De sociale impact van de ondergrond

Nummer 20, 15 december 2017

Auteur: Leo Mudde | Beeld: © Peter Hilz/HH

Zonnepanelen en windmolens domineren de discussie over de energietransitie. Zij vormen echter maar een piepklein deel van het vraagstuk van de duurzame toekomst. Misschien wel het grootste probleem is onzichtbaar, dat zit onder de grond. Maar over die ondergrond wordt nauwelijks gesproken, ook omdat de kennis erover ontbreekt.


De gemeente Leiden heeft grote plannen met de energietransitie. Leiden moet, net als 387 andere gemeenten, van het gas af. Onder meer de woonwijk Leiden Zuidwest en het stationsgebied werden uitgekozen als proefgebieden. Het gebied rond het station, met nieuwe bedrijfs- en woonfuncties, moet worden aangesloten op het warmtenet voor transport van restwarmte uit de Rotterdamse haven. Een ingrijpende aanpassing van de ondergrondse infrastructuur moest de weg daarvoor effenen.
Maar toen de straat was geopend om de leidingen voor het warmtenet, dat het gas moet vervangen, erin te leggen, bleek daarvoor geen ruimte. ‘Er ligt gewoon te veel’, zegt Fred Goedbloed van de gemeente Leiden. ‘Alle zware dingen die je maar kunt bedenken liggen daar. Voor de twee buizen die nodig zijn voor een warmtenet, een voor de aanvoer van warm water en een voor de afvoer van koud water, is geen ruimte. Dat past daar absoluut niet.’
En dat is geen typisch Leids probleem, het speelt in heel Nederland, vooral in het stedelijk gebied waar de ondergrond een wirwar is van kabels, leidingen en buizen. De ondergrond, zegt Goedbloed, is nu al overbelast, een extra systeem is lastig in te passen.

Anders kijken

Het dwingt gemeenten anders te kijken naar ruimte en ruimtelijke ordening. Volgens de nieuwe Omgevingswet moeten ruimtelijke-ordeningsplannen worden afgestemd met andere lokale programma’s. Klimaatadaptatie en energietransitie blijken dermate grote opgaven, dat gemeenten niet langer kunnen volstaan met het kijken door alleen een ruimtelijke bril. Wat tot nu een fysieke opgave leek, blijkt verreikende sociale gevolgen te hebben.
Goedbloed: ‘Het Rijk denkt te gemakkelijk dat gemeenten zichzelf wel klimaatbestendig kunnen maken. Ik vraag me af, of het zich wel realiseert wat het lokaal betekent. De hele stad wordt opengetrokken, letterlijk alle straten moeten eruit. Dan praat je over bedragen die gemeenten niet kunnen betalen. Er zullen nieuwe afspraken moeten worden gemaakt voor deze enorme opgave.’

Ik vraag me af of het Rijk zich wel realiseert wat dit lokaal betekent

Leiden heeft een dubbel probleem. Niet alleen is de ondergrond vol, ze zakt ook nog eens. De slappebodemproblematiek in – vooral – het westen van het land, speelt ook in Leiden. ‘De bodem daalt, de straten zakken en dat kost geld. De gemeente en onze inwoners moeten dat opbrengen.’
De riolering zakt mee. Er valt steeds meer hemelwater in steeds kortere tijd, de riolering kan dat niet meer verwerken. ‘We gaan uit van een aantal vaste waarden’, zegt Jongbloed. ‘Zoals een werkende riolering en goedkope energie. Maar we zijn op het punt gekomen dat sommige verworvenheden onhoudbaar zijn. Over de oplossingen wordt vaak simpel gedacht. Windmolens of zonnepanelen ergens ver weg bij de overburen plaatsen lijkt eenvoudig, maar het bijhorende net van kabels en leidingen is financieel bijna niet op te brengen.’

