Boa’s zorgen voor leefbare wijken - ‘Wij willen geen politie zijn’

Nummer 8, 18 mei 2018

Auteur: Leo Mudde | Beeld: © Dirk Brand

Ze zijn er om de leefbaarheid te bewaken en het gevoel van veiligheid in de wijk te vergroten. De boa is in veel gemeenten allang geen veredelde stadswacht meer, maar een gerespecteerde toezichthouder die de wijk en de inwoners kent. Op straat zijn zij de oren en ogen van de gemeente en de natuurlijke partner van de politie.

In het dagelijks taalgebruik heten ze boa’s, maar gemeenten spreken liever over ‘handhavers’. Want de boa is een gemeentelijke handhaver in de breedste zin van het woord, schreef de VNG in maart 2016 in de notitie Omdat de burger dat van ons verwacht; Handhaving sterk in de openbare ruimte. ‘Een boa is méér dan een buitengewoon opsporingsambtenaar. Hij is zichtbaar aanwezig in de openbare ruimte, stimuleert mensen om zich aan de regels te houden en zo bij te dragen aan een plezierige woonomgeving. Hij is een extra paar ogen en oren voor de gemeente, voor jeugdwerkers, voor sociale wijkteams en voor de politie.’

De boa’s vullen in de wijken het gat dat de politie de afgelopen jaren, sinds de vorming van één nationale organisatie, heeft laten vallen. Gemeenten werken hard aan de professionalisering van de boa, wat zich onder meer heeft vertaald in opleidingseisen, een fatsoenlijke beloning, secundaire arbeidsvoorwaarden en de introductie van een landelijk uniform. Burgemeesters, die hun greep op de politie waren kwijtgeraakt, hebben met de boa’s weer een mogelijkheid om in ieder geval de kleine ergernissen in de wijk – overlast, foutparkeren, vernielingen – aan te pakken.

In augustus 2017 concludeerde Jelmar Oomkens in een onderzoek waarmee hij afstudeerde aan de Universiteit Utrecht dat politieagenten boa’s nog regelmatig als bedreiging zien en dat boa’s ook nog weleens het idee hebben dat zij zich moeten bewijzen tegenover politieagenten of andere partners. Dat beeld herkent Marcel Blank totaal niet. Hij is sinds zes jaar teammanager Toezicht en Handhaving in de gemeente Purmerend en heeft daar leiding over 22 boa’s. Blank, die zelf vijftien jaar bij de politie werkte, zegt dat er in ieder geval in Purmerend sprake is van gelijkwaardigheid. ‘Wij kunnen op het politiebureau zo doorlopen langs de receptie, agenten hebben toegang tot onze ruimte. Agenten maken ook wel eens de overstap naar de gemeente als boa, wijkmanager, leerplichtambtenaar of jongerenwerker. Niet vanwege het salaris, ik geloof niet dat boa’s beter worden betaald, maar vanwege het soort werk en de directe betrokkenheid bij de stad. In mijn team zitten ook mensen met een politie- of marechausseeachtergrond.’

Al jaren steggelen de VNG en het kabinet over de boa's

Die gelijkwaardige positie ziet ook Peter Oskam, burgemeester van Capelle aan den IJssel. Namens de VNG is hij als lid van de commissie Bestuur en Veiligheid woordvoerder op het boa-dossier. Een dossier dat steeds dikker wordt, want al jaren steggelen de VNG en achtereenvolgende kabinetten over de gemeentelijke boa’s, hun bevoegdheden en de financiering. Recent nog, in een reactie op het eindrapport van de commissie Evaluatie Politiewet 2012, schreef de VNG aan minister Ferdinand Grapperhaus (Justitie en Veiligheid) dat er behoefte is aan meer inzet én extra bevoegdheden. Foeteren gemeenten al geruime tijd over het verdwijnen van de ‘pv-vergoeding’ (voor elk proces-verbaal dat een boa uitschreef, kregen gemeenten tot 2015 een kleine vergoeding, het boetegeld zelf vloeide in de staatskas), nu willen zij ook meer bevoegdheden voor boa’s bij de handhaving van lichte verkeersovertredingen in woonwijken, winkelgebieden en rond scholen. Het aantal verkeersslachtoffers neemt toe en omdat de politie niet aan verkeershandhaving op lokale wegen toekomt, moet iemand anders dat doen, is de gedachte.

