Column Kirsten Veldhuijzen: Stille revolutie

Nummer 2, 9 februari 2018

Heeft de maatschappij een probleem, dan neemt de politiek al snel verantwoordelijkheid. Tot waar die verantwoordelijkheid strekt, en wat de rol is van de overheid bij het oplossen van het probleem, is dan ook een politiek vraagstuk. Het antwoord varieert naar tijd en politieke verhoudingen, plaats en aard van de kwestie. Zodra de inzet is bepaald, gaat de overheid aan de slag.

De uitvoering wordt vaak belemmerd door weinig tijd en geld en een teveel aan regels. Maar er is meer. Zo is een publieke taak niet uitsluitend een publieke zaak. De samenleving doet graag mee, of liever helemaal niet, of doet – en weet – het beter. Dat is mooi, maar ook moeilijk: politieke bazen hebben haast, terwijl interactie met de samenleving tijdrovend is en hoge eisen stelt aan het ambtelijk apparaat. 

Of er iets terechtkomt van het omzetten van publieke verantwoordelijkheden in concrete daden hangt dan ook steeds meer af van het organiserend vermogen van de overheid. Politieke visies en vergezichten laten zich uitstekend verwoorden, maar het uitvoeren ervan is een vak apart. Organiseren en publiek presteren vereisen vakmanschap. Wat daar allemaal bij komt kijken en hoe dat werkt, is handig en verstandig samengevat in Voorbij de eeuw van bureaucratie van Jan Herman de Baas. Hij beschrijft de stille revolutie die zich de afgelopen decennia binnen overheidsorganisaties voltrok. Het boek combineert wetenschappelijke inzichten omtrent sturing en verantwoording met de praktische wijsheid van de casusaanpak. Door over te stappen van taakdenken naar zaakdenken worden overheidsinterventies haalbaar en betaalbaar.

Een publieke taak is niet uitsluitend een publieke zaak

Aan de hand van tien concrete organisatievraagstukken wordt duidelijk dat niet het toepassen van regels, maar het vinden van oplossingen voor concrete problemen allesbepalend is voor publiek succes. Of het nu wipkipplaatsing of herindeling betreft, de klussen worden alleen geklaard als de organisatie klopt bij de omgeving waarin – en waaraan – zij moet leveren.

Dat klinkt als een cliché, maar de omslag van taaksturing naar zaaksturing betekent niets minder dan een stille revolutie. Weberiaanse principes over bureaucratie en regeltoepassing zijn ingeruild voor praktische probleemoplossing zonder dat democratische waarden of rechtsbescherming overboord werden gezet. Vrije regelruimte vereist consequente controle en intensieve verantwoording. Beide kregen dan ook een prominente plaats in de nieuwe werkelijkheid die het boek beschrijft.Overheidsmanagement is geen hippe discipline die buiten het eigen métier volle zalen trekt. Ook is de bestuurlijke aandacht beperkt; bij de coalitiebesprekingen na de raadsverkiezingen zal naar het hoofdstuk ‘haalbaar en betaalbaar’ niet de meeste aandacht uitgaan. Dat kun je kwalificeren als bestuurlijke blindheid, maar ook als waardering voor het vak van de publieke manager. De verwachtingen van een ‘publieke fix’ van maatschappelijke misstanden blijven torenhoog. Even nalezen dus, wat nodig is om ze waar te maken.

Kirsten Veldhuijzen is bestuurskundige en coördinerend adviseur Rob-Rfv, @kirstenregine