschillen. Utrecht is veel groter en kent meer specialisaties en tussenlagen. Van Mourik: ‘Als we het bijvoorbeeld over duurzaamheid hebben, is er één ambtenaar van Stichtse Vecht beschikbaar en kan de gemeente Utrecht kiezen uit zes specialisten. In het begin was dat wel wennen, maar nu gaat het beter.’
De samenwerking tussen beide gemeenten werkte goed bij de aanpak van participatie. Bij het project Zuilense Vecht is ervoor gekozen vanaf het begin de omgeving erbij te betrekken met bijvoorbeeld inloopmomenten en ontwerpsessies. Van Mourik: ‘Deze participatie is vanaf het begin samen georganiseerd, waarbij als locatie voor bijeenkomsten telkens wisselend een sportlocatie in de ene of de andere gemeente werd gebruikt. Ook de informatiepagina Zuilensevecht.nl is geopend voor gezamenlijke communicatie.’ Van Doorn: ‘Daarnaast hebben we gesprekken met belanghebbenden uitgewisseld. Zo heb ik een gesprek gehad met een bedrijf in Maarssen en Wieke met bewoners in Utrecht. Dat werkte goed en bracht meer openheid.’

Beide ambtelijke organisaties kunnen nog een tijdje goed oefenen, want sportparkgebied Zuilense Vecht is waarschijnlijk pas rond 2023 helemaal gereed. Daar hebben beide gemeenten dan ook iets voor: een modern en efficiënt gebruikt sportgebied, niet alleen voor sportclubs maar ook voor individuele sporters. Van Doorn: ‘Niet zozeer een sportpark dus, maar meer een sportief park.’