Berend de Vries over de duurzame investeringsagenda 'Uniek aanbod voor het Rijk'

Nummer 5, 24 maart 2017

Auteur: Marten Muskee

De decentrale overheden hebben aan het nieuwe kabinet een gezamenlijk aanbod gedaan voor klimaatadaptatie, energietransitie en een circulaire economie. ‘Het is een uniek aanbod, niet alleen maar een wensenlijst’, zegt Berend de Vries, voorzitter van de VNG-commissie Milieu, Energie en Mobiliteit. ‘Het Rijk zou wel gek zijn dit schot voor open doel te missen.’ 

De Vries, in de dagelijkse praktijk D66-wethouder in Tilburg, spreekt met VNG Magazine over de inzet van gemeenten voor de gezamenlijke investeringsagenda Naar een duurzaam Nederland. Gemeenten, provincies en waterschappen trekken voor het eerst samen op in aanloop naar de kabinetsformatie. Ze leggen een gezamenlijk aanbod neer om dwingende maatschappelijke thema’s op te pakken. De Vries spreekt van één verhaal, één boodschap en één aanbod. ‘Het is een uniek moment, we mogen trots zijn dat de investeringsagenda tot stand is gekomen. Het enige wat het Rijk hoeft te doen, is zich bij de drie medeoverheden voegen, het aanbod omarmen en dat samen verder uitwerken.’  

Was het ingewikkeld om de neuzen van de decentrale overheden dezelfde kant op te krijgen?

‘Nee eigenlijk niet. We vonden elkaar al op de thema’s energietransitie en klimaatadaptatie en trokken samen op in overleggen met het ministerie. De ambities lagen er al en die werden gaandeweg breder. De thema’s staan eigenlijk als vanzelf op de agenda bij de drie overheden. Op het VNG Jaarcongres is vorig jaar brede steun uitgesproken om vaart maken met de energietransitie en de waterschappen en provincies hebben dezelfde stevige ambities.’

Wat betekent het commitment aan de investeringsagenda voor gemeenten?

‘Wij stellen ons partij om invulling te geven aan de klimaatafspraken die in Parijs zijn gemaakt. Daar zijn de decentrale overheden medeverantwoordelijk voor en wij willen een deel van de taken op ons nemen. Dat is ook logisch want de bevoegdheden liggen vaak lokaal of regionaal. Een windmolen staat er niet zonder aanpassing van het bestemmingsplan of zonder vergunning en fatsoenlijke inspraak door burgers. Een deel van de opgaven komt dus op ons bordje terecht.

‘Op termijn zullen we van het gas af moeten. Wat ons betreft, wordt dit soort besluiten in dialoog met de burger genomen, dus met draagvlak en democratisch gelegitimeerd. Welke wijk gaat op welk moment van het gas af en kiezen we voor warmte-infrastructuur of nul op de meterwoningen? De decentrale besturen vormen bij uitstek de partijen die deze vragen van een antwoord voorzien. Dat geldt ook voor de klimaatadaptatie. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de riolen en de inrichting van de openbare ruimte. Ook daar moeten we aan de slag willen we de gevolgen van de klimaatverandering ondervangen. Het is verstandig om daar nu aandacht aan te besteden omdat we anders later met een veel hogere rekening worden geconfronteerd. Dan praten we over een investeringsagenda van vele miljarden.’

Het zou mooi zijn als er een coördinerend minister komt

Iedere gemeente heeft in 2020 een planning voor aardgasloze wijken. Dat lijkt me nogal overzichtelijk.

‘Er zit een hele wereld achter het maken van die plannen. Je moet het besluit nemen en zorgen dat de inwoners van alternatieven worden voorzien. Kijk voor die alternatieven naar de industrie in de omgeving, die kan misschien restwarmte leveren. Het is verstandig nu al de mogelijke kansen en alternatieven voor gas die in de regio liggen in kaart te brengen. In sommige wijken staan zoveel bomen dat zonnepanelen geen optie zijn omdat de daken in de schaduw liggen. Kap je dan de bomen omdat ze bijna aan vervanging toe zijn of leg je een warmtenetwerk aan?

