De baanbrekende infographic uit Smallingerland

VluchtelingenWerk Nederland, COA, gemeenten; veel partijen houden zich bezig met integratie. Dat is veel, stelt Maaike Zwart van gemeente Smallingerland. Maar er is geen samenhang, geen integrale aanpak. ‘We kennen elkaar en de juiste routes niet.’ Maaike bracht de route in beeld – hier geeft ze tekst en uitleg bij de infographic, die met ondersteuning van OTAV is gemaakt.

1. Benoem een regisseur

‘We zijn met zoveel, we werken allemaal keihard. Maar dat harde werk gaat regelmatig verloren tussen de partijen. De statushouder verdient één centraal contactpersoon, één spin in het web die weet waar alle informatie is te vinden. Dat wordt een regisseur, namens de gemeente. Die per statushouder maatwerk kan leveren en precies weet wat er te koop is. En waar.’

2. Die warme overdracht? Mag nóg warmer!

‘Wil de regisseur maatwerk kunnen leveren, dan moet hij weten wat er speelt. De blauwe map van het COA is niet voldoende (toevoeging vanuit de zaal: ‘of hij is slecht gevuld’). De overdracht  – nu op het moment dat een statushouder een woning krijgt – mag eerder. En warmer; kom vaker bij elkaar, mét de statushouder erbij. Stippel samen alvast een plan uit. Da’s investeren in inburgering en integratie.’

3. Wie ben je en wat kun je?

‘Eenmaal in de woning begint de integratie officieel. Het begin is dan al gemaakt in het AZC, Welzijnswerk pakt het over – onder toeziend oog van de regisseur die eindverantwoordelijk blijft en zaken als uitkeringen regelt. In het WELKOM-traject draait het om de mens: wie ben je, wat kun je en wat wil je? Denk aan sport, denk aan gezondheidstips, denk aan opleidingen en werk. Daar vloeit een persoonlijk actieplan uit voort – op maat gemaakt.’

4. Iedereen kan meedoen

‘Voor jongeren geldt hetzelfde. Het ISK 18+ traject, een samenwerking tussen middelbare school ISK Drachten en de gemeente, is een traject opgezet dat leidt naar werk of naar een volwaardige opleiding op ROC Friese Poort. Of een hogere opleiding, indien blijkt dat een statushouder meer in zijn mars heeft. Want ook hier staan dezelfde vragen centraal, naast het leren van de Nederlandse taal: wat wil je en wat kun je?’

5. Alles samen

‘In het midden zien we de begeleiding die VluchtelingenWerk Noord-Nederland aanbiedt. Ook heel belangrijk! Maar waar we voor moeten waken is dat we langs elkaar heen gaan werken, of dubbel werk gaan doen. Het moet overzichtelijk blijven. Voor ons, voor vluchtelingenwerk én voor de statushouder. De regisseur houdt het overzicht en blijft het aanspreekpunt.’

6. Er is geld, maak dat op!

‘De regisseur heeft voor iedere inburgeringsplichtige statushouder een individueel budget van  vijftienhonderd euro te besteden. Dit bedrag mag gebruikt worden voor alles en is niet onderhevig aan voorwaarden. Blijkt er behoefte te zijn aan aanvullende hulp, dan weet de regisseur wat er te koop is. Samen met de statushouder zullen ze kijken waar het geld voor ingezet kan worden. Het kan bijvoorbeeld gaan om extra taalcursussen of sportcontributies. Alles mag, er zijn geen regels. Gebruik het geld vooral!’  

7. Papier versus praktijk

‘Eerlijk is eerlijk: dit is allemaal nog papier. Gedurende de uitvoering moet nu blijken of de aanpak het gewenste effect heeft, dus we verschuiven en wijzigen ongetwijfeld nog zaken. Maar het gaat er voor mij om dat we nu helder in beeld hebben wat voor plan we hebben met onze statushouders en wie betrokken is bij het integratieproces. Dat er een route ligt die overal kan worden toegepast. Zodat een statushouder meteen weet waar hij aan toe is en hoe we hem of haar willen helpen om mee te doen in Nederland. Hopelijk geeft dat rust en een gevoel van zekerheid.’