Het takenpakket van de boa’s is al flink uitgedijd, de afgelopen jaren. Zo is in Purmerend ook het toezicht op naleving van de Drank- en Horecawet bij de boa’s belegd en zijn de jeugdboa’s van het team Buurttoezicht vrijwel dagelijks in de avond en nachtelijke uren op straat aanwezig. Blank: ‘De mensen zien dat en waarderen dat, dan is het extra vreemd dat een boa een door rood overstekende burger niet mag bekeuren. Dat is niet uit te leggen.’

Verkeershandhaving

Oskam: ‘Burgemeesters gingen lang mee in de opvatting dat verkeershandhaving een politietaak was. Maar de politie moet keuzes maken, de situatie is veranderd. Een voorbeeld: in Capelle geldt in een straat met een school een inrijverbod op tijden dat de kinderen ’s morgens en tussen de middag naar school gaan. Als dat wordt overtreden, en dat gebeurt vaak, mogen de boa’s niet handhavend optreden, ze kunnen alleen maar waarschuwen. Dat snappen de mensen niet. De VNG is nu zover dat ze zegt: misschien moeten we in dergelijke situaties de boa’s maar laten optreden.’

Toen de pv-vergoeding werd afgeschaft, was Oskam nog lid van de Tweede Kamer. Hij maakte een belrondje langs burgemeesters om hun mening te peilen. ‘Veel burgemeesters zeiden dat de boa’s dan ook weinig zin meer hadden. Mijn voorganger in Capelle aan den IJssel, Frank Koen, stond daar anders in. Hij wilde juist méér investeren in de boa’s, ondanks dat het de gemeente geld zou kosten. Omdat hij ze belangrijk vond voor de leefbaarheid. Een terechte keuze, vind ik. Gelukkig redeneren steeds meer burgemeesters zo. Investeringen en een strenge selectie zorgen voor kwalitatief goede boa’s.’

Nieuwe gemeentepolitie

Oskam en Blank zien niets in het voorstel van de Stichting Maatschappij en Veiligheid die bij monde van haar voorzitter mr. Pieter van Vollenhoven vorige maand pleitte voor het onderbrengen van de boa’s in de politieorganisatie. Anders dreigt, zo vreest Van Vollenhoven, een nieuwe gemeentepolitie te ontstaan. De professionalisering van de boa’s en de introductie van één modeluniform wat naar verwachting in 2020 door alle boa’s zal worden gedragen, zouden daar de voortekenen van zijn.
Oskam: ‘Als dat gebeurt, verliezen gemeenten elke sturing. Want wie betaalt, bepaalt. Als VNG zijn we daar dan ook geen voorstander van. De boa’s en de politie zijn complementair aan elkaar. De politie is zelf ook niet enthousiast over het plan van Van Vollenhoven. Dat de politie niet alles meer kan doen en keuzes moet maken, is een gegeven. Zoek het daarom in de samenwerking, maar houd de lijnen kort.’

Blank: ‘Wij willen helemaal geen politie zijn. De boa’s zijn er voor de leefbaarheid in de wijk, de politie is er voor de opsporing en bestrijding van criminaliteit. Ook een vuurwapen voor boa’s is niet aan de orde, het geweldsmonopolie moet bij de politie blijven. In Purmerend hebben we niets. Zaanstad heeft bijvoorbeeld handboeien, wij niet. Aan een wapenstok hebben we niks, maar aan pepperspray voor onze eigen veiligheid wel, is mijn persoonlijke mening. Dat kan heel effectief zijn als je in een fysiek zeer bedreigende situatie zit, het geeft je net de mogelijkheid om drie, vier meter afstand te nemen en de situatie weer onder controle te krijgen. Als je aan de publieke zaak werkt, moet je dat ook veilig kunnen doen.’

