Breda koppelt data in strijd tegen ondermijning

VNG Magazine nummer 15, 5 oktober 2018

Auteur: Paul van der Zwan

Met één druk op de knop zien hoe personen en objecten zijn gelieerd aan andere mensen. In Breda kan het dankzij het Veiligheidsinformatieknooppunt (VIK), dat zich vooralsnog richt op ondermijning. Hoofd veiligheid Cas Christiani: ‘Hiermee laten we zien dat we een overheid zijn die zich niet voor de gek laat houden.’

Een signaal over een zorgbureau bracht de zaak in Breda eerder dit jaar aan het rollen. Het werd ingevoerd in verschillende databestanden waartoe de gemeente toegang heeft. De zorgaanbieder bleek veertien panden in de gemeente te hebben, de personen die ermee te maken hadden, kwamen veelal uit één familie. Hun nering: mensen met een persoonsgebonden budget (pgb) dagbesteding bieden. Christiani: ‘Het riep op zijn minst vragen op.’

Familie
De gemeente probeerde in gesprek te komen met de cliënten, maar er kwam altijd iemand van de familie mee. ‘Vrijuit praten, konden zij dus niet.’ De gemeente bedacht een strategie. Zij nodigde de zorgaanbieder uit voor een gesprek op het gemeentehuis. Op datzelfde moment bezochten ambtenaren van de gemeente de veertien panden. Wat bleek? In die panden werd helemaal geen zorg geboden. ‘De zorgaanbieder werkte ook in Bergen op Zoom. Een aantal cliënten in die gemeente werd zelfs ingezet om illegale hennep te knippen in Gelderland. En onderwijl streken de zogenaamde zorgaanbieders ook nog eens pgb-gelden op.’

We zijn een overheid die zich niet voor de gek laat houden

De criminelen liepen tegen de lamp dankzij het Veiligheidsinformatieknooppunt (VIK). Maar wat is dat precies? Christiani: ‘In feite draait het om de koppeling van gegevens van basisregistraties waar de gemeente toegang toe heeft. Denk bijvoorbeeld aan de basisregistratie van personen (BRP), van adressen en gebouwen (BAG) en de waarde van onroerende zaken. Daarnaast kan vrijwel iedere gemeente bij gegevens van het Kadaster en de Kamer van Koophandel.’ Een speciale visualisatietool, die Breda met vier andere Brabantse gemeenten heeft ontwikkeld, maakt het mogelijk om de verbanden tussen de diverse data goed in beeld te krijgen.
Christiani neemt als voorbeeld de controle van een drugspand. ‘Met behulp van het VIK kunnen we zo zien wie de eigenaar is, wie de eventuele huurder, welke bv’s er op het adres zitten en wie de zakenpartners zijn. Als je die gegevens weer vergelijkt met bijvoorbeeld gegevens over andere drugspanden waar dezelfde mensen aan gelieerd zijn, blijkt al gauw of vervolgonderzoek nodig is.’

Breda zet het VIK vooralsnog vooral in voor de aanpak van ondermijning. ‘Dat is ook hier een groot probleem; de scheiding tussen de onder- en de bovenwereld is soms slecht zichtbaar.’ De ambtenaren van de gemeente voor de bestrijding van criminaliteit gebruiken het VIK om beelden te maken van kwetsbare wijken. ‘Die komen eerder in aanraking met ondermijning; als er signalen zijn, investeren we daar als gemeente in. Het doel van het VIK is te laten zien dat we een overheid zijn die zich niet voor de gek laat houden.’ 

