Aanpak starheid woningmarkt vaak mogelijk, nooit makkelijk

Dat er veel behoefte is aan geschikte woonruimte voor statushouders, daarover waren de aanwezigen in de workshop over ‘Flexibele woonvormen en opvang’ het eens. Wat niet helpt: de instroom is en blijft onvoorspelbaar. En de ideale woonruimte voor ‘de statushouder’ bestaat niet, evenmin als ‘de statushouder’ zelf. Verschillende verkenningen en onderzoeken geven een indicatie van wat de keten kan doen.

‘De man had nooit verteld dat zijn nareizende echtgenote in een rolstoel zit. Zodra dat bleek, hadden we een extra uitdaging om geschikte woonruimte te vinden. Nu moest de man met z’n familie langer in de asielopvang blijven, en dat wil je niet.’ De mensen in de Raadzaal van het oude stadhuis in Gouda knikken en hummen instemmend, zodat ze voor even het draaiorgel buiten overstemmen. Het verhaal van COA-regievoerder Jeanet Büscher is herkenbaar, blijkt. De COA-medewerker noemt de nareizigers een ‘bottleneck’ in het huisvesten van vergunninghouders. ‘De asielzoeker is een onzelfstandig gehuisveste eenling, maar zijn nareizende gezin heeft een andere samenstelling dan wat we gewend zijn; er komen zes tot wel elf gezinsleden naar hier.’

Oplossingen voor starheid

De snelle instroom van vluchtelingen en de even snelle afname toen de ‘Turkijedeal’ vorig voorjaar beklonken was, legden de starheid van de asielopvang en van de woningmarkt bloot. Jeroen Maas vertelt over de verkenning die hij met zijn collega’s bij het ministerie van VenJ deed om knelpunten in de opvang op te sporen en aanbevelingen te doen om ze op te lossen. De oplossingen die VenJ signaleert, zijn te vinden op drie terreinen. Ten eerste zou het helpen om het asielproces flexibeler en sneller te maken. Hoe eerder een asielzoeker weet of hij wordt erkend, hoe sneller uitstroom tot stand komt. Daarmee wordt het benodigde aantal plekken voor asielopvang lager. De tweede oplossingsrichting is om flexibele opvangvormen te realiseren. Daarbij gaat het vooral om het aanhouden van reserveplekken die in geval van hoge instroom al beschikbaar zijn of snel beschikbaar zijn te maken. ‘Aanhouden van reserveplekken die doorgaans leeg staan is een dure oplossing,’ tekent Maas daarbij aan. Als derde mogelijkheid om verder te komen onderkent Maas intensievere samenwerking tussen Rijk en gemeenten. ‘Het Rijk is verantwoordelijk voor de eerste opvang van asielzoekers en gemeenten voor huisvesting van vergunninghouders, maar als we over die muur heen kijken is er veel meer mogelijk. Misschien zelfs locaties voor zowel opvang als tijdelijke huisvesting, die naar behoefte kunnen groeien of krimpen.’

‘Spoedzoekers’ zoeken aanvaardbare ruimte

Adviesbureau Andersson Elffers Felix (AEF) onderzocht mogelijkheden om ‘spoedzoekers’ te huisvesten. Spoedzoekers zijn mensen die binnen drie maanden een aanvaardbare woonruimte nodig hebben. ‘Aanvaardbaar’ betekent dat ze niet meteen op zoek zijn naar een droompand in de grachtengordel, maar dat ze bereid zijn in te leveren op aspecten “grootte, kwaliteit, locatie en privacy”. Vergunninghouders vallen vaak in deze groep. AEF benoemde drie mogelijke oplossingen: ombouwen van leegstaand (maatschappelijk) vastgoed tot woningen, tijdelijk bouwen van flexibele woonruimte, bijvoorbeeld containerwoningen en het afsluiten van tijdelijke huurcontracten. Met alle drie deze oplossingen is op verschillende plaatsen in het land ervaring opgedaan en die ervaring leert dat ze nooit zonder grote inspanning tot stand komen omdat aan elk project veel verschillende kanten zitten. Om te beginnen moet er maar net geschikt vastgoed of geschikte ruimte zijn, spelen altijd financiële belangen en is regelgeving zelden gebouwd op experimenten. Toch: uit de experimenten in onder meer Nijmegen, Arnhem, Amsterdam, Leiden, Hilversum en Weert blijkt dat veel kan. Op een vraag uit de zaal of deze projecten ook in kleine gemeenten van de grond kunnen komen, noemt Michelle van Dijk van het ministerie van BZK een voorbeeld in de gemeente Heumen, waar veertig statushouders, cliënten van een zorginstelling en studenten in een leegstaand kantoorpand wonen.

Benaderen als positieve oplossing

Het ministerie van BZK draagt bij door onderzoek te doen naar wat kan en wat niet, door experimenten te steunen en door te communiceren over wat op het gebied van huisvesting van statushouders gebeurt en mogelijk is. Een zorg die de aanwezigen aansnijden: huisvesten van vergunninghouders en flexwonen in het algemeen stuiten vaak op weerstand in de omgeving. Het staat op de agenda van BZK hoe je de communicatie aanpakt met omwonenden van flexwoon-locaties en gebouwen die ervoor in aanmerking komen. De behoefte aan flexibele woningen is er en blijft bestaan, benader het positief als oplossing voor een omvangrijke groep woningzoekenden in plaats van steeds te benadrukken dat je er wat minder zekerheid en comfort hebt, beveelt een aanwezige de luisteraars ten slotte aan.