Bereikbaar en leefbaar gaan hand in hand

Nummer 3, 24 februari 2017

Groningen stimuleert lopen en fietsen

 

Auteur: Paul van der Zwan

Bereikbaarheid en een fijne leefomgeving concurreerden steeds meer met elkaar in Groningen. Onderwijl slibde de stad steeds meer dicht. Het roer ging om, het vervoersbeleid draait tegenwoordig om het stimuleren van lopen en fietsen. Wethouder Paul de Rook: ‘Bereikbaarheid en leefbaarheid gaan nu dus hand in hand.’

De stad in Nederland waar automobilisten bijna de meeste extra reistijd nodig hebben om op hun plaats van bestemming te komen. Niet fijn voor een gemeente om zo in de TomTom Traffic Index te staan. Ook niet voor Groningen, waar automobilisten gemiddeld 22 procent langer onderweg zijn door opstoppingen in het verkeer. Het bereikbaarheidsbeleid van het college van B en W brengt daar ongetwijfeld verandering in. En als Groningen daardoor in 2018 veel lager op de ranking van TomTom staat dan de huidige tweede plaats, is dat mooi meegenomen.

Het probleem dateert niet van vandaag alleen. Het college trof bij zijn aantreden in 2014 dezelfde situatie. Wethouder Paul de Rook (D66): ‘Er is veel verkeer van buiten naar binnen de stad en omgekeerd, dat op zich goed zijn weg vindt. Er is echter een aantal knelpunten, zo is de verkeersdruk in het centrum veel te hoog.’ Maar de aanpak van het college reikt veel verder dan de automobiliteit alleen. ‘Op drukke plaatsen, bijvoorbeeld op sommige kruispunten en de binnenstad, is het lastig om het gebruik van de ruimte voor voetgangers en het in stand houden van voetpleinen te combineren met hele stromen fietsers, taxi’s en bussen die door het centrum heen moeten.’

Als je alle auto’s een parkeerplek zou willen geven, was er geen plek meer voor een stoep of voor groen

Concurrent

Ook het vorige college ging de strijd aan voor betere bereikbaarheid van Groningen. De Rook: ‘Dat begon met een aantal grote projecten die wij grotendeels hebben voortgezet.’ Dat vergde wel een duidelijke keuze. ‘Kiezen voor verbetering van de bereikbaarheid had bijna automatisch verslechtering van de leefbaarheid tot gevolg. Doordat er nog meer ruimte werd ingenomen door asfalt of doordat over een plein waar je eigenlijk het liefst een bankje neer zou zetten, een busbaan moest komen. Als je alle auto’s een parkeerplek zou willen geven, was er eigenlijk geen plek meer voor een stoep of voor groen. Kortom: leefbaarheid en bereikbaarheid werden steeds meer elkaars concurrent.’

De vraag voor het nieuwe college die daaruit voortkwam, luidde: hoe kun je de bereikbaarheid op orde houden zonder dat je de ruimte nog verder aantast in de stad? ‘Oplossingen moeten niet alleen de mensen helpen die aan het verkeer deelnemen, maar ook degenen die dat niet doen. Bijvoorbeeld mensen die willen genieten van meer groen in de straat of mensen die naar de binnenstad komen om lekker op een terrasje te zitten. We willen dat die ook profiteren van de keuzes die wij maken over bereikbaarheid.’ Het college kwam erop uit dat de meest milieuvriendelijke manier om van a naar b in de stad te gaan, te voet is of per fiets. ‘Daarop richten ons beleid en onze investeringen zich eveneens.’

Stoplichtvrij

Bereikbaarheid en leefbaarheid gaan in Groningen dus hand in hand. ‘Alle onderdelen van ons verkeerssysteem zijn daarop gericht.’ Allereerst dat van de grootste milieu- en congestieveroorzaker: de auto. De zuidelijke ringweg is een van de belangrijkste verkeersaders van het noorden. Die ringweg wordt op dit moment aangepakt. Daardoor verbetert de bereikbaarheid van de stad en de regio, maar ook de leefbaarheid en de veiligheid. ‘We maken die weg bijvoorbeeld definitief verkeerslichtvrij. Automobilisten kiezen daardoor minder gauw voor sluipwegen door de wijken.’ Minder stoppen, betekent ook afname van uitstoot van gassen. Dus ook het milieu is erbij gebaat.

Na het kabinetsbesluit om de Zuiderzeespoorlijn niet door te trekken naar Groningen kreeg de regio ter compensatie extra geld van het Rijk om te investeren in haar infrastructuur. ‘Voor ons betekende dat financiële ruimte voor onder meer de aanpak van de ringweg.’

Om de auto vanuit de regio zoveel mogelijk buiten de stad te houden, zijn voldoende P(arkeren) + R(eizen)-plaatsen nodig. ‘Aan elke kant van de stad is zo’n plek waar je kunt overstappen van de auto op de bus of de fiets. Een van de vijf P+R-plaatsen heeft al een afsluitbare fietsenstalling, waarvan de plekken door bedrijven worden gehuurd. De andere P+R-terreinen krijgen dit jaar eveneens zo’n afsluitbare fietsenstalling.’