Politietaak
Voor dat onderzoek naar ondermijning richt Breda zich in eerste instantie niet op personen. ‘Opsporing is immers een politietaak.’ De gemeente neemt vooral tips over gebouwen en bedrijven als uitgangspunt. Vervolgens koppelt zij de basisregistraties daarover aan elkaar. ‘Dan komen we vanzelf uit bij gegevens over personen. Het kan allemaal leiden tot nader onderzoek, dat we soms doen met de politie, de Belastingdienst of de Fiscale inlichtingen- en opsporingsdienst (FIOD). Het zogeheten RIEC-convenant (Regionale Informatie- en Expertise Centra) maakt het mogelijk om gegevens uit te wisselen met deze ketenpartners. Gemeenten en provincies hebben dit convenant ondertekend. Het dient voor de bestuurlijke aanpak van georganiseerde criminaliteit, betere aanpak van handhaving en bevordering van integriteitsbeoordelingen. 
Breda is de eerste gemeente die echt met het informatieknooppunt werkt. Sinds 2015 heeft de gemeente er, met behulp van de VNG, mee geëxperimenteerd. Net als enkele andere gemeenten trouwens. De proef in Breda was een succes, wat onder meer blijkt uit het oprollen van het criminele zorgbureau. Het VIK is sinds juli operationeel in Breda.
 

Privacy was de zwaarste pijler van het project

Als Breda al langer toegang heeft tot de data uit al die bestanden rijst natuurlijk de vraag waarom die data al niet veel eerder zijn gekoppeld. ‘Dat gebeurde ook wel; vroeger gingen ambtenaren van de ene afdeling met lijstjes langs bij ambtenaren van de andere afdeling. Maar of dat gebeurde, hing ook af van of mensen elkaar kenden.’ Daar komt volgens Christiani bij dat samenwerking tussen afdelingen ICT en veiligheid binnen een gemeente niet zelden ‘een veelkoppig monster’ is. ‘Dat is lastig te bestrijden.’ Dat het in Breda toch lukte, is mede te danken aan een ambtenaar die op de afdeling ICT werkte en die de overstap maakte naar de afdeling veiligheid. ‘Die kan dus met een veiligheidsbril naar ICT kijken. Dat heeft heel erg geholpen.’
De pilot heeft uiteindelijk drie jaar geduurd. Dat lijkt best lang voor het louter koppelen van bestanden. Vooral het waarborgen van de privacy van personen vormde een grote klus. ‘Dat was echt de zwaarste pijler van het project.’ Zo moest de gemeente in kaart brengen welke risico’s er bestaan op het schenden van privacy en welke maatregelen zij neemt om die privacy te waarborgen. Daarnaast was een rechtmatigheidsdocument vereist, dat garandeert dat de gemeente ook werkt volgens de richtlijnen voor privacybescherming. ‘Wij hebben samen met de VNG dit wiel uitgevonden; beide willen dat deze twee documenten voor alle gemeenten beschikbaar zijn. Via de VNG kunnen gemeenten ze opvragen.’
Het VIK biedt eveneens mogelijkheden op andere beleidsterreinen dan ondermijning en zorgfraude. ‘Ook overlast gevende jeugdgroeperingen kunnen we ermee in beeld krijgen.’ Maar hoe meer databestanden de gemeente ter beschikking heeft, hoe meer mogelijkheden het VIK heeft. Christiani heeft wat dat betreft wel een wens: ‘Het mooiste zou zijn als we de gegevens over ontvangers van uitkeringen uit het SUWI-netwerk zouden kunnen gebruiken. Den Haag werkt momenteel aan wetgeving om dat mogelijk te maken zonder dat we de privacy van mensen te veel aantasten.’

Datagedreven gemeenten
Het project Veiligheidsinformatieknooppunt (VIK) is onderdeel van het speerpunt datagedreven gemeenten van de VNG en VNG Realisatie. Deelnemende gemeenten onderzoeken in de praktijk in hoeverre het VIK-concept geschikt is voor brede uitrol onder Nederlandse gemeenten. Hierbij gelden enkele aandachtspunten:
Houd rekening met privacy, stigmatisering en ethische vraagstukken. 
Zoek samenwerking tussen Sociale Zaken, Burgerzaken en Handhaving. 
Zoek verbinding met Veiligheidsregio’s.