Eén budget, één plan, één uitvoerder en één aanspreekpunt - Kaag en Braassem

Betreft toegang

Jeugdwet en Wmo

Uitvoeringsvariant

Afspraak tussen de gemeente en zorgaanbieder over een taak voor een (deel)populatie zonder verantwoording op individueel niveau. De aanbieder bepaalt zelf hoe de taak wordt ingevuld. Er bestaat geen directe relatie tussen het aantal cliënten en het budget.

Samenvatting

De gemeente Kaag en Braassem heeft de Wmo en Jeugdwet voor haar inwoners georganiseerd via één consortium van aanbieders. Voor de Wmo is dit de organisatie ‘Tom in de buurt’ en voor de Jeugdwet is dit per januari 2018 de organisatie ‘GO! voor jeugd’. Vanuit deze twee organisaties wordt alle hulp en ondersteuning voor inwoners geregeld en werken verschillende aanbieders binnen deze organisatie samen. De organisatie heeft één gedeeld budget waarvoor het alle ondersteuning kan inzetten die nodig is, zonder dat de gemeente op individueel niveau toestemming hoeft te geven. Hierdoor worden er geen individuele beschikkingen meer afgeven. De enige uitzonderingen hierop vormen de zorg binnen de dagbesteding bij het ontmoetingscentrum dementie, de zorg die via een PGB budget wordt bekostigd of als inwoners zelf om een beschikking vragen.

Door deze manier van werken is de regeldruk afgenomen voor de inwoners: er is één aanspreekpunt dat alles voor hen kan regelen en er is in vrijwel alle gevallen geen beschikking nodig. Ook voor de zorgaanbieders die werken in het consortium is de regeldruk afgenomen: zij hebben de vrijheid om in te zetten wat nodig is en hoeven hiervoor niet apart naar de gemeente. Omdat de gemeente geen controle uitvoert op individueel cliëntniveau en hiervoor geen procedures hoeft uit te voeren, is ook de regeldruk bij de gemeente afgenomen.

Kenmerken van het goede voorbeeld

  • Eén budget, één plan, één uitvoeder en één aanspreekpunt.
  • Een sterke visie vanuit één brede maatschappelijke agenda.
  • Meerdere zorgaanbieders verenigd in één organisatie met een gezamenlijke verantwoordelijkheid (maatschappelijk en financieel).
  • In vrijwel alle gevallen geen beschikkingen.
  • Zorgaanbieders beslissen zelf wat geregistreerd moet worden om aan te tonen dat maatschappelijke doelen worden behaald.

Wat is het goede voorbeeld?

Vanuit een brede maatschappelijke agenda, waarin de beoogde doelen en resultaten zijn opgenomen, heeft de gemeente Kaag en Braassem ervoor gekozen om voor de Wmo-zorg  (en vanaf 2018 ook de Jeugdzorg) een nieuwe organisatie in het leven te roepen waar de toegang, de daadwerkelijke zorg en vrijwel het volledige budget zijn belegd. Deze organisatie is middels een aanbesteding opgezet en diverse zorgaanbieders hebben hiervoor ervaren medewerkers geleverd .

Ook het welzijnswerk wordt gefinancierd via één organisatie, De Driemaster, om zo een betere koppeling te realiseren tussen het welzijnswerk, verenigingen & vrijwilligersorganisaties en de zorg die benodigd is vanuit de Wmo of Jeugdwet. Dit heeft al tot mooie resultaten geleid zoals bijvoorbeeld het feit dat de lokale muziekvereniging workshops verzorgt voor jongeren met een verstandelijke beperking.

Het belangrijkste resultaat is dat zorgaanbieders beter in staat zijn om zorgvragen van inwoners sneller en gemakkelijker op te lossen omdat ze zelf de volledige zeggenschap hebben over het budget en dus ook zelf kunnen beslissen over hoe zij dit budget inzetten. Hierdoor hoeft de zorgaanbieder niet in vaste producten te denken, maar kan de benodigde ondersteuning elke gewenste vorm krijgen. Inwoners ervaren hierdoor minder regeldruk omdat zij niet één of meerdere beschikking nodig hebben. Daarnaast wordt de benodigde ondersteuning sneller ingezet doordat er niet eerst een beschikking nodig is. Indien een cliënt het niet eens is met de aangeboden ondersteuning, dan wordt de cliënt erop gewezen dat het mogelijk is een beschikking aan te vragen.

