Burgemeester Lucas Bolsius van Amersfoort: 'Steden maken de toekomst'

VNG Magazine nummer 15, 5 oktober 2018

Auteur: Marten Muskee | Beeld: Jiri Büller

Als vrijhaven voor vernieuwing en innovaties is het de stad die de toekomst maakt. Burgemeester Lucas Bolsius van Amersfoort is als gastheer van de Dag van de Stad 2018 dan ook niet bang de grote maatschappelijke vraagstukken op te pakken. Lastig maar overkomelijk. ‘Zoek de verbinding in netwerken en laat je inspireren door de innovaties uit het bedrijfsleven. Oplossingen liggen vaak verrassend dichtbij.’
 


De tweede editie van de Dag van de Stad vindt op 29 oktober in Amersfoort plaats. Daar komen naar schatting zo’n tweeduizend bezoekers op af om zich te laten inspireren. En dat is nodig ook, want de stad staat voor grote uitdagingen als de energietransitie, klimaatadaptatie, een grote woningbouwopgave en een toenemende groei van bewoners en bedrijven. In de zoektocht hoe de stad aantrekkelijk en leefbaar te houden, haalt het Amersfoortse stadsbestuur de antwoorden als puzzelstukjes uit allerlei netwerken.  

Oud-burgemeester Rob van Gijzel van Eindhoven zei bij zijn afscheid dat dit de eeuw van de stad wordt. Klopt dat?
‘De stad vormde in de middeleeuwen een belangrijke entiteit. Voordat landen bestonden, waren er al steden. Nederland kent al eeuwenlang een sterke stadscultuur. Steden waren de plekken waar mensen vrij konden denken, waar vernieuwing en innovaties plaatsvonden en waar mensen neerstreken die vanwege hun geloof uit andere landen verdreven werden. Ik raad iedereen aan om Amsterdam: a history of the world’s most liberal city van Russell Shorto te lezen. Dan krijg je echt inzicht in hoe een stad functioneert en groeit in de loop der eeuwen. Shorto schrijft dat ergens in de 15e of 16e eeuw de helft van alle drukkerijen in Europa in Amsterdam stond. Holland gaf dus een enorme impuls aan het denkvermogen en aan het verspreiden van nieuwe ideeën. De VOC was de eerste multinational. Inwoners konden aandelen kopen en het stadsbestuur gaf garantie op die aandelen. Dat gaf vertrouwen en daarom stapten de mensen erin. Door diep in het netwerk van de stad te duiken, speelde het stadsbestuur toen al een belangrijk rol in het aanbrengen van veranderingen.’

Lokaal bestuurders kunnen veel leren van het bedrijfsleven
 

Een mooi historisch perspectief, maar gaat dit verhaal ook op voor de toekomst? De wereld globaliseert en er komen grote vraagstukken op steden af.
‘In steden wordt de toekomst gemaakt. Ik merk het ook hier in Amersfoort, er ontstaan allerlei netwerken die inhaken op de maatschappelijke vraagstukken en uitdagingen. Lokaal bestuurders kunnen veel leren van het bedrijfsleven. De innovaties in het bedrijfsleven volgen elkaar zo snel op dat men bijna geen kans heeft om ze te implementeren. Eigenlijk zien we dat in overheidsland ook gebeuren. Nieuwe manieren van communiceren en nieuwe technologische oplossingen gaan zo snel, dat ons wetgevingssysteem zich daar niet aan kan aanpassen. Dat is niet erg, de overheid moet anders gaan werken, flexibel zijn en leren schakelen in schalen. Laat ons daar vooral niet zenuwachtig van worden. We weten dat diverse vraagstukken zich niet binnen het grondgebied van de gemeente gaan oplossen. De energietransitie vraagt op verschillende schalen om antwoorden voor dit vraagstuk van de samenleving. De vraagstukken worden steeds complexer en zijn alleen in netwerksystemen van een antwoord te voorzien. Het antwoord vind je niet meer op één plek, het zijn allemaal deelantwoorden die op de een of andere manier bij elkaar moeten komen als een grote puzzel.’