Geen meerwaarde

Oskam ziet voor zijn eigen gemeente ook geen meerwaarde van meer wapens voor de boa’s. ‘Wij zitten tegen Rotterdam aan, we hebben het geluk dat er altijd politie in de buurt is als de boa’s in een benarde situatie terechtkomen. Maar ik kan me voorstellen dat boa’s in dunbevolkte gebieden, waar ze misschien wel een halfuur op politieondersteuning moeten wachten, behoefte hebben aan meer middelen. Handboeien bijvoorbeeld, die heeft nu niet iedereen maar ze zijn wel nuttig om iemand voor langere tijd in bedwang te houden. Dan krijg je ook nog dat de omstanders zich ermee gaan bemoeien wat een situatie nog ingewikkelder maakt. Nu mogen boa’s geen verdachten vervoeren. Dat is prima, maar maak dan in ieder geval de afspraak dat de politie binnen vijf minuten ter plaatse is. Lukt dat niet, maak dan mogelijk dat boa’s wél zelf het vervoer naar het politiebureau mogen verzorgen. Welke middelen en mogelijkheden nodig zijn, is situationeel bepaald.’

Omdat Blank zelf een politieachtergrond heeft, spreekt hij de taal van de ‘collega’s’. Dat helpt, erkent hij. Maar boa’s dwingen ook en vooral respect af door hun opleiding en hun optreden. Vooral het contact met de wijkagent is belangrijk. Blank: ‘Wij horen en zien veel. Daardoor kunnen we ook de verbindingen snel leggen. Binnen de gemeente, bijvoorbeeld met wijkmanagers, leerplichtambtenaren en de politie. Wij hebben elke vrijdag een briefing met de wijkagenten, we weten van elkaar waar we mee bezig zijn.’Maar het verwerven van respect is misschien wel veel belangrijker. ‘We kijken naar wat nodig is in de wijk, en zoeken met inwoners naar de oplossingen die wij vervolgens weer delen met de ambtenaren of de bestuurders in het gemeentehuis. Wij spreken de mensen met loslopende honden aan, wij kijken naar verkeersonveilige situaties en beteugelen jeugdoverlast, daar ligt onze kracht. Wij zijn van de gemeente, dat moet ook zo blijven, daarom voel ik niets voor één organisatie van boa’s en politie. Echt, de boa’s hebben een enorme meerwaarde voor de stad, beschouw ze als een cadeautje.’

Veel soorten boa’s


Boa’s – buitengewoon opsporingsambtenaren – zijn er in veel soorten: boswachters, brugwachters, conducteurs, jachtopzieners, gemeentelijke handhavers, marktmeesters, parkeercontroleurs. Het is maar een greep uit de verschillende functies die allemaal één ding gemeen hebben: ze mogen allemaal boetes uitschrijven.
Boa’s helpen mee met het toezicht houden op de lokale orde en veiligheid, controleren of mensen zich aan de regels houden en geen overtredingen begaan. Anders dan de politie mogen zij alleen werken op het gebied waarvoor zij zijn opgeleid: een boswachter is geen leerplichtambtenaar, ook al zijn beiden boa. Ze zijn gespecialiseerd in een onderdeel van de wet of in een verordening, waardoor zij gerichter en in veel gevallen met meer kennis kunnen optreden dan een politieagent.
Sommige boa’s hebben politiebevoegdheden en mogen bijvoorbeeld fouilleren of geweldsmiddelen gebruiken als een wapenstok of pepperspray. De meesten dragen ook handboeien. 
Nederland telt ongeveer 23.500 boa’s bij 1100 verschillende instanties, waaronder gemeenten.

Bron: politie.nl