Betoog: Raad niet professioneler, maar politieker

VNG Magazine nummer1, 25 januari 2019 

Auteur: Martin Schulz, Paul Frissen en Jorgen Schram, Nederlandse School voor Openbaar Bestuur 

De raad moet niet professioneler worden, maar politieker, betogen drie wetenschappers van de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur. 

Om raadslid te worden, is geen diploma nodig en er gelden geen samen bepaalde regels of standaarden. Hierdoor is raadslid zijn geen beroep of vak. Een raadslid is dus ook geen professional – misschien wel in zijn of haar dagelijks werk, maar niet als volksvertegenwoordiger. Daarom noemen we het raadslidmaatschap vaak ‘lekenbestuur’. In de afgelopen jaren zijn velen ervan overtuigd geraakt dat dit een probleem is. Zij beweren dat de raad niet goed functioneert, omdat er mensen in zitten die niet over de juiste kennis en ervaring beschikken. De raad zou dan geen tegenspel kunnen bieden aan het krachtige college van B en W. Dat college heeft immers door de ambtelijke ondersteuning altijd een kennisvoorsprong. 
De gekozen oplossing voor dit probleem is professionalisering: raadsleden opleiden en beter ondersteunen. Onbedoeld is dat een poging om van het raadslidmaatschap toch een beroep te maken. Dat kan naar ons idee het gevolg hebben dat het raadslidmaatschap nog minder van iedereen en steeds meer van hoger opgeleiden wordt. Dat is natuurlijk niet de bedoeling. Daarom zou de gemeenteraad niet moeten professionaliseren, maar politiseren.  

Politieker 
Politiek is het alternatief voor fysiek geweld tussen burgers. Als we het oneens zijn, slaan we elkaar niet de hersenen in, maar bedrijven we politiek. Dat maakt strijd tot kenmerk van wat politiek is. Democratische politiek erkent de verschillen tussen mensen. Daar geven we – als het goed is – mensen die de minderheid vormen extra ruimte. Immers, van tijd tot tijd zijn we allemaal weleens onderdeel van de minderheid. Er is geen alternatief voor politiek en daarom moeten politici zichzelf soms begrenzen in hoe ze strijd voeren. De gemeenteraad heeft van nature twee krachten in zich: een divergerende kracht (de strijd om het verschil) die politici uit elkaar drijft en een convergerende kracht (samen bestuursorgaan zijn) die politici dichter bij elkaar brengt. Deze krachten zijn tegelijkertijd in de raad aanwezig. De verhouding tussen de convergerende en de divergerende kracht geeft de raad een bepaald (tijdelijk) karakter. 
De opdracht voor iedere gemeenteraad (en dus voor alle raadsleden) is om de beide krachten – divergentie en convergentie – steeds in het oog te houden. Ze hoeven niet altijd groot te zijn. Soms past het om saamhorig of terughoudend en meer naar binnen gekeerd te zijn. Dan is convergentie groter. Voor een hoog ideaal mogen volksvertegenwoordigers echter ook tot het uiterste gaan. Dan moet het debat op het scherp van de snede worden gevoerd. Dan is er niets mis met strijdlust en met grotere divergentie. Variatie en afwisseling zijn noodzakelijk. Een vitale of misschien wel zelfbewuste raad kan op het ene moment strijdlustig zijn om even later op een ander onderwerp saamhorigheid te tonen. Een raad die in balans is, beheerst deze krachten en kan ze naar eigen inzicht hanteren. 

De raad heeft een proces van reflectie nodig 
 

De positie van de gemeenteraad wordt bepaald door de mate waarin de raad in staat is op zichzelf te reflecteren. Dat is lastig in de politieke waan van de dag. Toch heeft de raad een proces van reflectie nodig op de vraag hoe hij krachten van divergentie en convergentie vorm geeft. Als raadsleden de politieke orde in de gemeenteraad niet actief gezamenlijk vormen, dan maakt de raad zich afhankelijk van het toeval van gebeurtenissen, incidenten en machtsverhoudingen. Leren over en door reflectie kan door de burgemeester en de griffier worden begeleid. Het blijft echter in zekere zin een ‘intiem’ proces: het raakt de kern. Dat kan de politiek natuurlijk nooit uit handen geven.

Dit is een verkorte versie van het essay ‘Gemeenteraden positioneren: van professionaliseren naar politiseren’ van Martin Schulz, co-decaan van de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur en adjunct-directeur van de NSOB Denktank, Paul Frissen, bestuursvoorzitter en decaan van de NSOB en hoogleraar bestuurskunde aan Tilburg University, en Jorgen Schram, onderzoeker en opleidingsmanager bij de NSOB.  Het essay kan gratis worden gedownload op nsob.nl

Schrijf ook een betoog voor VNG Magazine: redactie@vngmagazine.nl