‘Wie maakt vijf poten van de drie?’

Welke stappen neem je als gemeente om een statushouder te helpen integreren? ‘Het gaat om het gesprek, het goede of foute antwoord bestaat niet’, kondigt Rien de Gier van het COA voorafgaand aan de workshop aan. Een gesprek ontstaat zeker. Waaruit blijkt dat iedere gemeente een eigen aanpak hanteert.

Wij dragen een klant over aan een gemeente, maar met wie moeten we bellen als we informatie willen hebben of willen geven? Die vraag ligt ten grondslag aan de workshop die het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers organiseert.

Het gewenste gesprek ontstaat

De deelnemers worden in deze workshop letterlijk aan het werk gezet. Dat gebeurt aan de hand van een fictief gezin en een hele stapel organisaties en aspecten waarmee gemeenten ‘iets’ moeten zodra de statushouders arriveren. Huisvesting hoort daar natuurlijk bij, net zo goed als opleiding, gezondheidszorg, maatschappelijke begeleiding, inkomen en vrijetijdsbesteding. Het gewenste gesprek ontstaat, al rolt er in geen van de drie subgroepen soepel een ideale route door de gemeente uit.

Hoe werkt de magnetron?

Wat naar voren komt in het half uur dat deelnemers uit gemeenten, COA en andere organisaties met elkaar praten, is dat het voor veel mensen en organisaties zoeken is naar contactpersonen die eenvoudige vragen kunnen beantwoorden. Zo had aannemer Allard Hoeijmakers om elf uur ’s avonds een Eritrese vluchteling aan de lijn die niet wist hoe z’n magnetron werkte. Hij woonde in een huis dat het bedrijf van Hoeijmakers had gebouwd. ‘Dit zijn  vragen voor de bewoners zelf’, springt een coördinator van Vluchtelingenwerk in. Maar ja, leg dat maar eens uit in de taal van de Eritreeërs. ‘De stofzuiger is ook een dingetje’, voegt iemand anders toe. ‘Wij gebruiken de tolkentelefoon voor alle taalproblemen’, meldt Jos Duisters van het COA. ‘Da’s een luxe, daar is bij ons geen geld voor’, meldt een gemeentelijke projectleider.

Marjolein Lucassen van de LEVgroep (Leven en Verbinden) heeft ook een op het oog eenvoudige vraag. Ze zou graag statushouders vrijwilligerswerk laten doen. Aan de statushouders ligt het niet, die willen graag. Maar de organisaties die vrijwilligers zoeken, kunnen de “schapen met drie poten” die ze in de aanbieding heeft weinig begeleiding bieden. ‘Het kunnen schapen met vier of vijf poten worden, maar vrijwilligers bij bijvoorbeeld de molen, werken daar omdat ze molen leuk vinden, niet om iemand de taal te leren.’

Klantmanager te duur

Oplossingen rolden nog niet een twee drie uit de koker. Zou het helpen om per gemeente een klantmanager “aan de voorkant” te benoemen, peilt De Gier. Dat stuit op financiële beperkingen in de groep. Cleo Melis van het COA raadt de deelnemers aan het eind van de sessie aan om gewoon het COA te bellen als ze vragen hebben die misschien daar kunnen worden beantwoord. ‘Wat  als iedereen dat ook gaat doen?’, vraagt een gemeenteambtenaar zich nog licht bezorgd af. Melis: ‘Gewoon doen, laten we maar kijken wat er dan gebeurt.'