Eerlijk verhaal

Henk van den Berg is door de gemeente Utrecht ‘uitgeleend’ aan de VNG en het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat om gemeenten te helpen bij het inzicht krijgen in hun ondergrond in relatie tot de energietransitie. De komende drie jaar bezoekt zijn team, waarvan kennisinstituut Deltares ook deel uitmaakt, meer dan tweehonderd gemeenten om te bekijken wat er lokaal speelt, welke duurzaamheidsopgaven de gemeente heeft en hoe die zich verhouden tot de ondergrond. 
Belangrijk is, zegt Van den Berg, dat gemeenten hun inwoners straks ‘het eerlijke verhaal’ vertellen. Dat gaat verder dan techniek, er zal ook bij gezegd moeten worden wat de gevolgen voor de inwoners zijn. Dat is lastig omdat niet alles van tevoren bekend is, maar als ergens het spreekwoord ‘eerlijkheid duurt het langst’ geldt, dan is het wel hier. De communicatie over de duurzaamheidsopgaven mag geen nieuw ‘Groningen’ worden. Hoewel bij het begin van de gasboringen in de vorige eeuw al bekend was dat er risico’s waren, heeft het Rijk – verantwoordelijk voor de gaswinning – altijd sussende woorden gesproken. Met als gevolg dat na de aardbevingen en de grote materiële schade van de afgelopen jaren, het vertrouwen van de Groningers in de overheid tot nul is gedaald. Dat scenario mag zich niet herhalen, zegt Van den Berg.

Over de oplossingen wordt vaak simpel gedacht

Het ‘eerlijke verhaal’ houdt onder meer in dat economische zekerheden ter discussie worden gesteld. De combinatie van een stijgende zeespiegel en een dalende klei- en veengrond leidt tot verzilting van het grondwater. De tuinders in het Westland en de bloementelers bij Lisse zullen naar andere inkomstenbronnen op zoek moeten. In Flevoland zullen boeren anders met de boden moeten omgaan om ook in de toekomst hun productie op peil te houden. Op de oude voet doorgaan, betekent minder productie en dus minder inkomen voor de boer. Het zijn voorbeelden die aangeven hoe groot de sociale impact van de ondergrond kan zijn.
Waarmee Van den Berg maar wil zeggen dat niet alles technisch oplosbaar is. ‘Technische opties zijn uiteindelijk opgebruikt waardoor keuzes ons overkomen in plaats van dat je kunt sturen op waar je eigenlijk naartoe wilt. Neem de Krimpenerwaard, bij Gouda. Daar is het waterpeil zo laag en de daling van de bodem zo groot, dat het land wordt teruggegeven aan de natuur, de techniek schiet tekort om een andere functie mogelijk te maken. Al honderden jaren wordt in Nederland grondwaterpeil verlaagd ten behoeve van de landbouw. Daarvan is nu de grens in zicht. Het enige wat je nog kunt doen, is de effecten vertragen, maar de marges worden steeds kleiner.’
De sociale gevolgen kunnen gigantisch zijn. Dat gaan we het eerst zien bij de hypotheekverstrekkers, verwacht Van den Berg. ‘Die kijken dertig jaar verder. We gaan toe naar situaties als in Miami, waar je voor een huis aan de kust geen hypotheek meer krijgt met een looptijd langer dan tien jaar.’

