‘De illegale handel aan de achterdeur is geen optie’

VNG Magazine nummer 13, 13 september 2019

Auteur: Marten Muskee

Drie vragen aan... Milène Junius, burgemeester van Hellevoetsluis  

Burgemeester Milène Junius van Hellevoetsluis legt uit waarom haar gemeente meedoet aan het wietexperiment, wat haar verwachtingen daarbij zijn en hoe het experiment verder wordt ingevuld.


1. Waarom doet Hellevoetsluis – een beetje een atypische gemeente in het rijtje deelnemers – mee aan het experiment?
‘De gemeenteraad diende in 2017 een motie in met het verzoek mee te doen aan het wietexperiment. Toen waren de randvoorwaarden nog niet bekend. Eerlijkheidshalve had ik niet direct verwacht had dat we ook geselecteerd zouden worden. Kijkend naar de inrichting van het experiment, vond ik het meer iets voor de grote gemeenten en grensgemeenten. Wij zijn een gemeente van 40.000 inwoners en de coffeeshop heeft een verzorgingsgebied van ongeveer 200.000 inwoners. Het is de enige coffeeshop op de Zuid-Hollandse eilanden Goeree-Overvlakkee en Voorne-Putten. Mijn grootste probleem met de coffeeshop is de verkeerstoestand. Dan hebben we het over directe praktische overlast. De coffeeshop ligt binnen de oude vesting en de auto’s komen allemaal door de stadsmuur aanrijden. Daarnaast hebben we te maken met gezondheidsproblemen en verslavingsproblematiek. De gezondheidsrisico’s vormen een groot aandachtspunt in dit experiment.’

2. Wat verwacht u van het experiment?
‘Ik vind het interessant om te kijken of het inderdaad lukt om de illegale toevoer aan de achterdeur te legaliseren en hoop dat wij daar een bijdrage aan kunnen leveren. De criminaliteit die gepaard gaat met de drugsproblematiek en de verslaving vind ik verschrikkelijk. Het liefst zou ik eigenlijk geen coffeeshops zien, maar dat is mijn persoonlijke mening. We hebben intussen een constructief gesprek gehad met de twee verantwoordelijk ministers. Daar is ons uitgelegd wat de bedoeling is van het experiment en waarom wij als gemeente zijn geselecteerd. De meeste vragen gingen over de kwaliteit van de legaal geteelde wiet. Die moet van hetzelfde kwaliteitsniveau zijn als wat er nu verkocht wordt om illegale straathandel te voorkomen. De ministers zijn ervan overtuigd dat de telers hiertoe in staat zijn. Besloten is geen maximum in te stellen aan het thc-gehalte om zo dicht bij het huidige aanbod te blijven. De zorg voor illegale straathandel is bij mij aanwezig, maar die manifesteert zich pas als de kwaliteit niet voldoende is. Dan hebben we een ander gesprek met de minister.’

3. Twijfelde u niet toen diverse gemeenten afhaakten in aanloop naar het experiment?
‘Dat ging onder meer over de vraag wat er na vier jaar gebeurt als het experiment afloopt. Moeten de coffeeshophouders dan weer het illegale circuit in? Zowel Hellevoetsluis als de coffeeshophouder geeft aan het interessant te vinden om mee te doen aan dit experiment. Je moet toch een keer ergens beginnen als we vinden dat de illegale handel aan de achterdeur geen optie is. Er komt nu een onderzoekscommissie die het gesprek aangaat met de coffeeshophouders. Die geven aan welk aanbod zij interessant vinden en kunnen kiezen met welke teler ze in zee willen. Daar staat de gemeente verder buiten. Wat de impact is op de handhaving, weten we nog niet. Ik ga er in eerste instantie vanuit dat de situatie niet ingrijpend wijzigt. Wel is het zo dat coffeeshophouders een grotere handelsvoorraad mogen aanhouden, daar kan een risico aan zitten. Het is prettig dat we daar over kunnen sparren binnen de groep van tien gemeenten die het experiment aangaan.’