Column André Krouwel: Hollands overwicht

Nummer 17, 3 november 2017

Bij de presentatie van het nieuwe kabinet was er veel ophef over de kleurrijke schoenen van vicepremier Hugo de Jonge (CDA). Maar dat was voor mij niet het meest opvallende op het bordes. Dat was de voortdurende dominantie van Noord- en Zuid-Holland in de machtsstructuren van Nederland. De helft van de ministers in Rutte III komt uit Noord- of Zuid-Holland. Het westen is in dit land nog steeds de baas.

Sinds 1848 – het begin van echte ministeriële verantwoordelijkheid – kwamen maar liefst 241 van de 528 ministers uit Holland, dat is bijna 46 procent. Dit machtsoverwicht moeten we wel nuanceren, want deze twee provincies huisvesten 38 procent van alle Nederlanders. Verder is het provinciale Holland-duo verantwoordelijk voor ruim 43 procent van de totale Nederlandse economie en groeien zij economisch ook sneller dan andere provincies. De economische infrastructuur in deze provincies, inclusief de Rotterdamse haven, Schiphol en een groot aantal universiteiten en hogescholen, zal de dominantie voorlopig laten voortduren en waarschijnlijk zelfs uitbreiden.

Veel Rotterdammers profiteren niet van de renaissance van de havenstad

Dat Hollanders structureel oververtegenwoordigd zijn in de machtsstructuren van ons land wordt buiten de Randstad natuurlijk met argusogen bekeken. Een dergelijke asymmetrie in machtsverhoudingen is ook zichtbaar in gemeenten. Rijkere wijken, met veel hoogopgeleide bewoners, zijn beter in staat hun belangen in te brengen in de lokale politiek. In gemeenteraden zijn armere wijken minder goed vertegenwoordigd en daardoor wordt de stedelijke ongelijkheid bijna direct vertaald in scheve lokale machtsverhoudingen.
Onderzoek toont aan dat je die ongelijkheid tussen wijken ook niet zomaar opheft door goedkopere huurwoningen te vervangen door koopwoningen. Het gemiddelde van een buurt til je dan weliswaar op, maar mensen aan de onderkant van de samenleving concentreren zich dan nog sterker in de sociaal kwetsbaarste wijken.
Rotterdam toont aan dat je van ‘no-go-zones’ wel degelijk weer levendige straten kunt maken met prachtige winkels en restaurants, maar 53 van de 76 Rotterdamse wijken zitten economisch onder het landelijk gemiddelde. Veel Rotterdammers profiteren niet van de renaissance van de havenstad. De grote ongelijkheid tussen (en soms ook binnen) wijken heeft politieke consequenties.
Een steeds groter wordende groep wordt economisch en sociaal buitengesloten. In Rotterdam hebben de Fortuynisten deze trend niet gekeerd en ook nieuwe populisten zoals Baudet zullen de machteloze onderklasse echt niet helpen. Veel mensen raken losgezongen van het politieke systeem, waardoor nog meer macht bij de welbespraakte, hoogopgeleide burgers komt te liggen.
Misschien moet u toch eens in een andere wijk op de bel gaan drukken tijdens de campagne.

André Krouwel is politicoloog VU en wetenschappelijk directeur Kieskompas, andre.krouwel@vu.nl, @AndréKrouwel