‘Drechtsteden zetten de energiestrategie echt in gang’

Nummer 15, 6 oktober 2017

Tekst: Marten Muskee | Beeld: Jiri Büller

De regio Drechtsteden wil voor 2050 nagenoeg energieneutraal zijn. Dit hoopt de regio te bereiken door fors te besparen op het verbruik, fossiele energie uit te faseren en de resterende energievraag duurzaam op te wekken. Een wel heel pittige opgave gezien de aard van de regio waar de twintig betrokken partijen zich aan committeren. Wethouder Rik van der Linden (CU/SGP) in Dordrecht en projectwethouder Energiestrategie van de Drechtsteden ontdekte de variatie in energievraagstukken.

Binnen de industriële en dichtbevolkte regio Drechtssteden werd al op diverse manieren gewerkt aan de verduurzaming van de samenleving met plannen voor warmtenetten, zonneweiden, windturbines en voor energiebesparing. De zeven gemeenten (samen met de provincie en twee waterschappen) wilden dan ook graag als koploperregio meedraaien in de pilot van de VNG om tot regionale energiestrategieën (zie kader) te komen.

In het afgelopen jaar is het wethouder Van der Linden nog duidelijker geworden wat er nodig is om energieneutraal te worden. Het document Energiestrategie Drechtsteden biedt antwoord op de aanpak bij duurzame energieopwekking en het gebruik daarvan in de regio. ‘Maar daarmee zijn we er niet. Dit proces loopt lang door en gaat de hele samenleving aan. Partijen zullen zich voor tientallen jaren wederkerig verbinden.’

Hoe heeft u die zestig stakeholders op één lijn gekregen?
‘De gemeenten in deze regio werken al lang samen, dus we zijn gewend aan onderling contact. Er zijn ook regio’s die wat minder structuur hebben en wat meer vrijblijvendheid zoeken in afspraken, dat kan ook. Elke regio is anders en binnen elke regio hebben gemeenten weer hun eigen structuurkenmerken. Dordt is iets groter en heeft soms discussies met Rijnmond of Noord-Brabant, de andere gemeenten hebben andere kenmerken en issues waardoor ze op sommige punten al dan niet harder kunnen lopen. Dit gegeven is vertaald in de samenwerking van al die partijen waarmee de gezamenlijke Energiestrategie Drechtsteden is uitgewerkt. Dat zijn onder meer de corporaties, onze grondstoffenpartner HVC, banken, het onderwijs, inwonerscollectieven, Werkgevers Drechtsteden en de transportsector. Zo hebben we het hele palet aan alternatieve energieopwekking en energiebesparing en de toekomstige mogelijkheden daarvan in beeld gebracht.’

Dat klinkt als een mooi speelveld.
‘Dat klopt! Wel is het soms lastig dat niet iedereen in hetzelfde tempo de sprong voorwaarts maakt en dat de gemeente niet met iedereen dezelfde band heeft. Met de transportwereld die hier rondrijdt en -vaart hebben we een andere relatie dan met de corporaties waarmee we de woonopgave uitvoeren. HVC is eigendom van de gemeenten en die heeft bij ons een afvalcentrale staan en legt een warmtenet aan, die nu in Dordt en later in de regio duizenden huizen van warmte gaat voorzien. Dat maakt het voor HVC weer gemakkelijker om met andere gemeenten te overleggen en wij kunnen beter inschatten waar we op moeten letten als we verduurzamen.’

Schrijven we de gasnetten af of rollen we ze nog uit?

Wat viel u op toen u met al die partijen om de tafel ging?
‘Wat opvalt als de discussie begint, is dat iedereen het beeld heeft dat we met elkaar moeten samenwerken en dat diverse partijen al met duurzaamheidsprogramma’s bezig zijn. Dan wordt ook duidelijk dat je heel veel dingen nog niet goed weet. In 2050 willen we energieneutraal zijn, dat duurt voor de één nog lang en voor de ander niet. Wie in een nieuwbouwpand woont, denkt anders over warmte dan iemand die in een verouderde flat woont waar binnen vijf jaar de gasleiding vervangen wordt door een warmtenet. Dan ga je anders koken en verwarmen. Stedin wees ons erop dat 2050 voor de netbeheerder dichtbij is gezien de gasnetten die in 50 jaar worden afgeschreven. Het kapitaal dat Stedin nu in de grond stopt, daar moeten we iets van gaan vinden. Schrijven we de gasnetten af of rollen we ze nog uit? Op zo’n moment ontdek je de variatie in energievraagstukken voor consumenten en voor bedrijven en organisaties.’

