Commentaar: Wielklem op de woningmarkt

VNG Magazine nummer 17, 9 november 2018

De laatste maanden is er veel te doen om woonwagens. Het Rijk kreeg een tik op de vingers van de Nationale ombudsman: invulling geven aan het woonwagenleven is een mensenrecht. Er moeten dus plekken zijn waar mensen in woonwagens kunnen (blijven) wonen. Sommige gemeenten hanteren het beleid om het aantal standplaatsen geleidelijk aan terug te dringen. Door de uitspraken van de ombudsman wordt dit beleid niet langer houdbaar.

In het Beleidskader gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid, dat de minister van BZK vlak voor de zomer naar de Kamer stuurde, worden gemeenten en woningcorporaties opgeroepen de legitieme leefwensen van woonwagenbewoners als uitgangspunt te nemen. Wat mij betreft, is deze oproep niet nodig. Als ik namens gemeenten spreek, dan kan ik zeggen dat het respecteren van mensenrechten altijd ons uitgangspunt is.

Maar door de uitspraak van de ombudsman en de vertaling daarvan zitten veel gemeenten nu wel klem. Met het beleidskader in de hand hebben (aspirant-)woonwagenbewoners op verschillende plaatsen in Nederland namelijk al terreinen bezet. Dat kan natuurlijk niet. De minister heeft hier in antwoorden op Kamervragen meteen afstand van genomen. Daarmee zijn de problemen ter plaatse echter niet opgelost. Of er standplaatsen bij moeten komen, en vooral ook wáár, blijft een lokaal besluit. De uitspraak van de ombudsman geeft hier randvoorwaarden voor, maar bepaalt niet het tempo.

Dit vraagt vooral om veel meer flexibele woonvormen

Bovendien worden de rechten van woonwagenbewoners nu met name bezien vanuit een huisvestingsperspectief. Dat brengt uitdagingen met zich mee op de zeer krappe woningmarkt in flinke delen van ons land. Daar trekken mensenrechten zich, terecht, niets van aan. Wat helaas buiten beeld blijft, is dat het terugdringen van standplaatsen vooral werd gemotiveerd door zorgen om openbare orde en veiligheid. De voorbeelden van woonwagenlocaties als uitvalsbasis voor criminaliteit en soms ook als no-goarea’s voor politie en OM zijn legio. Een recht op wonen betekent niet ook een recht op verstoren of ondermijnen.

Natuurlijk maakt niet iedere individuele woonwagenbewoner zich schuldig aan strafbare feiten. Maar met de verantwoordelijkheid voor de openbare orde en veiligheid kan en mag de gemeente niet lichtvaardig omgaan. Ondermijning is geen modewoord maar een reële dreiging. Gemeenten moeten dit betrekken bij besluitvorming over huisvesting, ook als het om huizen op wielen gaat. Daarbij mag de expliciete steun van de minister niet ontbreken.

Jantine Kriens is Algemeen directeur van de VNG: jantine.kriens@vng.nl@kriens