Aardwarmte

De hooggespannen verwachtingen van alternatieven voor fossiele energie verdienen ook een kritische blik. Neem aardwarmte of geothermie, voor velen dé vervanger van aardgas. Sinds ‘Groningen’ weet iedereen dat gaswinning niet zo veilig is als werd voorgespiegeld, maar geothermie maakt deels gebruik van dezelfde techniek met deels vergelijkbare risico’s. Ook voor aardwarmte moet geboord worden, en diep: tot 5000 meter. De kans dat je een breuklijn activeert is klein, maar ís er wel. En als het gebeurt in een stedelijk gebied kan dat stevige gevolgen hebben – hoewel deelnemen aan het verkeer wellicht risicovoller is. Van den Berg: ‘Dat hoort ook in het “eerlijke verhaal” verteld te worden.’ 
Goedbloed zegt dat Leiden dat verhaal ook vertelt aan zijn inwoners. Bijzonder effectief zijn de wijkambassadeurs die bewoners informeren en ondersteunen bij hun ambities om energiezuiniger te worden. ‘Dat stimuleert het denken over klimaat en energie enorm. Ook andere thema’s komen aan de orde, zoals de inrichting van tuinen. Wij onderzoeken nu bijvoorbeeld welke planten het goed blijven doen als het klimaat verandert. Het zijn allemaal druppels op een gloeiende plaat, kleine deeltjes van de oplossing. Maar we moeten het grote verhaal blijven vertellen.’
In dit proces zijn kennis en goede communicatie buitengewoon belangrijk. ‘Het is niet verstandig om te veel te experimenteren met oplossingen. Als je het niet zeker weet, zeggen bewoners: “Ga het eerst maar eens proberen in een wijk die niet zo moeilijk is” of: “Kan het niet anders?” Begrijpelijk, daarom moet je zo’n proces buitengewoon zorgvuldig doen. Je kunt maar een keer bij de mensen langskomen, verspeel je het vertrouwen dan doet daarna niemand meer voor je open.’
Goedbloed ziet wel dat de enormiteit van de opgaven langzaam bij gemeenten begint in te dalen: ‘Er begint er begrip te ontstaan, dat maakt veel energie los. Het zoeken naar oplossingen zorgt voor nieuwe dynamiek.’

Gasfabriek

Maar toch, de discussie is ‘best heftig’: ‘Daar moeten we open en transparant over zijn, en delen wat we weten. Bijvoorbeeld dat waterstof mogelijk door de bestaande gasleidingen kan, dat is goed om te weten als je nadenkt over je ondergrondse infrastructuur. De plekken waar alles bij elkaar komt, gas, water, elektra, worden enorm belangrijk. Het zijn vaak de plekken waar vroeger de oude gasfabriek stond. Veel steden ontwikkelen die gebieden met een puur stedenbouwkundige blik, maar als je weet dat diezelfde plek in de toekomst ook centraal moet staan voor alle nieuwe vormen van energietransport moet je daar anders naar kijken.’
Het eerlijke verhaal gaat over de toekomst, maar het begint met kennis van nu. Het is opmerkelijk, hoe weinig gemeenten soms weten over wat er in hun bodem ligt. Een particulier die in zijn eigen grond wil gaan graven, moet bij het Kadaster een zogenaamde ‘KLIC-melding’ aanvragen, om schade aan kabels en leidingen te voorkomen. Netwerkbeheerders weten waar ze liggen, zo is de gedachte. Dat klopt – tot op zekere hoogte, want ook KLIC-meldingen kennen een onzekerheidsmarge, er blind op varen kan dure gevolgen hebben.

Bestuurders hebben soms geen idee van wat er wel of niet kan

Op andere gebieden weten gemeenten soms ook niet waar ze het over hebben. Zo was Van den Berg op bezoek bij een gemeente die tegen een voorgenomen gaswinning is. ‘De gedachte was: kunnen we het niet afkopen met windmolens? Ze dacht er met tien, vijftien molens wel te komen, maar na wat rekenen bleek het om enkele duizenden windmolens te gaan. Daar schrokken ze wel even van. Bestuurders hebben soms geen idee van wat er wel of niet kan, dat geldt ook voor de ondergrond, zoals Leiden merkte. Of Utrecht: ProRail moest in het stationsgebied leidingen aanleggen, maar stuitte op damwanden die hun collega’s een halfjaar eerder bij een andere klus hadden geplaatst en niet hadden weggehaald, zonder dit aan de gemeente melden.’

Over ondergrond is nog weinig bekend 


De gemeentelijke kennis van de ondergrond gaat vaak niet dieper dan een paar meter. ‘Maar als het gaat over boren naar gas, of aardwarmte – dat gaat heel diep, daar komt ook fracking bij kijken, dan is daar heel weinig over bekend, net als bijvoorbeeld over de opslag van CO2.’

