Debat: Gevallen colleges moeten demissionair blijven

nummer 2, 10 februari 2017

Auteur: Leo Mudde

Vorig jaar vormde in drie gemeenten (Gouda, Veenendaal en Eersel) alleen de burgemeester nog het college van B en W omdat alle wethouders moesten opstappen. Een slechte zaak, vindt de Wethoudersvereniging. De Gemeentewet zou moeten worden aangepast om demissionaire colleges mogelijk te maken. Die kunnen de lopende zaken behandelen tot een nieuw college aantreedt.

‘Een kapitein alleen kan een schip niet lang op de juiste koers houden’

 

Wethouder Joyce Langenacker (PvdA) van Haarlem (en bestuurslid van de Wethoudersvereniging) vindt het niet wenselijk dat alle wethouders per direct moeten opstappen.

Goed voorstel van de Wethoudersvereniging, zo’n demissionaire status voor een gevallen college.

‘Ja toch? Als je ziet dat het afgelopen jaar in drie gemeenten alle wethouders opstapten, wordt het tijd om daar over na te denken. Zeker omdat in bijna alle gevallen dezelfde wethouders weer terugkeerden, kun je je afvragen: was het niet efficiënter geweest om te blijven zitten en op de winkel te passen?’

Raar dat de Gemeentewet hier niet in voorziet.

‘Tja, de wet regelt wel dat een wethouder die ontslag neemt nog hooguit een maand aanblijft – behalve als hij per direct opstapt natuurlijk. Maar wat er moet gebeuren als álle wethouders vertrekken, is niet goed geregeld. Vandaar het voorstel van de Wethoudersvereniging.’

Toch bestaan Gouda, Veenendaal en Eersel nog. Er zit dus een vangnet in ons stelsel om het opstappen van een college te ondervangen, namelijk de Kroonbenoemde burgemeester. Het systeem werkt dan toch?

‘De vraag is of het wenselijk is. Als de burgemeester als enige overblijft, is de druk om een nieuw college of een nieuwe coalitie te vormen, groot. Dat kan ten koste gaan van de zorgvuldigheid. Als de wethouders blijven zitten, kan een formatie de tijd krijgen die daarvoor nodig is.

‘Bovendien is het slecht voor de rechtspositie van de wethouders. Ontslag nemen heeft gevolgen voor bijvoorbeeld de hoogte van de wachtgeldregeling. Als een wethouder niet goed functioneert en moet opstappen, dan heb ik daar geen moeite mee.’

De burgemeester van Veenendaal was juist blij dat de wethouders niet bleven zitten. De verhoudingen binnen het college waren te zeer verstoord.

‘Het is aan de partijen in de raad om te bepalen of individuele wethouders wel met de anderen in één team kunnen zitten. Daar zouden ze vooraf ook goed over na moeten denken, zodat het niet tot zo’n crisis hoeft te komen.’

De kritische burger kan zeggen: zie je wel, ze houden elkaar de hand boven het hoofd. Ze zijn weggestuurd, maar blijven toch gewoon zitten.

‘Wat is belangrijker, bang zijn voor wat sommigen van iets vinden of verantwoordelijkheid voor je gemeente nemen? Het schip moet wel blijven varen. Dat gaat beter als de bemanning aan boord blijft. Een kapitein alleen kan een schip niet lang op de juiste koers houden.’

‘Als de verhoudingen echt verstoord zijn, moet je niet blijven zitten’

 

Burgemeester Wouter Kolff (Veenendaal) bleef alleen achter nadat alle andere collegeleden waren opgestapt. Best lastig, maar toch was het goed dat de wethouders niet demissionair aanbleven.

U was eind 2016 een van die burgemeesters die alleen achterbleef.

‘Ja, dat klopt. Vier van de vijf wethouders stapten op omdat zij niet meer konden samenwerken met de vijfde. Die diende daarna ook zijn ontslag in. Die situatie duurde ongeveer een maand, van half november tot eind december.’

Treurig en bedroevend, noemde u de situatie in de Gelderlander.

‘Dat was het ook. We hadden veel energie in het college gestoken, maar toch raakten de verhoudingen verstoord. Het is echt een noodgreep als de burgemeester het alleen doet, we zijn tenslotte een wethoudersland. Deze noodgreep moet echter wel mogelijk blijven in uitzonderlijke situaties. Het enige voordeel was dat de collegevergaderingen minder lang duurden.’

U overlegde met uzelf aan de ontbijttafel.

‘Zo erg was het nou ook weer niet. Ik had wel de nodige stafleden om me heen, er moesten toch dingen gebeuren. We hadden ook te maken met gemeenschappelijke regelingen waar Veenendaal in participeert, dat werk ging gewoon door. Zo’n samenwerkingsverband trekt zich niets aan van een lokale politieke crisis.’

Het was dus best zwaar voor u.

‘Het was niet altijd gemakkelijk. Maar we hebben het zien aankomen, daardoor kon het college toen het nog voltallig was veel zaken afronden of op de rails zetten. Ik bleef niet achter met de scherven.’

Na zo’n ervaring moet het voorstel van de Wethoudersvereniging u als muziek in de oren klinken. Het voorkomt dat de burgemeester in een dergelijke situatie te zwaar wordt belast.

‘In z’n algemeenheid ben ik het wel eens met het pleidooi. Maar ik zou het niet willen toepassen in alle situaties. Bij ons waren de verhoudingen echt verstoord en er was een onwerkbare situatie. Dan moet je niet blijven zitten, maar kun je beter door de zure appel heen bijten. Bovendien heeft het ook iets opgeleverd.’

Zoals?

‘Het overleg met de fractievoorzitters was in die wethouderloze maand intensief, dat vond ik erg prettig. Het was voor mij een nieuwe ervaring, we stonden voor eenzelfde doel: zo goed en zo snel mogelijk uit de vervelende situatie komen. En we hebben geleerd dat het heel goed werkt om van alle dossiers een samenvatting van één A’tje te hebben. Dat zorgt ervoor dat raad, college en ambtelijke organisatie meer in hoofdlijnen moeten denken.’