Vijf lessen uit Oranje: de kracht van het kleine contact

In Oranje ontdekten Famke ten Brinke en Zakwan Alhalabi - allebei vanuit een andere rol - hoe cruciaal het is voor een vluchteling om een netwerk op te bouwen. En dat moet je vooral niet overorganiseren. Het kleine contact, daar gaat het om. Vijf lessen uit Oranje.

1. Gandhi had het al door: praat niet over maar met elkaar

‘Alles wat je voor mij doet, zonder mij, doe je tegen mij.’ Met dat citaat van Mahatma Gandhi opent Famke ten Brinke de workshop over Community Building. Vanuit haar bedrijf werkt ze aan de sociaal-maatschappelijke integratie van vluchtelingen en statushouders in het noorden van het land. Wat ze maar wil zeggen: praat niet over, maar altijd met vluchtelingen.

2. Er zijn genoeg mensen die van betekenis willen zijn (ja, echt!)

Oranje (van “de dikke BMW”, u weet het vast nog wel) stond in de pers synoniem voor de onvrede rond de komst van grote aantallen vluchtelingen naar een wijk of dorp. ‘Volkomen ten onrechte!’, zegt Famke stellig. Haar ervaringen zijn juist diametraal anders. Syrische ‘ervaringsdeskundige’ Zakwan knikt bevestigend. Famke: ‘De stenengooiers krijgen alle aandacht. Mensen die gewoon een bak koffie met een vluchteling drinken, halen het journaal nooit.’ En dat laatste gebeurde in Oranje volop. Van naaikransjes tot samen voetballen, er was een grote wil om elkaar te leren kennen. Een beeld dat Famke overal aantreft.  ‘Mensen willen wat voor een ander betekenen, een overgrote meerderheid zelfs. Maar vaak stuit je op praktische bezwaren. Wanneer dan? En hoe? Ik heb het zo druk? En hoe zit dat met de taal?’

3. Verlaag de drempels

Het is de kunst om praktische bezwaren weg te nemen en om mensen met elkaar in contact te brengen. Een belangrijke tip: maak er geen big deal van. Famke: ‘Begin niet met projectteam en stuurgroepen. In gemeentehuizen gaan ze vaak meteen geeltjes op flapovers plakken. Doe dat nou eens niet. En waak er ook voor om dit als vrijwilligersWERK te bestempelen. Houd het klein. Als jij van paarden houdt en je ontmoet iemand uit Syrië met een even grote passie voor paarden, dan heb je gewoon een mooi gesprek in de stal. Het is zaak om dat te organiseren, zonder het te overorganiseren.’
Hoe?

Famke toont een eenvoudig stappenplan:

  • Vind mensen
  • Bouw met elkaar een ‘knooppunt’
  • Organiseer informele infrastructuren (een schil van netwerken)
  • Werk aan matching!
  • Laat nieuwe initiatieven ontstaan en ondersteun ze
  • Eventueel: professionele hulp (maar dat hoeft niet)
  • Zorg voor communicatie & borging

Famke:  ‘In het begin ben ik superdruk als aanjager, contactenlegger en bruggenbouwer maar na die enthousiasmerende fase trek ik me heel bewust terug. Dan gaan mensen het zelf doen!

4. Het is niet ingewikkeld!

Zakwan Alhalabi onderschrijft de aanpak van Famke. De Syrische fotojournalist vluchtte naar Nederland met zijn gezin en heeft een eenvoudige behoefte. ‘Ik wil contact!’ Zakwan woont nu op een flat in Zwolle en vroeg zijn Marokkaanse buren naar het aantal Nederlanders dat ze kenden. ‘Nul! En zij woonden hier al twintig jaar. Dat  mag mij niet overkomen.’ De Syriër laat aan de hand van persoonlijke ervaringen horen hoe eenvoudig het kan zijn. ‘Hoezo kun je niks beginnen in dit land?’, zegt hij tegen een klagende Syrische landgenoot. ‘Je bent toch automonteur? Help mijn buurman maar even met zijn motorprobleem. Het is niet zo moeilijk! Tussen elk mens loopt een smalle brug. Als je allebei een stukje naar het midden loopt, kom je elkaar vanzelf tegen!’

5. Als je maar oog houdt voor elkaar…

Een cruciale randvoorwaarde is wel: houd oog voor elkaars verschillen. Zo is het onwijs mooi om een gezin uit te nodigen voor het avondeten, maar bedenk dan wel mensen uit Syrië bijvoorbeeld nooit op tijd komen. Dat is geen kwestie van laks gedrag, maar van beleefdheid! Zakwan: ‘In mijn cultuur moet je een half uur te laat komen voor een eetafspraak. Op zijn minst. Anders ben je hebberig! Maar in Nederland is het eten tegen die tijd vaak al op. Dus dat moet je even goed afspreken.’ Lachend: ‘En ook dat is niet zo ingewikkeld hoor.’