Dat zegt Tjeerd van der Zwan, burgemeester van Heerenveen en voorzitter van de Vereniging van Friese Gemeenten. De rol van de bodem moet opnieuw worden bekeken, vind hij.
Van der Zwan heeft het initiatief genomen om met een aantal gemeenten die te maken hebben met de (voorgenomen) winning van kleine gasvelden het gesprek aan te gaan met het ministerie van Economische Zaken. Deze week was er een eerste bijeenkomst van dit nieuwe platform. Doel: begrip krijgen voor elkaars situatie, en voorkomen dat in de toekomst overheden weer tegenover in plaats van naast elkaar komen te staan.
De ondergrond is ‘geweldig belangrijk’ voor de energieopgave, zegt Van der Zwan. ‘Samen met provincies en de waterschappen willen de gemeenten de energietransitie voortvarend oppakken, maar daarvoor is kennis van de ondergrond nodig. En het is nodig dat het Rijk kennis heeft van de lokale situatie. Rijk en gemeenten moeten samen die geweldige opgave aanpakken en niet tegenover elkaar staan. Dan halen we de klimaatdoelen nooit. Het delen van kennis is daarbij een belangrijk punt.’

Onafhankelijk

Kennis die betrokken kan worden van onafhankelijke instituten als het KNMI of TNO. ‘Een bedrijf als Vermillion, dat kleine gasvelden exploiteert, schrijft ook onderzoeksrapporten. Maar als daarin staat dat er geen risico’s zijn, gelooft niemand dat omdat het niet onafhankelijk is. Voor de Omgevingswet moeten we straks een visie op de ondergrond hebben. Dat vereist deskundigheid. Het KNMI beschikt over langjarige informatie over de ondergrond en heeft ervaring met het inschatten van seismische risico’s.
Hoe zorg je ervoor dat kennisinstituten en onderzoeksgroepen aansluiten bij onze lokale vragen en opgaven? Daar willen we met ons platform aan werken.’
In zijn eigen Heerenveen werd Van der Zwan geconfronteerd met het feit dat de gemeente niet altijd weet wat er in haar eigen ondergrond gebeurt. ‘We hebben een duurzame nieuwbouwwijk. Wij stimuleerden dat nieuwe bewoners die een gasloze woning wilden, die ook kregen. Maar toen bleek dat er onder die wijk gas wordt gewonnen, door een installatie in de buurgemeente. Bij de overgang van de nieuwe Mijnbouwwet is dat toegestaan, zonder te wachten op de goedkeuring door de minister. Het is ironisch dat wij gasloos bouwen, terwijl onder die woningen gas wordt gewonnen. Dat is lastig uit te leggen.’

Waardevol

Het zijn dergelijke situaties die ervoor zorgen dat overheden tegenover elkaar komen te staan. ‘Dit snapt niemand. De gemeente en de provincie adviseren negatief over gaswinning, maar het Rijk geeft toestemming. Dat gaat wringen, ook bij de energietransitie, bijvoorbeeld als er sprake is van opslag van CO2. Wij willen die energietransitie goed oppakken, maar hoe gaan we dat waarmaken als we aanvaringen met het Rijk krijgen?’
Daarom is het zo waardevol dat ‘zijn’ platform nu in gesprek is met EZ. ‘Het past ook in de nieuwe rol van de VNG’, zegt Van der Zwan, zelf secretaris van het VNG-bestuur. ‘We willen meer een netwerkorganisatie worden en inspelen op actuele ontwikkeling, met de inzet van tijdelijke expertteams. Die kant wil ik op.’
Van der Zwan: ‘Er speelt ongelooflijk veel in de ondergrond, denk bijvoorbeeld aan de veenweidegebieden die veel CO2 uitstoten. Die ondergrond wordt zo belangrijk voor de toekomst. We moeten echt voorkomen dat overheden hierover met elkaar over straat rollebollen.’