CBS gaat lokaal met Urban Data Centers: Decentraal Bureau voor de Statistiek

nummer 2, 10 februari 2017

Auteur: Leo Mudde

Steeds meer steden gaan een verregaande samenwerking aan met het Centraal Bureau voor de Statistiek en openen hun eigen Urban Data Center (UDC). In september 2016 ging het eerste UDC van start in Eindhoven, daarna was Heerlen aan de beurt en vorige week volgde Groningen. Op de rol staan nu nog Zwolle (15 maart) en Venlo (19 april).

Ze hebben allemaal zo hun eigen redenen om met het CBS in zee te gaan, de gemeenten. Eindhoven vond het passen in zijn ambitie om zich te ontwikkelen tot een smart society. Wethouder Mary-Ann Schreurs noemde data ‘de brandstof van een slimme samenleving en daarom voor ons een belangrijk speerpunt’. Heerlen ziet in het CBS de ‘ideale partner’ om te kunnen vernieuwen en experimenteren met slimme dienstverlening. ‘Het kunnen beschikken over en koppelen van elkaars data levert nieuwe inzichten op voor de regionale economie’, aldus wethouder Martin de Beer bij de opening van ‘zijn’ centrum. En in Groningen zei concerndirecteur Bert Popken vorige week dat het CBS een goede aanvulling is op het werk van het eigen stedelijke onderzoeksbureau. ‘Er gebeurt veel op het gebied van urban en big data. Het is niet alleen maar iets voor whizzkids, maar voor grote groepen in de samenleving.’

Programmadirecteur Urban Data Centers van het CBS Robert Hermans begrijpt het enthousiasme waarmee de gemeenten de samenwerking met het CBS aangaan. ‘Gemeenten hebben cijfers nodig om hun beleid op te baseren en data zijn nu eenmaal de core business van het CBS. Als je kijkt naar het collegeprogramma van Eindhoven: op bijna elke pagina staat wel iets over data of big data. Daarom kwam Eindhoven ook naar ons: of we niet interessant waren voor elkaar. Zo is het begonnen.’

Koppelen

Het CBS beschikt nu eenmaal over veel expertise over dataverzameling en de interpretatie van die data, zegt Hermans. ‘Het mooie is dat we nu de lokale data aan elkaar kunnen koppelen omdat we overal dezelfde werkwijze en definities hanteren. Dat zorgt ervoor dat gemeenten zich met elkaar kunnen vergelijken. Alle gemeenten willen data, maar het is niet handig als ze alle 388 hun eigen methodiek gaan hanteren waardoor ze niet met elkaar verbonden kunnen worden.’

Overigens verwacht Hermans niet dat er straks bijna vierhonderd UDC’s van het CBS actief zijn. ‘Zeker niet. In Heerlen doen ook gemeenten als Maastricht en Sittard-Geleen mee. Groningen wil er ook voor de hele regio zijn. Als de trend doorzet, voorzie ik 20, 25 regionale UDC’s.’

In Heerlen draaide het CBS al mee in de Smart Services Campus, een platform waar allerlei aanbieders van slimme innovaties elkaar ontmoeten – waaronder KPN en de Universiteit Maastricht. En de gemeentelijke afdeling Onderzoek & Statistiek van Heerlen werkte al samen met het CBS, wat de stap naar een UDC minder groot maakte. Volgens wethouder Martin de Beer (VVD/D66) van Heerlen is de expertise van het CBS een aanvulling op de eigen gemeentelijke kennis en kunde. ‘Dankzij het UDC kunnen we onze eigen informatie koppelen aan de landelijke cijfers van het CBS. Daar kunnen we ook weer ons voordeel mee doen, het maakt benchmarking met andere gemeenten ook makkelijker.’

Als concreet voorbeeld van wat het UDC Heerlen in korte tijd heeft opgeleverd, noemt De Beer het Glazen Huis van de jaarlijkse 3FM-actie Serious Request. In december 2015 stond het Glazen Huis in Heerlen en de gemeente wilde weleens weten wat het de stad had opgeleverd. De Beer: ‘Het CBS kon vergelijken met andere perioden. In die maand bleek de omzet van de horeca 40 procent hoger te zijn dan in een normale december’maand. Er kwamen ongeveer 800.000 bezoekers op het Glazen Huis af. Dat zijn cijfers waar de gemeenteraad in geïnteresseerd is, die wilde natuurlijk weten welke opbrengsten er tegenover de kosten staan.’

Data, zegt wethouder Mary-Ann Schreurs (D66) van Eindhoven, zijn nodig om inzicht te verkrijgen, bijvoorbeeld in nieuwe ontwikkelingen in de stad waar de gemeente op in kan spelen. Nu al investeert Eindhoven in een consortium waarin ook Philips, de TU Eindhoven en Heijmans meedoen, in nieuwe technieken om de openbare ruimte te verbeteren en veiliger te maken. ‘Heel open, heel transparant, we eisen als gemeente van onze partners ook dat wij de algoritmes kunnen zien. Ons uitgangspunt is: data zijn óf privé, óf publiek bezit, maar nooit eigendom van een bedrijf.’

‘Inzicht, daar begint alles mee’

Kwaliteit toevoegen

Eindhoven wil geen data-driven samenleving, maar human-driven data. Schreurs: ‘Data zijn een middel, kwaliteit van leven is het doel. Daarom is samenwerking met het CBS zo handig, dat beschikt over een massa kennis en kunde die ons inzicht kunnen verschaffen in wat er feitelijk aan de hand is in onze stad.’

Inzicht, daar begint alles mee, benadrukt de wethouder. ‘Het CBS kan grote ontwikkelingen vertalen naar een lager schaalniveau. Dat maakt het voor ons als samenleving makkelijker om met elkaar aan de juiste knoppen te draaien. Dat is de nieuwe democratie. We denken allemaal te weten hoe de wereld in elkaar zit, maar dat blijkt vaak toch niet te kloppen. Dan kun je niet zonder data om dingen beter te doen.’

De steden zijn dus enthousiast over de komst van de UDC’s, waarin gemeenteambtenaren en CBS’ers samenwerken. Of UDC’s straks landelijk dekkend zijn, is nog niet te overzien. Programmadirecteur Hermans: ‘Hoewel sommige UDC’s regionaal werken, is nog niet duidelijk hoe dit voor plattelandsgemeenten uitpakt. Daarom zijn we in overleg met de provincies over provinciale data centers. We streven niet per se naar een 100 procent dekking, we reageren op waar maatschappelijk behoefte aan is.’

Verstorend

Hermans denkt niet dat de opmars van het CBS bij gemeenten verstorend werkt op de markt van particuliere onderzoeksbedrijven. ‘Het hoort nu eenmaal bij onze maatschappelijke taak om van overheid tot overheid ook gemeenten en provincies te bedienen. Om die reden kunnen gemeenten en provincies ook bij het CBS “inbesteden” en is aanbesteding niet nodig. Particuliere onderzoeksbureaus beginnen waar het CBS wettelijk moet stoppen, denk aan het geven van beleidsadviezen. Commerciële bureaus die daarvoor door gemeenten worden ingehuurd, maken overigens ook gebruik van onze cijfers, want die zijn voor iedereen toegankelijk.’