Werk is het beste middel om te integreren

De gemeente Barneveld stuurt al vanaf begin 2016 statushouders op een Taalstage en maakt daarbij succesvol gebruik van InCheck, een screeningsinstrument dat een statushouder in beeld brengt.

Barneveld startte een programma met als doel de integratie en participatie van statushouders te versnellen. ‘Ons uitgangspunt is dat werk de beste manier is om te integreren, want op het werk leer je de taal nu eenmaal sneller’, vertelt projectleider Loes Mulder, projectleider bij de gemeente Barneveld.

Vaardigheden en wensen vaak een black box

De gemeente constateerde dat de taalbeheersing tijdens, maar ook na afronding van de verplichte inburgering, vaak niet voldoende blijkt voor succesvolle arbeidstoeleiding. Door in een praktische setting – bijvoorbeeld via een taalstage op de werkvloer - in aanraking te komen met de Nederlandse taal, kan het taalniveau worden verbeterd. Omdat in 2015 de ambities, vaardigheden en wensen van statushouders vaak een black box waren, heeft de gemeente actief gezocht naar een manier om de mogelijkheden van de statushouder vroegtijdig in kaart te brengen. En die is gevonden.

Digitale vragenlijst in taal van statushouder

Na een intake door de klantmanager Participatie vult de statushouder een uitgebreide vragenlijst in. Er zijn verschillende screeningsinstrumenten, zoals NOA en AMN. ‘Maar wij hebben goede ervaringen met InCheck’, zegt Loes. ‘Het is een digitale vragenlijst met ongeveer honderdvijftig vragen in de taal van de statushouder. Daar komt een rapport uit, dat redelijk secuur aangeeft wat de mogelijkheden voor de statushouder op het gebied van werk en/of andere activiteiten zijn.’ In de vragenlijst staan ook vragen over gezondheid en traumaverwerking. ‘Zo kunnen we beter inschatten of een statushouder eerst een zorgtraject moet volgen, voordat hij of zij richting werk kan.’

Stages passen bij interesses en competenties statushouders

Succes wordt vooral bereikt door de uitkomsten van InCheck te gebruiken in de verbinding met werkgevers die (taal)stages of werk aanbieden. De stages zijn daardoor zo goed mogelijk passend bij de interesses en competenties van de statushouders. Werkgevers weten door een specifieke werkgeversrapportage wat de ontwikkelmogelijkheden en benodigde begeleiding per statushouder zijn. De klantmanager bepaalt vervolgens, in overleg met statushouder, het vervolgtraject voor een opleiding, taalstage of regulier (vrijwilligers)werk.

Voor analfabeten is de vragenlijst niet geschikt, zegt Loes. ‘Te ingewikkeld. En je kunt het niet aan ze voorlezen, want dan is het niet meer objectief.’

Begeleiding klantmanagers

Samenwerking met werkgevers, weet de gemeente, is essentieel voor een succesvolle arbeidstoeleiding: in de eerste plaats voor betaalde banen, maar ook voor bovengenoemde taalstages. In de praktijk blijkt het best vaak ingewikkeld om een succesvolle match tot stand te brengen tussen een werkgever en een statushouder. Gerichtere ondersteuning van werkgevers is een belangrijk aandachtspunt. De begeleiding door de klantmanagers is daarbij belangrijk. ‘We gaan met de statushouders naar een werkgever, stellen ons voor en nemen alles door. Dat werkt goed.’

Statushouder tussen Poolse werknemers

Er is een programma van eisen opgesteld waaraan werkgevers moeten voldoen bij het bieden van een taalstage. Bijvoorbeeld dat de statushouder in een omgeving zit waar Nederlands wordt gesproken. ‘We hebben al een keer meegemaakt dat een statushouder tussen Poolse werknemers werd gezet. Dat traject is gestopt omdat zo het doel niet kon worden behaald .’

De klantmanager van de gemeente Barneveld bepaalt -in overleg- het aantal uren dat de statushouder aan het traject deelneemt. Duur van traject is zes maanden. Na die zes maanden komt er een vervolg. Werkgevers denken daar ook in mee. ‘Tot nu toe zijn we redelijk succesvol. Van de honderdtien statushouders hebben er ongeveer tien een contract gekregen en de meesten hebben we kunnen onderbrengen bij een tweede taalstage of werkervaringsplek.’

Taalstage van Syrische statushouder

Reham Abo Zidan loopt een taalstage op de afdeling Ruimtelijke Ontwikkeling in Barneveld. Zij vluchtte met haar man en twee kinderen uit Syrië en is civiel engineer. ‘Het is een leuke afdeling en ik loopt hier zes maanden stage. Ik leer de Nederlandse taal, kan werken met computers en heb zo meer kans op werk.’

Hoe heb je de taalstage ervaren, vraagt iemand tijdens de workshop uit de zaal aan Reham. ‘In het begin sprak ik nog veel Engels, maar nu gaat alles in het Nederlands en kan ik al een beetje Nederlands praten en het redelijk verstaan. Het contact met de collega’s is fijn en ze helpen me bij mijn werk. Het is goed’, glimlacht ze.

IJzervlechtbedrijf

Er ontstaat vervolgens een levendige discussie onder de aanwezigen tijdens de workshop over de bereidheid van werkgevers om werkervaringsplaatsen aan te bieden. ‘Het klimaat is gunstig om werk te vinden, maar niet iedere werkgever is even welwillend om stageplaatsen aan te bieden’, constateert een van de deelnemers die statushouders begeleidt. ‘Mijn oom heeft een ijzervlechtbedrijf. Eerst zag hij het niet zitten, maar nu hij mensen nodig heeft, wil hij toch proberen om statushouders aan het werk te zetten.’

Barneveld biedt twee trajecten aan

1. Traject Taal en Werk

Intensievere en extra begeleiding van de statushouder door mbo-geschoolde medewerkers met een relevante opleiding (geen vrijwilligers). Loes: ‘Daarbij moet je denken aan jobcoaches die de mensen begeleiden. Naast het leren van de Nederlandse taal krijgen ze inzicht in onze werkcultuur.’

2. Traject Taalstage

Het leren spreken van de Nederlandse taal staat voorop, maar altijd in een werkomgeving. Soms gebeurt dat met creatieve oplossingen. ‘We bieden werkgevers een boekje met iconen aan. Als ze er tóch niet uitkomen, kunnen ze communiceren met iconen. Er was onlangs een werkgever die met afbeeldingen in hoesjes een complete ‘taalwand’ maakte, waarbij je aan de hand van de afbeeldingen iets duidelijk kon maken. Daar is de werkgever creatief in geweest, maar het kost wel tijd.’