De ritmische stad - Caroline Nevejan over het nut van de ontwerpmethodologie

VNG Magazine nummer 17, 9 november 2018

Auteur: Leo Mudde | Beeld: Dirk Brand

Alles heeft een ritme, zong Frizzle Sizzle meer dan dertig jaar geleden al. Dat geldt ook voor de stad. Alleen: de ritmes van de stad zijn nooit in kaart gebracht. Caroline Nevejan deed het wel en is overtuigd van het nut ervan. Want een gemeente die de ritmes van de stad kent, kan ze gebruiken voor het aanpakken van de grote vraagstukken. 

Bij winkelcentrum De Saen in Assendelft (Zaanstad) is het ritme van de bezoekers onderzocht om conclusies te kunnen trekken over het gevoel van veiligheid in de buurt


Sinds anderhalf jaar is Caroline Nevejan Chief Science Officer bij de gemeente Amsterdam, een functie die ze combineert met een aanstelling aan de Universiteit van Amsterdam als bijzonder hoogleraar Designing Urban Experience. Zegaat vormgeven aan een nieuw onderzoeksprogramma waarin samen met bewoners, wetenschappers, kunstenaars, ontwerpers en ambtenaren grootstedelijke vraagstukken worden opgepakt.
Amsterdam heeft de leerstoel ingesteld. De stad verwacht dat Nevejan, haar onderzoeksgroep en de studenten de maatschappelijke agenda nog beter kunnen verbinden met de wetenschap dan nu het geval is. Die band is al hecht, zo zijn er ‘academische werkplaatsen’ waarin alle beschikbare expertise van de stad bij elkaar komt.

Inventariseren

Nevejan: ‘Wij inventariseren jaarlijks alle onderzoeken van de gemeente Amsterdam. Dat zijn er een paar honderd, die wij vervolgens matchen met deskundigheid van elders. Bijvoorbeeld: onze gemeentereiniging weet alles over schoonmáken, maar niet over schoonhóúden. Dat gaat over het gedrag van mensen. Daarom gaan we nu een traject in met psychologen, sociologen, kennisinstellingen en kunstenaars. Die brengen we samen in een academische werkplaats om over dit vraagstuk na te denken.’

Nieuw is het niet. Zo werkt de Amsterdamse GGD al jaren met academische werkplaatsen waar wetenschap en praktijk elkaar ontmoeten. ‘We hebben ook een ronde tafel over mobiliteit waar alle universiteiten en hogescholen aanschuiven. Die werkt nu aan een evaluatie van de Noord/Zuidlijn. Door naar elkaar te luisteren, samen te praten over wat je doet, ontstaat een gemeenschappelijke taal. ‘Het leuke in Amsterdam is dat er hoogleraren zijn die zowel bij de universiteit als bij de gemeente werken. Via de gemeente hebben ze toegang tot heel interessante data. Andersom wordt in de wetenschap nieuwe methodologie ontwikkeld waarvan de gemeente weer profiteert.’

Daarnaast kent de gemeente al dertig jaar een informeel overleg waarin onderzoekers uit alle stadsdelen en afdelingen over van alles en nog wat van gedachten wisselen. ‘Welke politieke wind hier ook waait, dat platform blijft bestaan. Met een databank waarin al meer dan 2200 onderzoeken zitten. Zelfs na hun pensioen blijven mensen meedenken.’

Nevejan is sociaal wetenschapper, maar heeft een diverse achtergrond. Ze was onder meer docent en onderzoeker aan de TU Delft, directeur Onderwijsresearch en Design bij de Hogeschool van Amsterdam, oprichter/directeur van Waag Society en programmeur bij Paradiso. In die laatste twee functies bracht ze veel werelden bij elkaar: de computertechnologie, de sociale en exacte wetenschappen, kunstenaars, ontwerpers en architecten. Werelden die meestal langs elkaar heen leefden. Zonde, vindt ze, want ze kunnen zoveel van elkaar leren.

Doordat mensen tegelijkertijd dingen doen, ontstaat cohesie

Mobiele telefoon

Design, zegt ze, is voor de sociale wetenschappen een gekke tak van sport. ‘Het is raar dat de hele ontwerpmethodologie, die zich bezighoudt met het ontwerpen en construeren van technieken en systemen en sociale structuren, door de sociale wetenschappen niet is herkend en onderkend. Voor mij, als socioloog, is het vanzelfsprekend dat ik me met de netwerksamenleving bezighoud. Toen de computer aan z’n opmars begon, probeerde ik de sociale wetenschappen te betrekken bij de discussies over de gevolgen ervan. Maar dat gebeurde niet. En ook in de grote laboratoria zag je voornamelijk veel engineers en een enkele psycholoog. De volgende groep die erbij kwam, waren de ontwerpers. Want als iets niet goed is ontworpen, wordt het niet gebruikt. Daar hadden de sociale wetenschappen bovenop moeten zitten, omdat daar de trends van de toekomst werden geboren.’ De sociologen van de jaren negentig waren blind voor de impact die Nokia met zijn mobiele telefoon op de samenleving zou hebben. ‘Die uitvinding heeft het gebruik van de openbare ruimte veranderd, onze relaties met elkaar, de manier waarop we ons lichaam gebruiken. Maar ik ben in al die jaren in de grote laboratoria geen socioloog tegengekomen.’

