Column Kirsten Veldhuijzen: Wind mee

Nummer 14, 22 september 2017

Een van de weinige zekerheden de komende jaren is de wetenschap dat het naderende regeerakkoord, maar ook de coalitieakkoorden die vanaf maart 2018 lokaal gesloten worden, in het teken staan van verduurzaming van de samenleving. 
Die ambities zijn geen holle frasen maar concrete doelen. Heerlijk, zo’n tastbaar onderwerp om het nieuwe politieke seizoen mee te openen. De wereld wordt er schoner en gezonder van en investeringen vertalen zich in banen en bedrijvigheid. Het kan niet op.

Nu verduurzaming wind in de zeilen krijgt door internationale verdragen, jurisprudentie, hoogconjunctuur, markt en samenleving, is het de vraag welke rol gemeenten hebben in een proces dat tot in alle uithoeken van de samenleving zijn sporen nalaat. Verduurzaming gaat over spullen en gebouwen, maar meer nog over veranderende economische en maatschappelijke verhoudingen.

De overheid krijgt bij maatschappelijke ontwikkelingen de rol toebedeeld om te compenseren, te investeren of te reguleren. Ook voor het lokaal bestuur is er bij de overgang van eenmalige naar hernieuwbare energie werk aan de winkel. 
Waar te beginnen? Er zijn publieke belangen in het geding, maar welke dat zijn, wanneer en waar die opdoemen, het is allemaal nog onzeker. Of het nu gaat om de verdeelprincipes van het Gemeentefonds, belastinggrondslagen of de haalbaarheid en betaalbaarheid van nul-op-de-meter voor de hele woningvoorraad, wat zich precies voltrekt en wanneer gemeenten aan zet zijn, het blijft abstract.

Tracht het gekibbel in de klimaatkerk het hoofd te bieden

Het wordt concreter met een voorbeeld. Wanneer door hogere energielasten eerst het beroep op de bijzondere bijstand stijgt, waarna de uitkering zelf omhoog moet, terwijl bemiddelder inwoners er ondertussen (financieel) warmpjes bijzitten vanwege hun hoogrenderende energiecoöperatie, heeft de overheid een afslag gemist.

Zo wordt helder welke belangen gemeenten in ieder geval moeten behartigen. Tracht het gekibbel in de klimaatkerk het hoofd te bieden. Windvangers, zonaanbidders, geothermisten, getijdentypes, restwarmteverzamelaars en huisisolationisten hebben allen gelijk maar zijn het onderling nooit eens. Laat markt en inwoners samen de schone was doen: energie opwekken is een profijtelijke onderneming waarvoor de subsidiekraan alleen nog open hoeft om de onrendabele aanloop te bekostigen. Welke bron men kiest, is minder relevant, zolang risico niet publiekelijk afgewenteld wordt.

Distributie is een publiek belang. Dat betekent het eigendom van het energienet en de infrastructuur, het openstellen van het net voor schone producenten en het ontmoedigen van lokale monopolies. Dat lijken reguleringsklussen op nationaal niveau, maar ze zijn dat niet alleen. Juist de kleine schaal waarop verduurzaming plaatsvindt, biedt gemeenten mogelijkheden om te investeren in een lokale samenleving die daarmee niet alleen groener maar ook socialer wordt. Wind mee voor inwoners en goed voor de publieke portemonnee.

Kirsten Veldhuijzen is bestuurskundige en coördinerend adviseur Rob-Rfv, @kirstenregine