U dacht dat de regio deze energieopgave wel even zou fiksen?
‘Toen we anderhalf jaar geleden begonnen, had ik echt het idee dat het puur de regio’s zijn die dit oppakken. Dat is niet zo. De regio structureert, faciliteert en coördineert gezamenlijke uitwerking, maar de besluitvorming en uitvoering ligt uiteindelijk grotendeels bij de gemeenten en de marktpartijen. Gemeenten gaan over de bestemmingsplannen en hebben scherper in beeld wanneer welk straatje wordt aangepakt of welke grote bedrijven interessant zijn om iets mee te doen. De energiestrategie ligt regionaal op het goede niveau, maar de uitvoeringskracht moeten we lokaal organiseren. Dan zie je dat sommige gemeenten al verder zijn dan andere. We willen iedereen erbij betrekken, maar de Energiestrategie Drechtsteden is geen dictaat, maar een wenkend perspectief. Het biedt de leidraad die we nog niet hadden. Eigenlijk krijg je als gemeenten vanuit de partijen die je nodig hebt een soort gebruiksaanwijzing, dit is de opgave en daarbij zien wij deze kansen.’

Dus de gemeente moet het regelen?
‘Dat wordt wel vaak gedacht, maar deze opgave ligt slechts deels bij de overheid. Soms gebeuren er dingen waar ik niets van wist. Dan liggen er opeens weer heel veel zonnepanelen op het dak van een bedrijf of verzint de transportwereld iets waardoor het mogelijk is om binnenstedelijk vervoer te verduurzamen. Dus soms is de gemeente er echt van, maar eigenlijk gaan we er met z’n allen voor. Er komen nog heel veel afspraken tussen gemeenten onderling, tussen gemeenten en andere partijen en tussen individuele partijen. De stakeholders gaan bijvoorbeeld samen communiceren naar de inwoners en bedrijven. Het Rijk is ook een belangrijke stakeholder, die hoort de kaders en condities te scheppen voor het uitfaseren van fossiele brandstoffen.’

De gemeente als spin in het web bij de lokale deals? 
‘Dat klopt, maar kijk uit wat voor web je spint. Het is geen web waarbij de overheid een command and control-positie inneemt die de taken verdeelt. Het is een netwerk van gelijkwaardig samenwerkende partijen die ook samen afspraken maken zonder dat de overheid ertussen zit. Denk aan parkmanagement op bedrijventerreinen dat zich richt op schoon, heel en veilig. Dat management valt uit te breiden met de uitruil van energie tussen bedrijven met zonnecollectoren op het dak die weinig energie verbruiken en bedrijven die wel veel energie nodig hebben. Daar hoeft de gemeente niet tussen te zitten.’

Komen de vergezichten een beetje uit de verf?
‘Er waren in de afgelopen anderhalf jaar momenten dat we bleven steken in plannen voor energiebesparing en wind- en zonne-energie. Dan kom je een heel eind, maar tot 2050 moeten we ook echt nieuwe dingen verzinnen. Straks komt er zoveel energie uit zonnepanelen dat we moeten gaan nadenken over bijvoorbeeld decentrale opslag. Dus soms was het nodig het wensdenken waar we naartoe willen terug op de kaart te zetten. Vervolgens moet je dit vertalen in concrete stappen en daarmee in de regio aansluiting zoeken, anders zingt het proces zich los van de lokale bestuurders. We hebben nu een energiestrategie. Pilotregio of niet, dit zetten we echt in gang.’

Hoe houdt u het commitment vast?
‘We gaan een zo licht mogelijke samenwerkingsstructuur overeind houden waarin we elkaar spreken en zaken in beeld brengen. Een soort overleggroep waarin je de belangrijkste partijen bij elkaar houdt die bij voorkeur een grote achterban hebben en elkaar weten te vinden. Dat geeft focus. Die lichte structuur wil niet zeggen dat het allemaal vrijblijvend is. We hebben een ontwikkeling afgesproken met elkaar waar we naartoe werken. Daarbij merken we wel dat de overheid gericht is op structuren die veel overleg vragen. Er zijn echter ook partijen die iets afspreken en meteen aan de slag gaan. Sluit daar als overheid op aan. Maak het handzaam voor iedereen, dat zit hem ook in de besluitvorming.’

Drechtsteden energieneutraal in 2050. Wat betekent dat in ruimtelijke zin?
‘We denken na over de ruimte die de energietransitie kost. Nu draaien bij ons in Dordrecht vier windmolens en worden twee zonneweides gerealiseerd. Opschaling levert de nodige dilemma’s op. We zijn een drukbevolkte stad, hechten aan het open landschap en de ruimte is schaars. Wel is het zo dat energieneutraal normaal wordt waardoor zonnepanelen over 20 jaar niet interessant meer zijn, maar er gewoon bij horen. Zonnepanelen zijn over 15 jaar verwerkt in dakpannen en vallen ook niet meer op.’

Maar het ruimtegebrek blijft.
‘Ja dat klopt. Daarom werken ook wij met de postcoderoos, zonnepanelen op andermans dak. De gemeente heeft een aantal daken beschikbaar gesteld want op de zeventiende-eeuwse grachtenpanden in het centrum zijn er beperkte mogelijkheden voor zonnepanelen. Dat doen we in de gehele regio. En als ik zie hoeveel geschikte daken er op industrieterreinen zijn, dan weet ik zeker dat we daar ook stappen gaan maken. Windturbines zorgen voor veel discussie. Die hebben invloed op het landschap en wij willen ze niet in de Biesbosch of bij Kinderdijk. Als je uitrekent hoeveel vierkante meters zonneweide en hoeveel windmolens wij nodig hebben om energieneutraal te worden, dan hebben we nog veel dilemma’s op te lossen. Onder de huidige techniek zetten we dat areaal hier niet weg en is een deel duurzame opwekking buiten de regio nodig.’

