‘Als mensen hun dagen zinvol besteden, hebben ze een dagstructuur’

Anna Claudia Wellner en Ellen Zitter van het COA houden zich op de asielzoekerscentra bezig met participatie en voor-inburgering. Zodra een asielzoeker een vergunning krijgt en in een gemeente wordt gehuisvest, willen zij hem goed overdragen aan de desbetreffende gemeente.

Op COA-locaties verblijven statushouders, maar ook asielzoekers die wachten op een beslissing. Als de IND beslist dat een asielzoeker een status krijgt, dan bekijkt het COA in welke gemeente de statushouder de beste kansen heeft om te integreren. Direct na de uitreiking van de vergunning vindt er een matching & screeninggesprek plaats, waarin het COA kijkt of er harde plaatsingscriteria zijn om de statushouder in een bepaalde gemeente te huisvesten. Denk aan eerstegraads familie, een arbeidscontract, opleiding of medische gronden. Ellen: ‘Maar vaak komt het erop neer dat een statushouder in een gemeente wordt geplaatst, die nog aan de taakstelling moet voldoen. Dat betekent vaak verhuizen naar de andere kant van het land.’ Doorplaatsing naar een gemeente gaat dit jaar sneller dan vorig jaar, omdat er minder asielzoekers zijn gearriveerd. Een gemiddelde verblijfsduur is niet te geven. Anna Claudia: ‘Soms zit een gezin maar vijf weken in het AZC, soms duurt het twee jaar voordat een alleenstaande uitstroomt.’ Zo’n twaalfhonderd mensen blijven echter lang in de opvang.

Participatie vanaf dag één

Vanaf dag één werkt het COA aan participatie. Als mensen hun dagen zinvol besteden, hebben ze een dagstructuur. Anna Claudia: ‘Ze kunnen aan de slag bij de sociale werkvoorziening, gekoppeld worden aan een vrijwilliger van Pharos of ondersteuning krijgen van lokale ondernemers.’ Ook heeft het COA een voor-inburgeringsprogramma opgesteld, ter voorbereiding op de echte inburgering. Dit programma bestaat uit Nederlandse taallessen, lessen over de Nederlandse maatschappij en een individueel coachingstraject. Het COA hoopt dat 80 procent van de statushouders dit traject afrondt. In de praktijk volgt iets meer dan de helft dit programma. ‘Waarom is deze voor-inburgering niet verplicht?’, vraagt iemand uit de zaal. Ellen legt uit dat het COA die verplichting niet kan opleggen omdat dit niet is afgesproken met de overheid. ‘Wil je aan alle eisen voldoen, dan zou dit traject  meer geld kosten.’

Blauwe map voor diploma’s

De collega’s van het COA constateren dat het Persoonlijk Informatie Dossier bij Vluchtelingenwerk en de gemeente niet bekend is. Daarom heeft het COA de blauwe map in het leven geroepen. Een map waarin statushouders hun diploma’s en documenten kunnen opbergen met betrekking tot hun werkervaring, opleiding, vaardigheden en competenties. Als statushouders op gesprek gaan, kunnen ze de map meenemen. Een deelnemer vraagt waarom er geen direct contact tussen organisaties is, in plaats van de verantwoordelijkheid bij de statushouder te leggen. Ellen legt uit dat het COA van de privacywetgeving niet alle informatie mag delen, zoals medische gegevens. Een Syrische statushouder kent de map. ‘Ik heb mijn documenten er netjes in gedaan. Maar vervolgens weet ik niet wat ik met de map moet doen, dat staat nergens.’  

Warme overdracht: maar aan wie?

Het COA stelt voor elke vergunninghouder een klantprofiel op. Anna Claudia: ‘We willen statushouders warm overdragen aan de gemeente, dit formulier willen we mondeling toelichten. Maar we weten niet wie binnen de gemeente dit formulier ontvangt, aan wie we de mondelinge toelichting moeten geven en wie vervolgens de regie voert. Wat in ieder geval duidelijk is geworden tijdens deze workshop is dat nog meer geïnvesteerd mag worden in de samenwerking tussen COA en gemeenten om een warme overdracht mogelijk te maken.