Column André Krouwel: Traag

VNG Magazine nummer 10, 15 juni 2018

De vorming van colleges in gemeenten duurt dit keer langer dan vier jaar geleden. In 2014 waren twee maanden na de verkiezing nagenoeg alle colleges gevormd. Dit jaar waren op datzelfde tijdstip in ruim honderd gemeenten de onderhandelingen nog in volle gang.

Die tragere formaties komen allereerst door het verval van de traditionele partijen – vooral PvdA en CDA – waardoor minder vaak één partij dominant is. Door de fragmentatie van gemeenteraden zijn simpelweg meer partijcombinaties mogelijk en moet er dus meer worden gepuzzeld. Uit onderzoek blijkt dat de verkiezingsuitslag er zeker toe doet, maar dat het eerder een randvoorwaarde is dan allesbepalend. Wel maakt het uit of partijen grote verliezen hebben geleden of flinke winsten hebben geboekt. Dan moeten politici wennen aan een andere machtsstatus en -verhoudingen. Ook als er spanningen waren in de eerdere coalitie, door inhoudelijke verschillen of persoonlijke verhoudingen, gaan partijen nadenken over alternatieve routes naar de macht als die zich ineens voordoen.

Daarnaast heeft de opkomst van lokale partijen een polariserend effect op de coalitievorming. Niet zelden is er flinke animositeit tussen lokale partijen en ‘landelijke’ partijen. Hoewel politici van ‘landelijke’ en lokale partijen allemaal inwoners zijn van een gemeente, zie je toch soms een wederzijdse vijandigheid waarbij de vertegenwoordigers van ‘landelijke’ partijen worden weggezet als indringers en politici van lokale partijen als amateurs.

De toenemende electorale verschuivingen hebben ook tot gevolg dat veel kennis en institutioneel geheugen verloren gaan, omdat er na iedere verkiezing veel ervaren mensen uit de raad verdwijnen. Door de sterke landelijke effecten op de lokale politiek is er weinig verband tussen de kwaliteit van een raadslid en het aantal (voorkeur)stemmen. Veel nieuwe gezichten die allemaal moeten wennen en worden ingewerkt, heeft ook een vertragend effect.
 

We moeten niet doen alsof er helemaal niets aan de hand is

De ideologische polarisatie leidt ook tot meer en sterkere politieke partijen die op de flanken van het politieke landschap opereren. Er moeten vaak flinke inhoudelijke kloven worden overbrugd, zeker als campagnes fel waren vol harde verwijten. Die polarisatie, de grotere electorale volatiliteit en de versnippering van gemeenteraden maken de formatie van een stabiel college allemaal ingewikkelder en daarom zie je ook in steeds meer gemeenten verkenners en informateurs. Soms zelfs koppels van verschillende partijen, zoals in Rotterdam. Er zijn in veel gemeenten meer en langere onderhandelingsrondes nodig. Dat alles vertraagt de boel. 

Het is geen ramp dat partijen rustig de tijd kunnen nemen om het met elkaar eens te worden. De eerdere maximale termijn van 41 dagen voor de formatie van een college is gelukkig losgelaten, want dat leidde tot onnodige druk. Nu kunnen partijen gewoon wat langer ‘polderen’. Maar we moeten niet doen alsof er helemaal niets aan de hand is. De hoge mate van instabiliteit kan in de toekomst gemeenten onbestuurbaar maken. 
 

André Krouwel is politicoloog VU en wetenschappelijk directeur Kieskompas, andre.krouwel@vu.nl, @AndréKrouwel