Column Kirsten Veldhuijzen: Win(st)gewest

Nummer 4, 9 maart 2018

Je hebt ruimte. En een haven, industrie, stroomkabels van windparken op zee en datakabels vanuit de hele wereld komen bij jou aan land. Je hebt een universiteit, start-ups en landbouw. De economie bloeit en de rijksbijdragen aan gemeenten stijgen de komende jaren. Binnenkort volgt een bak geld ter compensatie van de schudschade. Geld voor wegen, scholen en een toekomstbestendige huizenvoorraad. De naderende Omgevingswet biedt schuifruimte en tempo.

24.000 banen zijn afhankelijk van een uitgerangeerde energiebron. Iedere avond gaat in duizenden huizen het licht uit in de vraag of er een morgen is. Bewoners weten of vermoeden dat ze hun huis niet levend verlaten bij een stevige beving. Hun stress en medicijngebruik zijn hoog. Met het bewegen van de grond kwam hun leven tot stilstand: een beschadigd huis is onverkoopbaar en ook de woningbouwvereniging heeft geen veilig alternatief. Door het lange wachten en het negeren van hun klachten verdween het vertrouwen in eigen en publieke prestaties. Groningse overheden gaan bijkans failliet aan bestuurs- en herstructureringslasten. Zij hebben geld noch mensen en regels staan haaks op de realiteit. Zo sluiten erfgoedbehoud en versterkingsplicht elkaar uit en het is lastig huizen verplaatsen wanneer de hypotheekverstrekker vasthoudt aan de kadastrale kaart. Nieuwe huizen bouwen is het probleem niet, wel het type, de locatie en voor wie dan, want de bevolking krimpt. Problemen nemen toe wanneer dorpsversterking ertoe leidt dat mantelzorgers jarenlang 40 kilometer verderop wonen.

Private sores hebben ook een publiek prijskaartje

Bestuur en bevolking schaken op twee borden. Zij zijn aan zet om van een wingewest een winstgewest te maken en streven naar het laatste met de lasten van het eerste. Dat hoeft niet allemaal op eigen kracht. Solidariteit is het leidende principe achter de verdeling van publiek geld. Door rekening te houden met de mogelijkheden van gemeenten om zelf te voorzien in inkomsten, maar ook met hun kosten, vloeit het meeste geld naar regio’s met de grootste maatschappelijke malheur. Een aantal Groningse gemeenten ontvangt bovengemiddeld veel geld vanwege bevolkingsdaling, lage WOZ-waarden en de oververtegenwoordiging van ouderen, uitkeringsgerechtigden en chronisch zieken. Private sores hebben ook een publiek prijskaartje en intergemeentelijke solidariteit is een paardenmiddel tegen grote ongelijkheid in voorzieningen en hulpaanbod. Het Rijk springt bij met compensatie voor leed of ongemak dat uitstijgt boven wat van de onderlinge solidariteit tussen gemeenten mag worden verwacht. Voorbeelden zijn Baarle-Nassau (grensgedoe), Lelystad (planningsoptimisme), Almere (groeiopgave) en Enschede (vuurwerkramp).

De verdeelprincipes deugen en de voorbeelden laten zien dat het wel goed zit met de solidariteit tussen gemeenten via het Gemeentefonds en tussen belastingbetalers via de rijkskas. Echter, in principes kun je niet wonen en vertrouwen in de overheid is niet te koop, maar moet verdiend worden. Dat vertrouwen terugverdienen is ook een nationale transitiedoelstelling, waarbij geld – gelukkig – helpt.

Kirsten Veldhuijzen is bestuurskundige en coördinerend adviseur ROB, @kirstenregine