Hoe organiseren we de opvang bij een volgende instroompiek?

Boodschap van de workshop ‘Flexibele opvang en woonvormen’: opvang en huisvesting van vluchtelingen moet in de toekomst flexibeler. Wim Reedijk, adviseur van platform Opnieuw Thuis, doet verslag vanuit Zwolle.

De afgelopen twee jaar was de instroom van vluchtelingen groot. Inmiddels loopt die terug en is de huisvesting van de eerste groep voor een groot deel op orde. Terugkijkend kunnen we lessen trekken voor een eventuele volgende piek, zegt Wim Reedijk, adviseur van Platform Opnieuw Thuis.

Asielprocedure moet sneller worden uitgevoerd

Iedereen kent de beelden van asielzoekers die met bussen van de ene naar de andere opvanglocatie werden gebracht. En van protesterende inwoners van gemeenten waar een crisis- of noodopvang werd gevestigd. Hoe zulke ‘panieksituaties’ in de toekomst te voorkomen? Vooral door de asielprocedure te versnellen, concludeert Reedijk na de presentatie van een medewerker van het ministerie van VenJ tijdens de workshop in Zwolle. ‘Dan zijn minder opvangplekken nodig omdat mensen sneller doorstromen of terugkeren. En hoef je mensen minder vaak te verplaatsen. De bal ligt op dit punt vooral bij de rijksoverheid en de IND.’

Zorg op de woningmarkt voor een flexibele schil

Een tweede les ligt op het terrein van de huisvesting. Reedijk schetst: ‘De woningmarkt is nu opgedeeld in koop en huur. Koop is voor statushouders meestal geen optie en in de huursector bestaan al wachtlijsten. Daar ontstaat dus weerstand als statushouders voorrang krijgen. Niet ideaal.’

Uit de presentatie van onderzoeksbureau Andersson Elffers Felix in de workshop concludeert hij: ‘Er is behoefte aan een flexibele schil. Uit onderzoek blijkt dat het mogelijk en kansrijk is om die te creëren. Denk aan tien procent van de voorraad die beschikbaar is voor urgente woningzoekers – en dat zijn niet alleen statushouders. Corporaties, gemeenten en rijksoverheid zijn hier aan zet.’

Reacties: krimpregio’s twijfelen, BZK wil experimenteren, organisaties moeten zelf flexibeler

Konden deze conclusies rekenen op instemming van de aanwezigen in Zwolle? Reedijk: ‘De behoefte verschilt per regio. In dit deel van het land zijn ook krimpregio’s die zeggen: wij gaan niet bijbouwen voor leegstand. Toch kan ook daar een flexibele schil juist werken om de piekbelasting op te vangen. BZK heeft toegezegd de regionale verschillen te onderzoeken. Het ministerie wil gaan experimenten met de flexibele schil.’ Een andere nuttige bijdrage kwam volgens Reedijk van het COA. ‘Er is niet alleen flexibiliteit nodig in het aanbod en de dienstverlening. Ook in de organisaties zelf. Die moeten van lijn- naar projectorganisatie.’

Zie elders op de website voor verslagen van deze workshop in Gouda, Bussum en Eindhoven.