Daarnaast heeft de gemeente er heel bewust voor gekozen om de organisaties de vrijheid te geven over hoe zij aantonen dat de doelen en resultaten worden bereikt. Twee keer per jaar moet hierover gerapporteerd worden, maar de gemeente heeft vooraf niet vastgelegd welke indicatoren er precies gemeten dienen te worden. Er wordt niet gestuurd op losse producten. Wél bepaalt de gemeente de maatschappelijke doelen die bereikt moeten worden. Omdat er minder geregistreerd hoeft te worden (er hoeft immers niet op individueel niveau gerapporteerd te worden en er is geen beschikking nodig op individueel niveau), zijn de administratieve lasten fors afgenomen bij de zorgaanbieders. Hierdoor is de regeldruk bij de zorgaanbieders gedaald en zijn zij minder tijd kwijt met het administreren en vastleggen van gegevens.

Wat zijn de resultaten van het goede voorbeeld?

De resultaten die voortkwamen uit de organisatie Tom in de buurt worden positief ervaren door inwoners van Kaag en Braassem. Uit onderzoek van de gemeente blijkt dat inwoners zich gehoord voelen en dat zij aangeven het prettig te vinden dat er één aanspreekpunt is waar zij terecht kunnen, waar breed naar hun vraag gekeken wordt en waar zij direct worden geholpen. Hiermee hebben zij niet langer meer te maken met te doorlopen procedures voordat zij de benodigde ondersteuning kunnen ontvangen.

Vanuit de zorgaanbieders wordt er aangegeven dat zij het prettig vinden dat zij de ruimte krijgen om vanuit hun professionaliteit te doen wat nodig is en hier ook een integraal budget voor te hebben. Doordat er minder geregistreerd moet worden, kunnen zij meer tijd aan de cliënten besteden en is de feitelijke regeldruk afgenomen.

Vanuit de gemeente is men tevreden dat de opgestelde maatschappelijke doelen worden behaald en dat de regeldruk, met name in het facturatie- en controleproces fors is afgenomen. Door te werken met een integraal budget hoeft er niet op individueel niveau gecontroleerd te worden en hoeven hier ook niet allerlei controle procedures worden doorlopen.

Wat heeft de gemeente ervoor gedaan?

Er zijn verschillende zaken ondernomen om deze manier van sturing en financiering van de grond te krijgen. Een belangrijke en vrij unieke eigenschap van Kaag en Braassem is dat zij geen coalitieakkoord kennen, maar een raads-breed akkoord. Vanuit dit raads-breed akkoord is een brede maatschappelijke agenda opgezet. De betrokken wethouder kon deze agenda goed uitdragen en staat vierkant achter de filosofie die eraan ten grondslag ligt. Daarnaast werd er intern binnen de gemeente in verschillende domeinen samengewerkt om deze agenda verder vorm te geven.

Bovenstaande heeft geleid tot een sterke visie die de sleutel is voor het succes voor deze manier werken. Vanuit deze visie werden partners meegenomen en er zijn veel gesprekken geweest met inwoners, verenigingen, de betrokken zorgaanbieders en welzijnsinstellingen om de visie te concretiseren. Uiteindelijk hebben zelfs de verliezende partijen bij de aanbestedingen aangegeven dat het proces voor hen al erg waardevol is geweest.

De gemeente heeft verder een extra financiële investering gedaan zodat nieuwe organisaties, zoals de Driemaster, Tom in de buurt en GO! voor jeugd ruimte hebben gekregen om zich als organisatie te ontwikkelen en de gewenste beweging, naar onder andere minder regeldruk, ook daadwerkelijk te maken.

De aanbesteding van de aanbieder voor jeugdhulp heeft een jaar vertraging opgelopen doordat de rechter vorig jaar besloot dat de aanbesteding teveel risico bij de zorgaanbieders legde. De gemeenten hebben de aanbesteding overnieuw moeten doen met daarbij meer expliciete aandacht voor de risico-verdeling. Voor andere gemeenten die op gelijke wijze de zorg willen organiseren is dit dus een belangrijk aandachtspunt.

Tot slot heeft de gemeente ervoor gekozen om de zorgaanbieders zelf te laten beslissen welke indicatoren gemeten worden om aan te tonen dat de maatschappelijke doelen worden behaald. Het gevolg hiervan is wel dat de gemeente niet aan allerlei landelijke monitoring mee kan doen (zoals de gemeentelijke monitor sociaal domein).

Meer informatie

Contact