‘Al die zaken moet je in kaart brengen om tot een afgewogen plan te komen. Ook de infrastructuur in de grond heeft een bepaalde levensduur. We willen tegen zo laag mogelijke maatschappelijke kosten investeren. Wat doe je in wijken waar over vijf jaar het vervangingsmoment is gekomen? Het netwerkbedrijf hoeft daar niet opnieuw te investeren in het klassieke netwerk en kan misschien een deel van die vermeden kosten inzetten voor de alternatieven. Dit zijn thema’s die op gemeenten afkomen. De andere kant van de medaille is dat dit gepaard gaat met kosten.’

De decentrale overheden zetten hun bestedingen van 28 miljard euro per jaar straks in voor duurzame oplossingen. Zijn de kosten daarvoor hoger waardoor gemeenten minder met hun geld kunnen doen dan tot nu toe?

‘Soms zijn de kosten lager want klimaatbestendig bouwen betekent vaak meer groen in plaats van verstening. Aan een klimaatvriendelijke investering gaan initiële kosten vooraf, maar die investering kan door energieopwekking later ook geld opleveren. Kijk naar de totale kosten die met de opgaven samenhangen. Ik sprak recent een wethouder uit een gemeente waar de vorige coalitie bezuinigd had op renovatie van het gemeentehuis. Het budget werd overschreden waarop alle energiebesparende maatregelen zijn geschrapt. Een suboptimale keuze want nu krijgen ze de rekening voorgeschoteld. Dit soort aanbestedingen hoeft niet per se tot een hogere rekening te leiden. Geef als overheid ook het goede voorbeeld. Tilburg voorziet alle gemeentegebouwen van zonnepanelen. Een deel van de stroomopbrengst komt ten goede aan de maatschappelijke organisaties die van ons huren. Deze businesscase kost ons niets. Je moet wel geld vrijmaken om zonnepanelen te kopen, maar dat verdient zich terug.’

De investeringsagenda wordt gepresenteerd als een zelfbewust bod zonder het handje op te houden?

‘Dat zeggen we vanuit de overtuiging dat alle overheden hun bijdrage willen leveren. Een groot deel van de opgaven komt op het bord van de decentrale overheden en wij kunnen dat niet alleen aan. Daarom pleiten we voor een nationaal programma waarin de overheden als één overheid optreden en zaken pragmatisch aanpakken. Als de gemeente op wijkniveau belemmeringen tegenkomt die op nationaal niveau om een antwoord vragen, moeten we snel kunnen schakelen. Dat geldt ook voor fiscale prikkels die verkeerd uitpakken. Het is zaak die snel aan te pakken buiten de traditioneel hiërarchische verhoudingen en bureaucratie om. Het zou ook mooi zijn als er straks een coördinerend minister komt zodat wij niet telkens voor gesprekken naar verschillende departementen moeten.’

U vraagt naast de aanpassing van wet- en regelgeving toch ook om middelen van het Rijk?

‘Het is niet een kant-en-klare lijst met aan te passen regels en wetten. Het gaat ons om een open houding om bij belemmeringen snel de dialoog te zoeken. De decentrale overheden investeren graag in de opgaven. Dat vergt echter veel uitvoeringscapaciteit en dat zullen we met elkaar moeten financieren. De bestaande middelen zijn daarvoor niet toereikend. Daarom hebben we in de investeringsagenda per thema bedragen genoemd. Die 28 miljard euro die we zelf investeren gaan over onze eigen inkoop. Voor de energietransitie zullen ambtenaren in gesprek moeten met bedrijven in de regio en met burgers in de wijken. Daar moeten we heel wat voor organiseren en dat kost geld. Het gaat niet om nieuwe ambities, maar om wat in Parijs is afgesproken. Willen we dat goed invullen dan moet er procesgeld bij om het voor elkaar te boksen.’

Wat gaat u doen als het Rijk niet bijdraagt?

‘Gelet op het ambitieniveau van dit unieke aanbod zou dat een enorme gemiste kans zijn. Dit is voor het Rijk bijna een schot voor open doel. We vragen niet om wereldbedragen. Wij gaan dan wel verder met de opgaven, maar in een lager tempo. Ik ben bang dat we dan de klimaatdoelstellingen waar het Rijk zich aan heeft verplicht niet halen.’

