Voorinburgeren volgens het COA

De belangrijkste opdracht voor het COA in 2015: hoe gaan we die enorme instroom huisvesten en begeleiden? In 2016 was er tijd voor reflectie. In 2017 is er een integraal plan voor Noord Nederland: het V-inburgeringsprogramma. Wietske van der Til en Jolanda Zuijderduin van het COA lichten toe.

Een van de meest gehoorde uitspraken tijdens deze werkconferentie in Heerenveen: we moeten statushouders niet te lang werkloos in het AZC laten wachten. Het COA in Noord-Nederland onderkent die constatering. Na instroompiek in 2015 ontwikkelen ze V-Inburgering, een integraal programma voor alle COA-locaties in Noord-Nederland. Voorinburgering dus. Niet pas beginnen op het moment dat de statushouder zijn woning krijgt, maar al vanaf het allereerste intakegesprek in het AZC.

Het eerste contact is cruciaal

COA stelde een lijst samen van zes domeinen. Aandachtspunten die vanaf het eerste gesprek bij elk contact weer ter tafel komen, te weten:

  1. Zelfzorg
  2. Dagstructuur
  3. Sociaal netwerk
  4. Persoonlijk welbevinden
  5. Externe contacten
  6. Toekomstplannen

Wat deze aanpak integraal maakt is dat deze zes domeinen gelden voor alle casemanagers in Noord Nederland én voor al het personeel binnen een AZC. Bij alle contactmomenten - van taaldocent tot huismeester – zijn deze aandachtspunten het begin.

Alles wordt bijgehouden in de Blauwe Map

De map moet een centraal document worden in de inburgering. Een aantekening vanuit de zaal: dat is-ie nog lang niet, sommige ambtenaren hebben er zelfs nog nooit van gehoord. Een zorgelijke ontwikkeling, en een signaal om het in de gesprekken met de vertrekkende statushouders nóg duidelijker te maken. Daarnaast ontwikkelde het COA het klantprofiel én is het Taakstelling Volg Systeem (TVS) nog in ontwikkeling, een digitale database  met informatie over de statushouders. Dat moet een goede overdracht van informatie richting de gemeenten en Vluchtelingenwerk vergroten. En bel vooral ook gewoon het AZC bij vragen, twijfels of opmerkingen.

Terug naar de voorinburgering

Binnen twee weken nadat de vergunning is verstrekt beginnen de taallessen, KNM-training (Kennis van de Nederlandse Maatschappij) en is er individuele coaching voor de statushouders. In samenwerking met scholen, gemeenten, zorginstellingen, bedrijven, en zo voort. Het doel is een aanbod- én vraaggericht programma, gericht op de snelle activering van de statushouder. Ook vraaggericht dus: er moet oog blijven voor de statushouders. Psychische problemen, trauma’s en andere kopzorgen; laat die vooral de voorkeur krijgen boven Nederlandse les als dat gewenst is. Als de stress voor blokkades zorgt, heeft geforceerd inburgeren geen zin. Blijven praten wel, of speciale trainingen. Waar de Privacywet het toelaat, worden hier aantekeningen van gemaakt in de Blauwe Map.

De overdracht tussen COA en gemeente

Als er een woning is gevonden is er een warme overdracht met de gemeente, de casemanager van het COA én de vergunninghouder. We praten dan niet over de vergunninghouder maar met de vergunninghouder. ‘Gemeenten weten alles’ is enerzijds de opvatting van het COA – het staat in de Blauwe Map. Anderzijds weten gemeenten vaak niet meer dan dat ze horen in dat ene gesprek met de casemanager – de Blauwe Map haalt zelden het gemeentehuis. Er blijft ruis op de lijn en het COA is eerlijk: ‘Wij kunnen dat niet voorkomen. En wij kunnen niet alle gemeenten nabellen. De gemeente zal hierin de regie moeten pakken. Maar de lijn is er wel, en bellen kan altijd.’