Column Kirsten Veldhuijzen: Amechtig meedoen

Nummer 12, 25 augustus 2017

Als het aan mijn gemeente ligt, heb ik er een baan bij. In ruil voor mijn tijd en mening heb ik een stem in de inrichting van mijn lokale samenleving. Geen loon naar werken, maar naar praten. Men is bedacht op de kloof tussen inwoner en bestuur en werkt zich een slag in de rondte om die te overbruggen. De inrichting van het park, de opvang van vluchtelingen, tramtracés of het profiel van de nieuwe burgemeester, ik mag mij uitlaten over van alles en nog wat. 

Meestal doe ik niet mee en ik moet mij dan ook schamen. Ik geloof het wel als om mijn mening wordt gevraagd. Ik parkeerde mijn oordeel bij de gemeenteraad die naar bevind van zaken handelt. Raadsleden overzien stad en problemen beter dan ik, en overigens, ik heb nog meer te doen. Mijn werk moet af, de wc schoon, manlief een zoen, mijn moeder een bloemetje. Bovendien, in een democratie mag je meedoen maar het hoeft niet, houd ik mij voor. Juist de vrijheid om niet mee te doen zonder dat je direct hoeft te vrezen voor huis, haard en belang, is mijn ware democratie. En daarbij: mijn huisvuil wordt opgehaald, zorg en hulp zijn dichtbij, dus met die burgemeester komt het vast ook goed. Mis!

Ik ben met velen die zo denken. Van de 500.000 inwoners in mijn stad namen er 64 de moeite om zich te laten horen over het profiel van de nieuwe burgemeester. Foei! Ik ben niet de burger die mijn gemeente verdient. Ook verwaarloos ik mijn raadsleden die zich het vuur uit de sloffen lopen voor mijn welzijn en leefomgeving. Fout!


Mijn schandalig gedrag blijft niet onopgemerkt

Mijn schandalig gedrag blijft niet onopgemerkt. Het leidt tot een lawine van rapporten, initiatieven en voorstellen ter vernieuwing, verlevendiging en opleuking van de lokale democratie. Directe zeggenschap zou ertoe leiden dat ik mij beter gehoord, erkend, bediend en geraadpleegd voel, met alle heilzame effecten van dien. Mijn gemeente moet mij meer en beter betrekken, anders zwaait er wat. Wantrouwen bijvoorbeeld, boos burgerdom, of een lage opkomst bij verkiezingen. Mijn burgerplichtsverzuim is dan ook niet mijn probleem, maar dat van mijn bestuur: kom ik niet van de bank, dan werd ik vast niet genoeg geactiveerd. Foei gemeente!

Het ligt niet aan mijn gemeente, ook niet aan mijn gemeenteraad; zo heb ik een prima nieuwe burgermoeder. Zij besluiten begeesterd over baat en belang, al zou ik het soms anders doen. In dat geval kan ik ze bellen, appen, mailen. Ik krijg per omgaande antwoord en, soms, mijn zin.

Het ligt aan mij. Ik lever geen vrijheid in om amechtig mee te doen met de burgerlijke bijsturing. Ik word dus ook geen armchair auditor. Wel stuur ik mijn raad een bloemetje. Als dank voor vier jaar geploeter uit mijn naam.

Kirsten Veldhuijzen is bestuurskundige en coördinerend adviseur Rob-Rfv, @kirstenregine