De regionale energiestrategie is bedoeld om lokale en regionale keuzes af te wegen om de opgave te halen. Heeft u een alternatief voor de windturbines?
‘Iedere gemeente heeft discussies over windturbines. Het is fijn om regionaal vast te stellen waar het wel of niet kan. Natuurlijk kan het niet zo zijn dat één gemeente de windmolens moet plaatsen en de rest niet. Dan moet je iets anders verzinnen. Het warmtenet is hier goed in te passen. Dat draait nu nog op afval, maar vanwege de afvalscheidingsambities houdt dat straks op. Het netwerk is aangelegd om andere warmtebronnen te gebruiken zoals geothermie met warmte uit de grond. We werken hier aan een openbaar warmtenet waar je straks zelf voor je leverancier kunt kiezen. We kunnen op termijn het warmtenet Drechtsteden verbinden met het havencomplex in Rotterdam waar onwaarschijnlijk veel energie gewoon verdampt. Vooralsnog is HVC de investeerder en die exploiteert het warmtenet de komende jaren, maar op termijn behoort dat tot de mogelijkheden.’

Energie is voor iedereen een kostenpost

Drechtsteden energieneutraal in 2050. Wat betekent dat in sociaalmaatschappelijke zin?
‘Energie is voor iedereen een kostenpost. Goed wonen betekent ook goed voor energie zorgen en daarom is het mooi dat de woningcorporaties meedoen. Soms gaat het om kleine maatregelen met een groot effect. Er zijn inwoners die als energieambassadeurs deur-voor-deur met eigenaren van jarenzestig-koopwoningen het gesprek aangaan over spouwmuurisolatie en tochtstrippen. Dan gaat het over enkele duizenden euro’s die voor meer comfort en een lagere energierekening zorgen, maar een financiële hobbel vormen voor de eigenaren. Het zou mooi als we daar in de komende jaren ook stappen kunnen maken. Laten we ervoor zorgen dat iedereen meegaat in de energietransitie.’

In economische zin ontdekte u dat er geld te verdienen valt.
‘We geven per jaar een miljard euro aan energie uit, dat geld gaat grotendeels naar partijen buiten de regio. Doordat wij lokaal veel energie gaan produceren en investeren in besparen, blijft dat geld in de regio. Dat is een prachtig economisch perspectief voor de technische bedrijven en installatiebranche binnen ons gebied.’

Wat betekent dat voor de gemeente?
‘De gemeente merkt dat ze steeds meer moet participeren op de ontwikkelingen in de samenleving. Zie de transitie van het sociaal domein. We moeten eraan wennen dat we niet langer de sturende partner zijn, maar deelnemen in datgene wat naar ons toekomt. Haal op wat er in de samenleving zit. Kom elkaar niet alleen tegen als het heel spannend is, maar ontmoet elkaar regelmatig; dat helpt. Energietransitie zit in een interessant spanningsveld, er is niet één probleemeigenaar, we doen het met zijn allen. Als er dan dingen mislopen, wordt er wel vaak naar de gemeente gekeken. Dat vergt enige lenigheid. Onze taken in het sociaal domein zijn wettelijk vastgelegd. Ook de energietransitie is groot en complex en landelijke kaders kunnen dan helpen, denk aan een klimaatwet, een nieuw energieakkoord, of aan bouwregelgeving.’

Aanbevelingen Programma Regionale Energiestrategieën

Drechtsteden is een van de pilotregio’s uit het Programma  Regionale Energiestrategieën. De deelnemende regio’s werken aan een langetermijnstrategie met een stappenplan voor de kortere termijn om uiterlijk in 2050 energieneutraal te zijn. Het Programma Regionale Energiestrategieën is een samenwerking van de ministeries van EZ, IenM en BZK, VNG, UvW en IPO. Er zijn vijf pilotregio’s en twee ‘goed op weg’-regio’s. Naast deze zeven regio’s is er een lerend netwerk met twintig regio’s (waaronder de pilotregio’s). Deze week lieten de zeven regio’s tijdens het congres Regionale Energiestrategie in Amersfoort zien waar ze staan, wat ze tot nog toe tegenkwamen, waar ze naar toe willen en welke hobbels er genomen moeten worden.

Uit de opgestelde scenario’s voor de energietransitie, verder uitgewerkt in afspraken met bedrijven en uitvoeringsprogramma’s met de medeoverheden, zijn vijf aanbevelingen opgesteld:

1.    Organiseer samenwerking op gebiedsgerichte en sectorale aanpak.

2.    Planning en wetgeving uitfaseren fossiele brandstoffen.

3.   Gezamenlijke communicatie mijlpalen.

4.   Eenduidige definities, kengetallen, data en tools voor monitoring.

5.   Toeleiding naar kapitaal nationaal organiseren.

Zie ook: Energiestrategie is een kwestie van lange adem (VNG-nieuwsbericht, 5 oktober 2017)