Green deal

Landelijke en lokale overheden en het bedrijfsleven onderzoeken samen hoe emissievrije bevoorrading van stadskernen in praktijk gebracht kan worden. Daartoe ondertekenden zij de zogeheten Green Deal Zero Emission Stadslogistiek. Onder hen onder meer tien gemeenten en de ministeries van Economische Zaken en Infrastructuur en Milieu. Het doel is om in 2025 binnensteden zo veel mogelijk emissievrij te beleveren. Daartoe vinden tot 2020 proefprojecten plaats, zogeheten living labs. Succesvolle initiatieven worden na dat jaar landelijk uitgevoerd. De ondertekenaars proberen onder meer het anders regelen van transport, nieuwe voertuigtechnologie en innovatieve logistieke oplossingen. De overheden onderzoeken welke ruimte daartoe kan worden gemaakt in beleid en regelgeving.

www.greendealzes.nl

Betaald parkeren

Voor auto’s die toch de stad inrijden, behoort er parkeergelegenheid te zijn. Maar de ruimte ervoor op straat is schaars. Groningen herziet momenteel zijn parkeerbeleid. De problematiek is gecompliceerd: ‘Als je mensen vraagt naar de wenselijke parkeervoorzieningen zeggen ze dat ze de auto zo dicht mogelijk bij hun huis willen kunnen zetten. Als de buurt dat wil, voeren we daar betaald parkeren in. Als je ze echter vraagt hoe hun straat eruit moet zien, antwoorden ze “met zo min mogelijk auto’s”.’

Daarnaast stimuleert de gemeente automobilisten om in de binnenstad de auto zo veel mogelijk in parkeergarages te zetten. Een aantal ervan is van de gemeente. In de helft van die gemeentelijke parkeergarages biedt Groningen bijvoorbeeld een lage dagparkeerprijs aan. ‘Maar de tarieven in onze garages mogen uit concurrentieoogpunt niet veel lager zijn dan die in particuliere parkeergarages of op straat.’ Onlangs bepaalde de rechter overigens nog dat in Veenendaal niet meer gratis geparkeerd mag worden in gemeentelijke garages. De gemeente had daar als proef op zaterdag gratis parkeren ingesteld.

Ook goederenvervoer weert het college graag uit de stad. Daarin kunnen de P+R-plaatsen aan de rand van de stad een grote rol spelen. ‘Daar kunnen in de toekomst goederen van vrachtwagens wellicht worden overgeladen naar kleinere busjes, het liefst elektrisch.’ Voor (vracht)auto’s die hun waar toch bij een bedrijfspand in de binnenstad willen afleveren, gelden speciale tijden, zogeheten venstertijden. Per 1 januari dit jaar heeft de gemeente het avondvenster laten vervallen; vrachtauto’s kunnen nu alleen nog van vijf tot twaalf uur ’s morgens laden en lossen in de binnenstad. Voor de periode daarbuiten geldt een ontheffingsplicht. Groningen heeft tevens een zogeheten Green Deal getekend om de binnenstad zo veel mogelijk emissievrij te laten beleveren (zie kader).

Doorreisstation

Een zo veel mogelijk autovrije stad vergt uiteraard een goed openbaarvervoernetwerk. De gemeente werkt aan goede openbaarvervoerverbindingen van treinen en bussen die de regio verbinden met de stad en de belangrijkste openbaar-vervoerknooppunten. Het hoofdstation speelt daarin een cruciale rol, onder meer de sporen en perrons worden aangepast. Ook mede dankzij compensatiegeld voor de niet doorgetrokken Zuiderzeespoorlijn. Het nieuwe hoofdstation moet in 2023 gereed zijn. De Rook: ‘Daardoor kan het station meer treinen verwerken en is Groningen ook geen eindstation meer, maar ook een doorreisstation.’

De zogeheten ov-probeerkaart moet automobilisten verleiden om het openbaar vervoer te nemen. Het is een kaart van de samenwerkingsorganisatie Groningen Bereikbaar, waar ook de gemeente aan meedoet, die mensen de gelegenheid geeft drie weken gratis met de trein of de bus naar het werk te gaan. Die proef is volgens De Rook eveneens bedoeld om mensen kennis te laten maken met Q-link en Qliner, snelle buslijnen tussen de regio en de stad Groningen.

Experimenten zullen uitwijzen wat de beste aanpak is

Alternatief

De fiets is ook een duurzaam alternatief voor de auto. De Rook wijst erop dat bestuurders van de stad zich dat in de jaren zeventig al realiseerden. Zij schiepen meer ruimte voor fietsers, en overigens ook voor voetgangers. Zo werd het asfalt dat in verschillende stroken rondom het stadhuis lag, weggebroken en verdwenen de auto’s naar een ring buiten het centrum. De Rook: ‘Maar de keuzes voor de fiets gaan nu wellicht verder dan destijds.’ Die staan in de fietsstrategie 2015-2025. De zogeheten fietsroutekaart met aandacht voor stedelijke knooppunten, fietsveiligheid en -parkeren is daarin zeer belangrijk. ‘Die bepaalt waar we onze middelen de komende jaren gaan inzetten.’

Hoe groter het succes van het fietsbeleid, hoe meer ruimte nodig is om fietsen te stallen. ‘We gaan daarom meer mogelijkheden creëren voor fietsparkeren, bijvoorbeeld in fietskluizen. Experimenten zullen uitwijzen wat de beste aanpak is.’

Voetganger

Groningen vergeet eveneens de voetganger niet in zijn bereikbaarheidsbeleid. De Rook geeft een voorbeeld: ‘Bussen rijden binnen enkele jaren niet meer dwars door het centrum van de stad, maar er vlak langs. Daarmee vergroten we het voetgangersgebied en de aantrekkelijkheid van de binnenstad.’

Duurzaamheid is leidend bij alle bereikbaarheidsmaatregelen die Groningen neemt. ‘Daar wordt vaak een technologische discussie van gemaakt. Wij concentreren ons allereerst op de stap ervóór: stimuleren dat mensen lopen, dat is ook nog eens beter voor de gezondheid. En gaan mensen toch met het openbaar vervoer of eventueel de auto, dan moet dat zo milieuvriendelijk mogelijk.’