Betoog: Kwaliteit én inhoud van de zorg moeten centraal staan

VNG Magazine nummer 3, 22 februari 2019

Auteur: Harrie van Dijk, wethouder (Lokaal Sterk) Helmond

Recent deed de Centrale Raad van Beroep uitspraken over resultaatgericht indiceren van huishoudelijke ondersteuning op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo). Deze uitspraken hebben omvangrijke en ingrijpende gevolgen voor de gemeentelijke beleidsruimte en uitvoeringspraktijk, betoogt wethouder Zorg en Welzijn Harrie van Dijk uit Helmond.

Op basis van de Wmo bieden gemeenten inwoners diverse vormen van ondersteuning. Het Rijk beoogde gemeenten beleidsruimte te geven om maatwerk voor inwoners te realiseren én een transformatie te bewerkstelligen binnen de beschikbaar gestelde financiële middelen. Het beschikbare budget werd destijds verlaagd met zo’n 40 procent, dus de noodzaak om te transformeren was direct duidelijk. De Wmo uit 2015 bood veel gemeenten de mogelijkheid daadwerkelijk te transformeren en een nieuwe manier van indiceren te introduceren: niet langer op basis van uren (tijd) maar op basis van resultaat en bijbehorende resultaatfinanciering. 

Tweemaal per jaar mogen inwoners aangeven welke zaken zij extra aangepakt willen hebben
 

Bij resultaatgericht indiceren, bepaalt de gemeente wat het resultaat van de ondersteuning moet zijn. In het geval van huishoudelijke ondersteuning: een schoon en leefbaar huis. De kwaliteit van de ondersteuning staat in ons systeem voorop. De inzet door de aanbieders is, zonder uren te noemen, geobjectiveerd door de manier waarop we, samen met de vijf Peelgemeenten, het begrip ‘schoon huis’ hebben gedefinieerd en meetbaar gemaakt. Zowel gericht als ongericht (blinde steekproef) laten wij met regelmaat optische controles uitvoeren door onafhankelijke, gecertificeerde controleurs. Inwoners blijken tevreden over de geleverde zorg én het resultaat: de woningen zijn schoon en leefbaar. Daarnaast hebben we in Helmond een extra servicebeurt ingevoerd: tweemaal per jaar mogen inwoners aangeven welke zaken zij extra aangepakt willen hebben. Het gaat om taken die buiten de maatwerkvoorziening huishoudelijke ondersteuning vallen, maar waaraan onze inwoners wel behoefte hebben. Bijvoorbeeld het schoonmaken van houtwerk van de ramen aan de buitenkant.

Inperking beleidsvrijheid
De recente uitspraak van de Centrale Raad van Beroep perkt de beleidsvrijheid van gemeenten fors in. Gemeenten moeten volgens deze uitspraak altijd indiceren op basis van een concreet aantal uren. De duiding door de landsadvocaat, op verzoek van de VNG en het ministerie van VWS, is op 21 december 2018 in een notitie verspreid. Deze duiding is duidelijk en zonder terughoudendheid. Naast gevolgen voor huishoudelijke ondersteuning kan de uitspraak bovendien gevolgen hebben voor het indiceren op andere vormen van dienstverlening binnen de Wmo en delen van de jeugdhulp. 

Handhaven bestaand beleid
Tegelijkertijd wordt aan gemeenten geadviseerd het bestaande beleid voorlopig te handhaven en zorg te dragen voor de continuïteit van zorg. Daar ontstaat wel onduidelijkheid. We willen onze resultaatgerichte werkwijze (zonder benoemen van tijd) handhaven, maar kunnen wij dat wel rechtvaardigen in het licht van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep? Een vraag die mij als wethouder Zorg en Welzijn bezighoudt en bij meer gemeenten in het land leeft. 

Verstrekkende consequenties
Indien de huidige jurisprudentie de maatstaf is, dan moeten we helaas onze uitgangspunten, beleid en uitvoering gericht op resultaatgericht werken aanpassen. Dit zal mogelijk verstrekkende financiële en administratieve consequenties hebben. Ik geloof er niet in dat door enkel het toekennen van een aantal uren een inwoner automatisch de juiste ondersteuning krijgt. Immers, het toekennen van uren betekent niet automatisch dat de kwaliteit in orde is. Ik zie meer mogelijkheden in het monitoren van resultaten dan in het toekennen van uren. Dáár hebben wij als gemeenten een opgave om dat goed in te richten. In mijn optiek moeten de kwaliteit én inhoud van de zorg weer centraal komen staan en moeten we daarover het gesprek voeren in plaats van de geleverde uren.

Wethouder Schlösser (gemeente Deurne) onderschrijft namens de Peelgemeenten de standpunten in dit betoog: ‘Samen met de Peelgemeenten zetten wij ons in voor goede zorg en ondersteuning voor onze inwoners.’

Schrijf ook een betoog voor VNG Magazine: redactie@vngmagazine.nl