Onderwijs aan de basis van werk

Inburgeren en gelijktijdig onderwijs volgen is ontzettend belangrijk. Het levert véél taalwinst op voor de statushouder, het verkort de tijdsduur van trajecten en opent de weg naar werk.

MBO-instelling Scalda ontwikkelde drie leerroutes om de instroom van jonge statushouders in het reguliere mbo-onderwijs te vergemakkelijken: de coachklas, entreeonderwijs en de keuzecarrousel. Welke route iemand volgt, hangt af van leeftijd, hoe lang iemand in Nederland is, het taalniveau en het opleidingsniveau in het land van herkomst.

Opleidingen niet in heel Zeeland beschikbaar

Tijdens de workshop komt een aantal discussiepunten naar voren. Bijvoorbeeld over locaties; Scalda biedt de coachklas en de keuzecarrousel alleen aan op Walcheren. Dat is lastig voor statushouders die in Zeeuws-Vlaanderen en de Oosterschelderegio wonen. ‘Dat is inderdaad een probleem’, erkent Scalda. Maar alleen als er voldoende massa is, zeg twaalf tot vijftien leerlingen, is het financieel haalbaar om de leerroutes aan te bieden.

Ook andere partijen moeten helpen

Deelnemen aan een opleiding is niet alleen afhankelijk van de statushouder zelf. Een voorbeeld is een jonge moeder met twee kinderen. Ze wil graag onderwijs volgen en heeft daarom haar kinderen aangemeld bij de kinderopvang. Vervolgens blijkt dat de Belastingdienst echter zo lang doet over het afgeven van een beschikking dat de voor haar gereserveerde plek op de Kinderopvang is komen te vervallen. ‘Is dat een probleem dat alleen speelt bij statushouders’, vraagt een aanwezige zich af, ‘of geldt ook in autochtone gevallen, zoals tienermoeders?’ Dat laatste klopt, maar er is wel een verschil: waar Nederlandse jongeren vaak nog wel een netwerk hebben waarop ze terug kunnen vallen voor oppas of tijdelijke financiële ondersteuning, staan statushouders er meestal alleen voor. Bovendien: als iemand zo hard wil werken voor zijn integratie en we dat ook verwachten van nieuwkomers, moeten we dan niet ook bereid zijn dat te faciliteren, bijvoorbeeld door een tijdelijke overbrugging van de kosten mogelijk te maken?

Armoedeval als je een opleiding gaat volgen

Voor degenen die een uitkering ontvangen kan het deelnemen aan entreeonderwijs een flinke armoedeval betekenen. Vanaf dat moment zijn zij namelijk aangewezen op studiefinanciering, terwijl ze hogere kosten hebben. Zijn gemeenten bereid om jonge statushouders hierin tegemoet te komen? In Zeeuws-Vlaanderen wel, om statushouders te ontlasten, gaan gemeenten daar gedurende het eerste leerjaar het lesgeld betalen.

Eén klantmanager voor de begeleiding van jonge statushouders

Zodra studenten studiefinanciering krijgen, zijn ze niet meer uitkeringsgerechtigd en vervalt het contact met de klantmanager van de gemeente. Het is de vraag of dat wijs is. Een idee is om, zoals in Middelburg en Tholen gebeurt, één persoon verantwoordelijk te maken voor de begeleiding van jonge statushouders. Die kan dan bijvoorbeeld ook gezondheidsproblemen of financiële stress monitoren.

Werk/leertraject voor als het niet lukt

Soms lukt het uiteindelijk niet om een mbo-opleiding daadwerkelijk af te ronden. Goede leer/werktrajecten aanboren voor deze doelgroep tijdens of na het volgen van de leerroute is een uitdaging. ‘Eigenlijk zou dit geen zorg van het mbo, maar van gemeenten moeten zijn. Zij zouden hier actief op moeten inspelen om samen de juiste plek te vinden voor elk individu.’