Column André Krouwel: Machtswellust


Nummer 8, 18 mei 2018

De onderhandelingen voor de nieuwe colleges zijn nog in volle gang, maar in een aantal gemeenten wordt de grootste partij mogelijk buiten het college gehouden. In de Nederlandse consensusdemocratie is het gewoonte dat de grootste partij het voortouw neemt. Gewoonte, geen absoluut recht. Partijen die buiten coalitiebesprekingen worden gehouden, schreeuwen vaak moord en brand. Het zou ondemocratisch zijn om de winnaar uit te sluiten.

Onzin. Om te overleven moet een college een meerderheid in de raad achter zich krijgen. Alle partijcombinaties die een meerderheid kunnen vormen, zijn formeel gelijkwaardig. Er is geen enkele democratische reden voor een automatische claim op de macht van de grootste partij.

Sterker, er zijn goede redenen om de grootste partij buiten te sluiten. Logischerwijze willen grote partijen het liefst met de kleinste partijen een coalitie vormen, want dan kunnen ze meer domineren. Des te groter het verschil in zetelaantal, des te meer kan de grootste partij inhoudelijk haar zin doordrijven en de belangrijkste portefeuilles opeisen. Maar voor kleine partijen is het veel gunstiger om met elkaar een meerderheid te vormen, omdat zij dan meer van hun programma kunnen waarmaken in een meer evenwichtige coalitie. Gelijkwaardige kleine partijen gunnen elkaar meer en kunnen minder makkelijk andere coalitiepartners hun wil opleggen of portefeuilles ontzeggen. Een coalitie van kleine partijen is meer in evenwicht, waardoor onderlinge verhoudingen amicaler en collegialer zijn.

Er zijn goede redenen om de grootste partij buiten te sluiten

Het verleden speelt ook een rol. Partijen die al meerdere verkiezingen de grootste zijn, hebben soms de neiging arrogant op te treden naar kleine coalitiepartners.  Als je coalitiepartners schoffeert of weinig ruimte biedt om voor hun achterban iets te doen, moet je niet raar opkijken als de kleine partijen autoritair gedrag afstraffen en omzien naar andere partners. 

Het is democratisch ook zeer verdedigbaar om de grootste partij buiten te sluiten als daardoor allerlei belangen van kleinere kiezersgroepen aan bod komen. Wellicht leveren die kleine partijen bestuurders die niet voor een wethoudersbaantje de politiek zijn ingegaan, maar uit idealisme radicale verbeteringen in de gemeente willen bewerkstelligen. Een breed palet aan kleine partijen vergroot de kans dat meer burgers zich in het gemeentebestuur herkennen met alle gunstige effecten op de legitimiteit en kwaliteit van het lokale openbare bestuur.

Uitsluiting van de grootste partij is ook goed voor de democratie omdat het leidt tot een krachtige oppositie. De grootste partij die met veel bestuurservaring in de oppositiebanken belandt, kan het college veel scherper controleren en inhoudelijk van repliek dienen dan een verdeelde en zwakke oppositie.

Als een grote partij die wordt buitengesloten dus verongelijkt roept dat zij automatisch recht heeft op de macht, moet u dat gewoon negeren en met elkaar een prachtig brede coalitie vormen.

André Krouwel is politicoloog VU en wetenschappelijk directeur Kieskompas | andre.krouwel@vu.nl | @AndréKrouwel