Bossche sferen: Vrijwilligers en vergunninghouders in gesprek

Nummer 1, 26 januari 2018

Auteur: Paul van der Zwan | Beeld: © Marc Bolsius

Veel gemeenten boren hun creativiteit aan om vergunninghouders te helpen met integreren in de samenleving. Zo ook ’s-Hertogenbosch, dat experimenteert met de aanpak Bossche Sferen: ontmoetingen tussen statushouders en Bosschenaren rond negen thema’s.


Niet dat de participatie van vluchtelingen in ’s-Hertogenbosch niet goed verliep, benadrukt wethouder Huib van Olden (CDA). Toch ontbrak daar naar zijn zeggen iets aan: die was te gefragmenteerd, de gemeente besteedde te veel afzonderlijke aandacht aan bijvoorbeeld taal, wonen en werken voor vergunninghouders, met onvoldoende onderlinge afstemming. ‘We vonden het eigenlijk allemaal te weinig.’
De knop moest om, ’s-Hertogenbosch wilde zijn nieuwkomers nadrukkelijker welkom heten. Zo geschiedde: ‘We hebben als het ware een satéprikker gestoken door alles wat we al deden ter bevordering van integratie en participatie.’ Dubbelingen in de aanpak, die vooral zaten op het gebied van taal, werden verwijderd. En de gemeente keek wat er in de aanpak ontbrak.

Kennismaken
Wat dat was, illustreert Van Olden als volgt. ‘Als Nederlanders op reis gaan naar bijvoorbeeld Afrika kunnen zij hun trip samenstellen zoals zij willen; ze kunnen onder meer wild spotten, tempels bezoeken of een kijkje nemen bij inwoners thuis. Dat principe hebben we toegepast.’ In samenwerking met de Internationale School voor Wijsbegeerte in Leusden presenteert ’s-Hertogenbosch voor vergunninghouders een programma dat hen helpt op een plezierige manier kennis te maken met de gemeente: Bossche Sferen (zie kader). Dat met subsidie van het Asiel-, Migratie- en Integratiefonds.
Kern van de aanpak vormen bijeenkomsten waarin vergunninghouders en Bossche vrijwilligers elkaar ontmoeten. Het is de bedoeling dat beiden met elkaar in gesprek komen. De negen bijeenkomsten draaien om verschillende thema’s, zoals kunst, maatschappij, natuur, sport, politiek, geloof, privé, filosofie, mens en werk. De locaties van de bijeenkomsten sluiten zo veel mogelijk aan bij het thema: het gemeentehuis, een sportvereniging, een museum, het bos, een kerk. Groepen van ongeveer 25 vergunninghouders spreken daar met rond de 20 Bosschenaren en enkele vrijwilligers van bijvoorbeeld Vluchtelingenwerk en een vrijwilligersorganisatie over de thema’s. Van Olden: ‘Het begin van de gesprekken is socratisch, dat wil zeggen dat ze waardevrij zijn; mensen worden geacht te spreken en te luisteren zonder oordeel of vooroordeel.’

Normen en waarden
Tijdens de gesprekken komen onder meer normen, waarden en regels ter sprake. Projectleider Bram van der Veer bezocht de meeste gesprekken. ‘Vergunninghouders kunnen vrijuit vertellen hoe het daarmee zit in hun thuisland. Daarnaast horen ze over onze normen en waarden. Al pratende worden de verschillen en overeenkomsten duidelijk.’ Na een plenaire bijeenkomst gaan de deelnemers in groepjes verder. ‘De uitkomsten en conclusies van de gesprekken bewaren we. Aan het eind van de negen bijeenkomsten komen we tot een soort spelregels voor omgang en gedrag, in feite een soort sociaal contract.’
Gespreksleiders spelen vanzelfsprekend een belangrijke rol tijdens de bijeenkomsten. De Internationale School voor Wijsbegeerte levert professionele gespreksleiders. Van der Veer: ‘De dialoogleiders die de gesprekken begeleiden in de groepjes hebben we geworven uit de Bosschenaren die zich bij het project hebben aangesloten. Zij zijn getraind in het voeren van een socratisch gesprek.’