Dat wordt een ingewikkelde puzzel, ga er maar aan staan als stadsbestuurder.  
‘Bestuurders hebben geen keus. Ze weten dat de puzzel op die manier in elkaar gelegd moet worden. Sommige onderdelen van die puzzel kan ik nog niet inkleuren. Ik weet dat elektrisch rijden eraan komt, maar wanneer het er voor iedereen is? Wie het weet, mag het zeggen. Ondertussen weet ik wel dat in Amersfoort het bedrijf Dynniq is gevestigd, dat zich bezighoudt met de technologie van vervoersstromen en werkzaam is in steden in China en Latijns-Amerika. Zo’n innovatief bedrijf wil ik in het netwerk van Amersfoort betrekken bij de vraagstukken die spelen. Ook Royal HaskoningDHV zit hier, dat houdt zich bezig met watermanagement en klimaatadaptatie en legt in China tunnels en bruggen van enorme lengtes aan. Als het gaat over het voedselvraagstuk en duurzaamheid in de landbouw dan zit FrieslandCampina hier met het hoofkantoor om de hoek, dat is een wereldspeler. Gemeenten en bedrijven zoeken elkaar steeds meer op. Tegelijkertijd is het de kunst ons ook te richten op de kleine bedrijfjes. Veel innovaties bij grote bedrijven worden gekocht uit de garages van mensen die iets bedacht hebben. Ontmoet die mensen en breng de verschillende werelden bij elkaar.’

U roept dus eigenlijk bestuurders op zich te laten inspireren door het bedrijfsleven?
‘Als burgemeester of wethouder kom je allerlei interessante dingen tegen in je gemeente. Doe daar iets mee, laat je erdoor inspireren. Amersfoort is een garnizoensstad met een van de grootste landmachtlocaties binnen de grenzen. Vroeger was dat een wereld van de cavalerie en paarden, daarna van de tanks. Nu staan hier simulatoren waar landmachtpersoneel wordt getraind achter computers. Een paar honderd meter verder zit ThiemeMeulenhoff dat zich bezighoudt met leermethoden en ook is het simulatiecentrum van ProRail en NS hier gevestigd. Dat zijn bedrijven die zich met dezelfde technologie bezighouden. Amersfoort heeft die mensen bij elkaar gebracht. Het bij elkaar brengen van al die kennis en ervaring vanuit verschillende invalshoeken levert nieuwe inspiratie, nieuwe ideeën en versnellingen op. Dat geeft niet alleen die bedrijven een impuls, maar ook de gemeente. De effectiviteit van simulatoren blijkt stukken hoger dan het conventioneel oefenen in echte gevechtshandelingen. Wat betekent dat voor de civiele maatschappij? Wat als de gemeente hetzelfde systeem hanteert bij het oefenen met crises? Dan beginnen de ideeën bij mij te borrelen. De techniek biedt de mogelijkheid om de stad op te bouwen in 3D-kaarten. Het zou dus mogelijk kunnen zijn om een brandweerwagen daarmee uit te rusten zodat de brandweermannen onderweg naar de brand kunnen zien hoe het gebouw in elkaar zit.’

Wees reëel dat de stad af en toe ook een beetje uit balans is

De Dag van de Stad 2018 draait om de vraag hoe een goed evenwicht te vinden tussen uiteenlopende belangen. Van wie is de stad?
‘De stad is van ons allemaal en de verschillende belangen kunnen elkaar versterken. Amersfoort wil een inclusieve stad zijn. De jeugdwerkeloosheid in deze stad gaat snel naar beneden, maar er zijn helaas ook jongens en meisjes die niet zo snel op de arbeidsmarkt komen. Het gemeentebestuur helpt hen door contact te zoeken met het bedrijfsleven en door de werelden van onderwijs en arbeidsmarkt bij elkaar te brengen. Bij de opening van een nieuwe mbo-locatie vorig jaar vroeg ik me af wanneer ik voor laatst stage heb gelopen. Dat was als burgemeester bij Eberhard van der Laan. Vervolgens vroeg ik de docenten of ze bij mij stage wilden lopen. Dat werd een interessante ervaring, we zijn allemaal met jongeren bezig en brachten de werelden bij elkaar. Alleen al de ontmoeting geeft nieuwe inzichten.’

Hoe breng je de stad in balans? Krijgen de congresbezoekers antwoord op die vraag?
‘Wie naar de Dag van de Stad komt, moet vertrekken met drie ideeën om over na te denken. Dat is ook mijn insteek als ik naar een congres ga. De kunst is wat je hoort te vertalen naar vraagstukken waar jij mee bezig bent. Niet kopiëren, maar vertalen. Ga aan de slag met die ideeën en wees reëel dat de stad af en toe ook een beetje uit balans is. Durf dingen anders te doen, neem risico en denk out of the box. Gebruik oplossingen die niet direct voor de hand liggen. Als iets dan niet lukt, is het niet mislukt. Zie het als leerproces. Er is hier een innovatief bedrijf gevestigd dat 30 procent van de omzet in innovatie en onderzoek steekt. 30 procent! Het is niet raar om continu te willen en te kunnen veranderen.’