Betoog: Data kunnen grip op kosten sociaal domein vergroten

VNG Magazine nummer 17, 9 november 2018

Auteurs: Jessica van den Toorn, senior onderzoeker bij het Verwey-Jonker Instituut en Rob Gilsing, lector jeugdhulp in transformatie bij De Haagse Hogeschool.
 

Gemeenten beschikken over enorm veel data die inzicht kunnen verschaffen in succes- en faalfactoren rond stapeling van voorzieningen in het sociaal domein. Hier wordt volgens Jessica van den Toorn (Verwey-Jonker Instituut) en Rob Gilsing (De Haagse Hogeschool) niet optimaal gebruik van gemaakt, waardoor de uitgaven nog steeds toenemen.

De uitgaven binnen het gemeentelijk sociaal domein zijn de afgelopen jaren sterk  gegroeid. In 2017 beslaat het aandeel van het sociaal domein in het uitgaventotaal volgens Divosa 61 procent, terwijl dit in 2015 nog 56 procent was. Maar ook dat bedrag blijkt onvoldoende: in 2017 werd door gemeenten 4,4 procent meer uitgegeven dan begroot. Het gaat om enorme bedragen. Voor het sociaal domein beliep die begroting van alle gemeenten samen 22,6 miljard euro.

De hoge kosten worden voor een belangrijk deel veroorzaakt door de zogenoemde ‘multiproblematiek’: huishoudens die een beroep doen op meerdere gemeentelijke voorzieningen, ook wel ‘stapeling’ genoemd. Deze groep inwoners beter helpen, met een integrale aanpak binnen de eigen gemeente, was in 2015 een van de redenen om meer sociale taken in handen van gemeenten te leggen. Maar de kosten van de hulp aan deze stapelaars zijn onevenredig hoog. Uit een analyse van CBS-gegevens door de gemeente Nijmegen blijkt dat meer dan 80 procent van de voorzieningen wordt ingezet bij minder dan 20 procent van de gezinnen. Daarnaast maakt 4 procent van de huishoudens aanspraak op ruim 30 procent van de regelingen.

Inzicht nodig

Om de discussie over deze stapeling van voorzieningen goed te kunnen voeren, hebben we inzicht nodig in het daadwerkelijke gebruik van voorzieningen op gemeenteniveau. Met de decentralisatie is daarom door verschillende partijen ingezet op het koppelen van gegevensbestanden, waarbij het CBS de rol van veilige gegevensverbinder speelt. Zo heeft ‘stapeling’ ook een belangrijke plek in de rapportages van de Gemeentelijke Monitor Sociaal Domein op Waarstaatjegemeente.nl.

Waarom is de stapeling in de ene gemeente groter dan in de andere?

Inzicht in de feitelijke stapeling van voorzieningen per gemeente levert echter nog onvoldoende aanknopingspunten op voor beleid en uitvoering. Welke factoren hangen samen met die geregistreerde stapeling? Waarom is de stapeling in de ene gemeente groter dan in de andere? En: zijn er knoppen waar we in ons beleid aan kunnen draaien, om deze stapeling te verkleinen? Met deze vragen gingen wij als onderzoekers van het Verwey-Jonker Instituut, in opdracht van VNG Realisatie, aan de slag. Daarbij richtten we ons op huishoudens met minimaal één voorziening op basis van twee of drie wetten (Wmo, Jeugdwet en/of Participatiewet). Het bleek dat veertien factoren samenhangen met stapeling, waaronder het aandeel werklozen, het aandeel laagopgeleide personen en het aandeel 75-plussers.

Vergelijken

Niet al deze factoren zijn direct te beïnvloeden met lokaal beleid. Inwonersaantallen en het aandeel van ouderen zijn bijvoorbeeld gegeven kenmerken waar je als gemeente gewoon mee moet dealen. Interessanter wordt het als je je als gemeente kunt vergelijken met andere gemeenten die dezelfde voorspelde stapeling hebben. Want waar komen dan die verschillen tussen vergelijkbare gemeenten in de praktijk vandaan?

Over deze vraag zijn we in gesprek gegaan met onderzoekers en beleidsmedewerkers van meer dan twintig gemeenten. Mogelijke verklaringen werden gevonden in beleidsmatige keuzes rond de integrale aanpak van multiproblematiek, de toegang (laagdrempelig of juist wachtlijsten), preventie en de inzet op zelfredzaamheid.

Gemeenten beschikken inmiddels over enorm veel data die inzicht kunnen verschaffen in succes- en faalfactoren rond stapeling. Wat ons betreft is het hoog tijd om hier optimaal gebruik van te maken. De beste start hiervoor is een onderlinge dialoog tussen gemeenten over het sociaal domein, aan de hand van beleid, feiten en cijfers. Dus niet alleen met gemeenten die toevallig hetzelfde inwoneraantal hebben of in dezelfde regio liggen, maar met gemeenten die qua stapeling op elkaar lijken. De data en de middelen zijn er, VNG Realisatie kan gemeenten hiervan voorzien. Zoek elkaar als gemeenten dus op, breng je onderzoekers en beleidsmedewerkers samen en leg je aanpak naast elkaar. Want alleen door slim samen te werken komen we tot betaalbare en duurzame oplossingen.

Schrijf ook een betoog voor VNG Magazine: redactie@vngmagazine.nl