Jonge Eritreeërs in de Achterhoek

Honderddertig alleenstaande minderjarige vreemdelingen huisvesten, waaronder honderddertig Eritreeërs. Joke te Morsche en Arjan van Faassen van de gemeente Berkelland vertellen hoe zij dat hebben aangepakt, samen met sleutelpersoon Musie Siun uit Eritrea.

‘Kunnen jullie binnen nu en twee weken honderddertig jongens en meisjes opvangen?’, luidde de vraag van het COA in 2015 aan de gemeente Berkelland. De gemeente had meteen een plek op het oog: de voormalige locatie van een jeugdzorginstelling in Borculo. Met een hofje voor tachtig jongens en een huis voor vijftig meiden. Arjan: ‘We gingen uit van Syriërs. Maar van de honderddertig jongens en meisjes kwamen er honderdtien uit Eritrea. Velen spraken geen Engels.’ Het eerste contact vond dan ook plaats met smileys, zo konden de Eritreeërs aanwijzen hoe ze zich voelden. Omwonenden reageerden in eerste instantie vijandig en bezorgd. ‘Die angst probeerden we weg te nemen met een intrekkersmaol, waarbij de jongeren kookten voor de buurt. Dat werd op prijs gesteld.’

Eritreeërs hebben duwtje nodig

De jongeren begonnen zich al snel te vervelen. Vrijwilligers boden activiteiten aan op een markt. Slechts drie bezoekers kwamen daarop af. Arjan: ‘We merkten dat Eritreeërs niet vanzelf komen als je ze uitnodigt. Je moet ze ophalen.’ Sleutelpersoon Musie knikt. ‘Eritreeërs wachten op een order. Uit vrije keuze zullen ze niet snel komen.’ Dat bleek ook bij de sportactiviteiten. ‘Alleen de jongens en de meiden uit de stad kwamen, na aandringen. Musie: ‘Eritreeërs zitten met hun hoofd ergens anders. Hoe gaat het met de rest van mijn familie, mag ik in Nederland blijven? Ze hebben een duwtje nodig. Eenmaal bezig vinden ze het leuk; sport zorgt voor ontspanning.’

Vrijwel geen geweldsincidenten

Na aan tijdje werd de Internationale Schakelklas opgericht. Boterhammen meenemen naar school, daar was niemand aan gewend. Een aantal meiden richtte een winkeltje op, waar ze in de pauze hun eigen eten verkochten om een zakcentje bij te verdienen. Op school was er een project waarmee de jongeren gestimuleerd werden om na te denken over hun toekomst. Vrijwilligers organiseerden naailes, meisjes mochten vlechtjes maken in een lokale kapsalon en in het dorp werd een mini Afrikafestival georganiseerd.

De Hoge Commissaris van de Vluchtelingen (UNHCR) complimenteerde het management van deze opvanglocatie. Hun aanwezigheid en persoonlijke band met de jongeren, de activering en de nadruk op de eigen verantwoordelijkheid hadden resultaat. Arjan: ‘We hebben ook probleemjongeren uit andere opvanglocaties aangenomen. Hier gedroegen ze zich wél. Geweldsincidenten of crimineel gedrag kwamen vrijwel niet voor.’

Beloning bij goed gedrag

Joke vertelt over het beloningssysteem dat ze hanteerden. Bij goed gedrag, als ze op tijd kwamen op een afspraak bijvoorbeeld, kregen de jongeren punten waarmee ze kleding konden kopen in de tweedehandskledingwinkel op het terrein. Dat idee slaat aan bij een deelnemer, die met taalmaatjes werkt. Ze vraagt hoe het komt dat Eritreeërs vaak liggen te slapen op het moment dat ze een afspraak hebben. ‘Op elk tijdstip van de dag.’ Musie: ‘Ze hebben niets te doen, kennen geen dagstructuur. Eritreeërs komen uit een dictatuur. Nu leven ze in vrijheid. Ze weten niet dat vrijheid ook grenzen heeft.’ Belonen zou volgens de sleutelpersoon kunnen door korting te geven op zwemles of de sportschool. ‘Maar voordat je afspraken maakt, moet je elkaar leren kennen en begrijpen, waarderen en vertrouwen. Voordat je kunt samenwerken, moet je een kloof overbruggen.’

Musie wil nog wel wat voorbeelden geven van het cultuurverschil. Toen de opvanglocatie werd gesloten, moesten alle jongeren op de foto om ze te kunnen plaatsen in een kleinschalige wooneenheid. ‘De meiden wilden niet in de camera kijken, ze keken naar de grond. Dat wat in Nederland als respectvol geldt – iemand aankijken – is in Eritrea juist onbeleefd. En nog een verschil: in Eritrea nodigen de buren je uit als je ergens komt wonen. Musie: ‘Sommige Eritreeërs denken dat ze niet welkom zijn, als dat niet gebeurt.’