Betoog Arjan Vliegenthart: Het onmogelijke verdeelmodel

Nummer 16, 20 oktober 2017

Eind september spraken wethouders Arjan Vliegenthart (SP, Amsterdam) en Maarten Struijvenberg (Leefbaar Rotterdam) elkaar. De Volkskrant interviewde hen over de verschillen in het bijstandsbeleid. Die verschillen zijn behoorlijk. Niet verwonderlijk als je kijkt naar de politieke kleur van de bestuurders. Zo kent Rotterdam een streng gehandhaafde tegenprestatie terwijl Amsterdam de tegenprestatie juist vrijwillig heeft gemaakt.
 
De ontwikkeling van het bijstandsbestand  in Amsterdam verschilt niet zo heel veel van die in Rotterdam. De afgelopen jaren is het aantal mensen met een uitkering in onze steden licht gestegen. Klaarblijkelijk zijn externe factoren, zoals economische groei en de instroom van statushouders, van veel grotere invloed dan het beleid. Toch koos staatssecretaris Jetta Klijnsma (SZW) voor een verdeelmodel dat heel veel verwacht van beleid. Het ministerie wil gemeenten prikkelen om bijstandsgerechtigden zo snel mogelijk aan het werk te krijgen. Maar de werkelijkheid werkt zo niet. Duidelijke beleidsverschillen in Amsterdam en Rotterdam leiden er niet toe dat de ene gemeente overhoudt en de ander tekortkomt. Collega Struijvenberg en ik komen allebei fors tekort op ons budget. Nog schrijnender laten de Drechtsteden de onvolkomenheden van het model zien. De Drechtsteden voeren één gezamenlijk sociaal beleid en hebben een gemeenschappelijke sociale dienst. Toch krijgt de ene gemeente méér geld dan ze nodig heeft en de andere te weinig. 

Daarnaast wordt het uitkeringsbudget met opzet iets te laag vastgesteld. Ook dit zou gemeenten moeten prikkelen om werk te maken van het begeleiden van mensen naar werk. Dat zou eigenlijk alleen kunnen wanneer het model dan ook echt compleet zou zijn, zodat je echt ‘eigen schuld, dikke bult’ zou kunnen zeggen. Maar dat is niet zo. Het model houdt geen rekening met bijvoorbeeld het aantal alleenstaanden in een stad of het opleidingsniveau van mensen en zadelt sommige gemeenten op met tekorten terwijl andere gemeenten geld overhouden.

Zo kon het gebeuren dat in 2016 gemeenten voor 270 miljoen euro meer aan uitkeringen moesten uitkeren dan er in het landelijk budget beschikbaar was. Om deze voor sommige gemeenten forse klap gedeeltelijk op te kunnen vangen, is er een vangnet. Gemeenten met grote tekorten krijgen extra geld uit het budget van het jaar daarop. Dat hoesten alle gemeenten samen op, waardoor we in 2018 met een tekort van ongeveer 140 miljoen euro beginnen.

De inzet om mensen naar werk te begeleiden, is niet afhankelijk van Haagse prikkels

Los van deze onvolkomenheden zegt de ‘beleidsprikkel’ in het verdeelmodel ook iets over hoe er naar gemeentebestuurders gekeken wordt. Blijkbaar denkt men dat gemeenten een prikkel van buiten nodig hebben om hun bijstandsgerechtigden te helpen met het vinden van werk. In de praktijk is de inzet van mij en mijn collega’s om mensen naar werk te begeleiden niet afhankelijk van Haagse prikkels. Ik loop nu bijna vier jaar rond in gemeenteland en ik ken ze niet, wethouders die denken: ‘Ach, ze zoeken maar lekker zelf een baantje.’ Elke wethouder, van links tot rechts, ziet het als zijn morele plicht om zo veel mogelijk mensen naar werk te begeleiden. Niet vanwege een financiële prikkel uit Den Haag, maar omdat werk onbetaalbaar belangrijk is voor mensen. Het zorgt voor zingeving, collega’s en waardigheid.

Uit eigen zak

In Amsterdam moeten we de tekorten bijpassen uit eigen zak. We kunnen moeilijk tegen onze bijstandsgerechtigden zeggen: ‘Sorry, het geld is op, komt u in januari maar weer eens terug.’ Het verdeelmodel vraagt het onmogelijke van veel gemeenten. Zeker nu er de afgelopen jaren fors is gesneden in het budget om mensen naar werk te begeleiden, zijn de veronderstellingen achter het model in de praktijk niet te realiseren.
Ik heb al eens eerder gezegd: met de decentralisatie is de bezuiniging helemaal bij gemeenten neergelegd, de bevoegdheden zijn half bij ons terechtgekomen, en het Rijk heeft het wantrouwen helemaal in eigen hand gehouden. Het verdeelmodel rond de uitkeringen laat zien waar dat in de praktijk toe leidt. Aan het nieuwe kabinet om daarmee te breken. Door allereerst de tekorten aan te vullen tot een bedrag waarmee gemeenten hun uitgaven gewoon kunnen dekken. Daarnaast zou er gekeken moeten worden naar een systematiek die meer recht doet aan de werkelijkheid. Dat is niet alleen goed voor de interbestuurlijke verhoudingen, maar vooral voor onze burgers die soms een steuntje in de rug nodig hebben om volwaardig mee te kunnen doen.

Arjan Vliegenthart (SP) is wethouder werk, inkomen en participatie in Amsterdam.

Schrijf ook een betoog voor VNG Magazine: redactie@vngmagazine.nl.