Vrijwilligers
Het project staat of valt met de medewerking van vrijwilligers. Daarover heeft de gemeente niet te klagen. De groep vrijwilligers is volgens Van der Veer erg divers. In de eerste van de twee groepen die inmiddels afgesloten zijn, zaten gepensioneerde hoogopgeleide vrouwen, een voormalig manager human resource management, enkele kunstenaars, studenten en Europeanen die al eerder naar Nederland zijn geëmigreerd en dus ervaringsdeskundige zijn. ‘Maar het hangt natuurlijk ook af van het tijdstip op de dag dat de bijeenkomsten worden gehouden: ’s morgens zijn andere vrijwilligers beschikbaar dan ’s avonds.’ 
Van der Veer noemt het een ‘uitdaging’ om de bijeenkomsten in het Nederlands te doen. ‘Maar als het echt inhoudelijk wordt, maken we gebruik van tolken die bijvoorbeeld het Arabisch of Eritrees machtig zijn. In de pauzes daarentegen proberen we zo veel mogelijk in het Nederlands te communiceren.’ De gemeente heeft dus alle begrip voor vergunninghouders die wellicht het inburgeringsexamen al hebben gehaald en toch het Nederlands nog niet voldoende machtig zijn. Van Olden: ‘Ik heb onlangs participatieverklaringen uitgereikt. De eerste welkomstzin heb ik ook in het Arabisch en Eritrees uitgesproken. Daardoor laat ik zien dat ik weet hoeveel moeite vergunninghouders zich moeten getroosten om zich in een vreemde taal uit te drukken.’
Nieuwkomers blijken in de praktijk hun weg in de gemeente moeilijk te kunnen vinden. Wethouder Van Olden: ‘Door deelname aan Bossche Sferen komen zij bijvoorbeeld in aanraking met een sportclub, dan worden ze ook eerder lid van zo’n club. Een dergelijke verlaging van de drempel geldt ook op het gebied van cultuur. Zo is er een internationale schakelklas waarin samen muziek wordt gemaakt.’

Resultaten
Het doel van Bossche Sferen is om vluchtelingen te helpen bij het leren van het Nederlands en het vinden van werk. Dat laatste is gunstig voor de gemeente, die eventueel minder geld hoeft uit te geven aan bijstandsuitkeringen. ‘Maar wat ons betreft hoeft het zich niet direct uit te betalen in financieel gewin.’ Dat vluchtelingen uit hun sociaal isolement komen en door deelname aan het project aan eigenwaarde winnen, vindt de wethouder belangrijker.
Van Olden kan nog niet zeggen wat de concrete resultaten zijn van Bossche Sferen. ‘Zowel de vluchtelingen als de vrijwilligers van de twee groepen die het programma hebben afgerond, zijn enthousiast.’ Dit jaar zijn er nog zes groepen, in 2019 ook nog zes. ‘Wellicht valt er na afloop iets te zeggen, hoewel ik denk dat echt harde conclusies moeilijk te trekken zullen zijn. Of vluchtelingen makkelijk aan werk komen, hangt bijvoorbeeld ook af van andere factoren, zoals hoe de economie ervoor staat.’
Dat de bijeenkomsten zullen leiden tot contacten en vriendschappen tussen vrijwilligers en vluchtelingen staat volgens Van der Veer wel vast. ‘Tijdens de afsluitende lunch van de eerste groep zijn volop namen en e-mailadressen uitgewisseld. Dat gebeurde spontaan, daar hebben wij niet op gestuurd. Een hoopgevend signaal dus.’ 


 

Agora
De aanpak van Bossche Sferen sluit aan bij het boek Het agoramodel: de wereld is eenvoudiger dan je denkt van de inmiddels overleden voormalig Denker des Vaderlands en filosoof René Gude. Die stelt dat welke weg je ook neemt in het leven, je steeds weer in dezelfde soorten gebouwen belandt. Mensen leven in privéhuizen, werken in private gebouwen, organiseren zich rond publieke gebouwen en besturen de samenleving vanuit politieke gebouwen. Om het leven in deze vier levenssferen goed te laten verlopen, oefenen mensen in trainingsgebouwen: de tempel, de sportschool, het museum en de academie. Deze gebouwen zijn volgens Gude rond ieder centraal plein (de agora) in steden overal ter wereld te vinden. Om je gemakkelijk te leren bewegen in het leven, is het goed om de leidende beginselen van alle gebouwen te leren kennen, mede door die gebouwen te bezoeken.