Vier inzichten: de rol van gemeenten bij inburgering

Daadkracht typeert het integratiebeleid van de kleine gemeente Alphen-Chaam (10.000 inwoners) en de grote stad Tilburg (200.000 inwoners). ‘Er is geld, er is kwaliteit, er zijn goede voorbeelden; neem je verantwoordelijkheid. ’ Hun ervaringen samengevat in vier inzichten.

Nico Lansbergen, programmaleider vluchtelingen in Tilburg, tekent een driehoek om aan te geven welke partijen in de integratie formeel een rol spelen. Bovenaan het rijk, dat de middelen verschaft, rechtsonder de statushouder, die zelf initiatief moet nemen tot inburgering, en linksonder de aanbieders van integratiecursussen, die ‘laptop uitdelend de wijken ingaan’. En de gemeente? ‘Die is er niet. Maar ik wil in die driehoek. Dat is nodig, want nu slaagt maar een derde van de inburgeraars voor het examen. Ik vind dat gemeenten voor zichzelf een rol moeten pakken.’

Neem als gemeente de regie

Aad Braggaar, beleidsontwikkelaars bij de gemeenten Alphen-Chaam, Baarle-Nassau en Gilze Rijen, denkt er net zo over. Maar hoe doe je dat als iedereen praat over zelfsturing en vrijwilligers zich hebben ingegraven? Braggaar zag hoe in zijn gemeente aanbieders over elkaar heen buitelden terwijl wachttijden opliepen, statushouders lang moesten reizen om bij hun opleider te komen, vaak afhaakten, en er weinig inzicht was in hun voortgang. Hij hakte de knoop door: ‘Ik heb gevraagd welke partij in onze gemeente een opleidingslocatie wilde starten. Eén wilde. Wij stimuleren nu alle statushouders daarheen te gaan. Het maakt het zoveel eenvoudiger allemaal.’

In een gemeente als Tilburg zijn vele aanbieders actief. Hoe neem je daar regie? Lansbergen: ‘Wij spreken geen voorkeur uit, maar stellen wel kwaliteitseisen en eisen aan flexibiliteit. Mensen moeten ook ’s avonds of op hun werkplek kunnen studeren.’ Over die regiefunctie zegt Lansbergen nog: ‘We voeren weliswaar geen doelgroepenbeleid, maar voor deze groep is een specifieke aanpak  nodig; maatwerk, zeg maar.’

Ga voor een groeimodel

Braggaar is wars van ingewikkelde trajecten en externe organisaties die budget opslokken. Zijn tips voor gemeenten die aarzelen over hun rol: ‘kijk eerst wat je al doet en vul dan de gaten op. Je eigen mensen zijn vaak prima in staat dit op te pakken, huur niet meteen externen in. Gebruik ook je eigen systemen als dat kan, zoals voor intakegesprekken. Die heb je vaak al voor andere groepen met afstand tot de arbeidsmarkt. Put ook uit bestaande potjes als je middelen tekort komt, bijvoorbeeld die voor re-integratie en volwasseneneducatie of het gemeentefonds. De bijzondere bijstand kan bijvoorbeeld uitkomst bieden voor het bekostigen van kinderopvang voor inburgeraars.’

Kortom: ‘Zie het als een groeimodel, begin gewoon en stel gaandeweg bij.’

Steek vooral geld in de uitvoering

In die lijn past ook Braggaars volgende advies: steek je geld in de uitvoering, niet in het optuigen van een projectorganisatie. In Alphen werkt de gemeente met een regisseur (Braggaar) en een klantmanager. Vluchtelingenwerk verzorgt op de dag dat mensen een woning krijgen een ‘regeldag’ met allerlei praktische informatie. De inschrijving voor een inburgeringscursus wordt in de weken daarna geregeld. De klantmanager begeleidt de inburgeraars namens de gemeente op basis van een flexibel, individueel plan. Elke drie maanden loopt de klantmanager met de aanbieder het hele bestand door om de voortgang te volgen.

Wie betaalt bepaalt, en daarom wil Lansbergen het liefst dat de middelen door of via gemeenten worden verstrekt aan de inburgeraars, en niet door het rijk. Maar dat is er een voor de formatietafel. Ook nu al valt er veel te bepalen, benadrukken beide sprekers. Zeker als je als gemeenten je eigen middelen aanspreekt. Zoals die potjes voor re-integratie, bijzondere bijstand of bijvoorbeeld het gemeentefonds.

Zorg voor inzicht in de voortgang

En hoe weet je dan of dit allemaal loont? Door de voortgang van de inburgeraars te volgen, weten ook de deelnemers in de zaal. Maar hoe? In Alphen is dat door de korte lijntjes geen probleem. Maar een van de aanwezigen vertelt dat Vluchtelingenwerk, die in haar gemeente als tussenpersoon optreedt, om privacy-redenen geen gegevens wil verstrekken. Wat dan? Lansbergen: ‘Dit is zo belangrijk, dit moet je desnoods opschalen naar het gemeentebestuur. Als die dit willen, komen de juristen er onderling heus wel uit.’

Braggaar: ‘En leg dit vooral ook uit aan de klanten, aan de statushouders zelf. Je doet dit met een doel. Je wilt hen helpen zo hoog mogelijk te stijgen op de participatieladder. Ons einddoel is dat deze mensen na hun inburgering werk hebben, een opleiding volgen of op zijn minst meedoen in de gemeenschap. We willen isolement voorkomen.’