Column Martijn van der Steen: Boerka-boa

VNG Magazine nummer 19, 7 december 2018

‘Dat gaan wij niet doen. Ik vind dat zóó niet bij onze stad passen.’ Met deze woorden ontketende burgemeester Femke Halsema van Amsterdam een relletje dat interessant is voor elke gemeentebestuurder.

Den Haag echode dat ‘de wet geldt, ook in Amsterdam’. Rechtsongelijkheid is niet aan de orde. Maar dat is ook niet wat Halsema wil. De burgemeester stelt prioriteiten voor de inzet van lokale capaciteit voor handhaving. Die is schaars en scherpe keuzes zijn nodig. Het niet actief najagen van boerka’s is dan een verdedigbare keuze. De burgemeester doet waar zij voor is. Zij stelt prioriteiten over inzet. Daar wordt het tweede deel van de uitspraak van de burgemeester interessant. Zij stelt prioriteiten op basis van een ‘Amsterdams’ beeld. Ook dat is prima. In een gedecentraliseerde eenheidsstaat is het de bedoeling dat op lokaal niveau prioriteiten worden gesteld die lokale voorkeuren weerspiegelen. Als dat in Amsterdam betekent dat het boerkaverbod niet wordt gehandhaafd, dan is dat in lijn met het model.

Het lokaal bestuur krijgt er een extreem dossier bij

Spannend wordt het als we dat uitgangspunt leggen naast de kaarten en grafieken van Josse de Voogd. Bijvoorbeeld zijn recente overzicht van lokale uitslagen van een hypothetisch landelijk referendum over de kleur van Zwarte Piet. De Voogd voorspelt dat bijna heel Nederland met stevige meerderheid stemt voor ‘zwart’. Met randstedelijke enclaves die voor ‘roet’ of ‘weg’ stemmen. Dat is de andere kant van de uitspraak van Halsema. Als burgemeesters op basis van wat zij ‘zóó’ bij hun stad vinden passen, kiezen hoe zij capaciteit inzetten, dan geldt dat in beide richtingen. Een heel groot deel van Nederland is zóó niet Amsterdam. En als het in die gemeenten past om boerka-boa’s op pad te sturen dan is dat net zo legitiem.

Dit alles heeft een enorme consequentie. Het betekent dat keuzes over nationale identiteit en cultuur decentraliseren. Het lokaal bestuur krijgt er een extreem dossier bij. Lees het recente werk van Paul Scheffer over integratie en migratie maar eens. Wij verkeren volgens Scheffer aan het begin van de periode waarin migranten die hier zijn geboren, en vaak hun ouders ook, hun plek opeisen in de cultuur. Een cultuur waar zij gewoon eigenaarschap voor willen tonen. Niet omdat ze van Nederland af willen, maar omdat ze er deel van uitmaken, maar nu dan ook écht. Dat ontketent strijd over identiteit en culturele patronen. Die strijd is volgens Scheffer nodig om te komen tot een nieuwe balans in een superdiverse samenleving. Zwarte Piet, blokkeerfriezen en de boerka zijn zo het voorspel van een fundamenteel debat over wat Nederland is. En hoe zich dat in concreet beleid, normering en handhaving vertaalt. De inrichting van Nederland ligt niet alleen ruimtelijk en economisch, maar inmiddels ook cultureel op het bord van het lokaal bestuur. Voor mij is niet de vraag of lokaal bestuurders dat kunnen, maar waar het straks toe optelt. En ik vrees voor het antwoord.

Martijn van der Steen, co-decaan NSOB en bijzonder hoogleraar EUR, steen@nsob.nl, @martijnvdsteen