Nevejans missie, het samenbrengen van allerlei disciplines, kwam goed tot uiting in het project City Rhythm. Onder haar leiding werkten ambtenaren van zes steden samen met studenten, wetenschappers en kunstenaars aan een nieuw model voor het beïnvloeden van de ‘ritmes van de stad’, met als doel: vergroting van de sociale veiligheid.
‘Ritmes in een stad of buurt zijn heel belangrijk’, zegt Nevejan. ‘Mensen laten tegelijkertijd hun hond uit, brengen tegelijkertijd hun kinderen naar school, zitten dagelijks in dezelfde bus of doen op hetzelfde moment boodschappen bij Albert Heijn. Doordat ze tegelijkertijd dingen doen, ontstaat cohesie, een sociale structuur waaruit vertrouwen kan ontstaan. Ik wilde daar iets mee doen. Ik heb mijn ideeën gepresenteerd bij de gemeenten en zij verwachten ook dat zoiets als ritme kan bijdragen aan sociale veiligheid.’

Zes steden

Samen met Hedwig Miessen, nu directeur van het Urban Data Center van Den Haag, heeft Nevejan zes steden bereid gevonden aan het onderzoek mee te doen. Den Haag, Zaanstad, Helmond, Rotterdam, Zoetermeer en Amsterdam stelden geld en ambtenaren beschikbaar voor het project waaraan ook de TU Delft, Wageningen Universiteit, het Amsterdam Institute for Advanced Metropolitan Solutions en het Amsterdam Health and Technology Institute meewerkten. Doel was het herkennen van het ritme van een buurt en daar vervolgens iets mee doen om de veiligheid te vergroten.

Een voorbeeld: Amsterdam wilde alleenstaande moeders in Amsterdam-Zuidoost meer betrekken bij activiteiten als cursussen, opleiding en werk. Na een analyse van het ritme van de jonge moeders en dat van de organisaties die de activiteiten aanboden, kwamen studenten erachter dat die twee niet samenvielen. Bij nadere beschouwing bleek dat het ritme van de moeders wel synchroon was met dat van een aantal informele organisaties. Als de gemeente de doelgroep wilde bereiken, moest ze dus in die informele structuren investeren. Dat heeft inmiddels geleid tot een aanpassing in de manier waarop de gemeente in Zuidoost de alleenstaande moeders nu benadert.

Nog een voorbeeld: bewoners van een verzorgingsflat in Rotterdam voelden zich niet veilig vanwege de jongeren in hun wijk en durfden geen wandeling meer te maken. De studenten brachten de ritmes van beide groepen in kaart en constateerden dat ze elkaar niet ontmoetten: hun ritme leidde de ouderen ’s morgens naar het winkelcentrum, de jongeren kwamen daar vooral ’s middags. Om de ritmes op elkaar af te stemmen, bedachten de studenten een onlinedienst: de jongeren, altijd verlegen om een extra zakcentje, konden geld verdienen door ’s morgens een uurtje met de ouderen te gaan wandelen.

Van ritme naar algoritme

Volgens Nevejan is de ontwerpmethodologie zoals die in City Rhythm is toegepast om een sociaal vraagstuk aan te pakken, uniek. Juist door ontwerpers, computer- en sociale wetenschappers en kunstenaars bij elkaar te brengen, konden de bestaande ritmes in kaart worden gebracht en vertaald naar de stad.

In een  volgende stap van het onderzoek heeft het City Rhythm-team op basis van microdata van het CBS de stap van ritme naar algoritme gemaakt. Met een nieuwe terminologie: beats, base rhythms en street rhythms en ritmes in de verschillende buurten van de zes steden werden op basis van deze vele datasets gevisualiseerd.  Vervolgens is met mensen uit de verschillende buurten gekeken of men de vergelijkbare base rhythms herkende – en dat bleek het geval.

De komende vijf jaar gaat Nevejan, samen met Scott Cunningham van de TU Delft en met subsidie van NWO, City Rhythm verder uitwerken. Zij willen heel precies gaan onderzoeken hoe ritmes sociale veiligheid beïnvloeden en dit ook in datasets nauwkeurig vaststellen. Daarnaast gaan zij dieper verkennen hoe bepaalde visualisaties betekenissen beïnvloeden. Ook in dit grotere onderzoek is ruimte voor verschillende gemeenten om mee te werken.

Visualisatie City Rhythm

City Rhythm, logbook of an exploration, by Nevejan & Sefkatli & Cunningham (bestellen)

Oratie


Caroline Nevejan houdt donderdag 15 november haar oratie waarmee ze het bijzonder hoogleraarschap van de leerstoel Designing Urban Experience aan de Universiteit van Amsterdam aanvaardt. De titel van haar rede is Urban Reflection - On the design of diverse engagement in the networking city of Amsterdam.