Het succes staat of valt met regionale samenwerking?

‘Aan een deel van de opgaven kunnen we lokaal op eigen grondgebied werken, maar voor veel opgaven is het verstandig om regionaal te gaan. Maatregelen hebben een ruimtelijke impact. Zoom uit naar de regio om te kijken wat de beste plekken zijn voor windmolens bijvoorbeeld. De provincie wil gemeenten ook graag op een regionale schaal ontmoeten om samen antwoorden te vinden op de energietransitie en klimaatadaptatie. De overheden moeten die antwoorden maatschappelijk en economisch zo kosteneffectief mogelijk invullen en de belangen van burgers zo min mogelijk schaden. In de Drentse veenkoloniën dwingen Rijk en provincie een windmolenpark af terwijl Amsterdam graag windmolens wil, maar de provincie tegenover zich vindt. Dat soort spanningen moeten we voorkomen zonder dat we de ambitie en opgaven loslaten. We kunnen ver komen zonder dwang. Kijk naar het Gelders Energieakkoord waar provincie en gemeenten op een goede manier samenwerken. Geef dit navolging in heel het land, dan begrijpt de burger ook wat we doen.’

We pleiten voor een nationaal programma waarin de overheden als één overheid optreden

Waarom hamert u op een integrale aanpak van deze maatschappelijke vraagstukken?

‘Gemeenten hebben nog veel opgaven in de oude stadswijken waar ze soms fysiek en soms sociaal moeten ingrijpen. De gemeente is in de positie om belangen te verenigen. De traditionele herstructurering van een oude sociale huurwijk bestond in de regel uit sloop en herinrichting van de openbare ruimte. Nu is het verstandig om op zo’n moment na te denken hoe je tegelijkertijd de energie-infrastructuur in zo’n wijk kunt veranderen en de wijk klimaatadaptiever maakt. Probeer indien je niet aan sloop ontkomt ook het vrijkomende beton te hergebruiken. Dat hoeft niet duurder te zijn en is kwalitatief zelfs beter. In Tilburg is een oud kantoorpand door de puinbreker gegaan en daarna via de betonmolen op dezelfde plek opgebouwd. Dat levert veel CO2-winst op want de cementindustrie is een van de meest vervuilende sectoren.’

Hoe krijg je particulieren zover om te investeren?

‘Ik vertel ze dat de CO2-uitstoot in de stad waar de gemeente zelf verantwoordelijk voor is zo’n 2 tot 3 procent bedraagt. De rest komt van bedrijven, bewoners en andere organisaties. Via dialoog kunnen we daar verandering in brengen. Bovendien kunnen we via de Woningwet prestatieafspraken maken met de woningcorporaties. Om de doelen te bereiken kunnen particulieren en bedrijven met een rijksverplichting te maken krijgen en soms kan de gemeente partijen ontzorgen op lokaal niveau. ’s-Hertogenbosch bijvoorbeeld controleert heel intensief op verplichtingen uit de Wet milieubeheer, maar wel op een zodanige manier dat de gemeente ondernemers op weg helpt en hen perspectief biedt. Ze hebben daar het equivalent van de opbrengst op jaarbasis van ruim vijf windmolens aan energiebesparing gerealiseerd met 1,2 fte.’

Er wordt al samengewerkt via het Energieakkoord, de Energieagenda, het Deltaplan, de Nationale adaptatiestrategie en het Grondstoffenakkoord. Vergemakkelijkt dat de invulling van de investeringsagenda?

‘Zeker. Er zijn mensen die zich afvragen hoe de investeringsagenda zich verhoudt tot het Energieakkoord en of die als vervanger geldt. Dat is wat ons betreft geenszins het geval. Ze kunnen prima naast elkaar bestaan. Het is heel goed dat we de belangen van werkgevers, consumenten en maatschappelijke organisaties aan tafel hebben via het Energieakkoord. Groot voordeel van de investeringsagenda is dat de overheidslagen aan die tafel meer als één overheid aanschuiven.’

Lees alles over de gezamenlijke agenda: bit.ly/investeringsagenda.