‘Wachten maakt mijn situatie alleen maar erger’

Hoe zorg je ervoor als gemeente dat de integratie van statushouders vanaf de eerste dag begint? En hoe zijn en blijven alle statushouders in beeld? Gemmy Hermsen vertelt hoe de integrale aanpak van de gemeente Arnhem werkt, met een hoofdrol voor het kernteam.

‘Het is nogal wat, de regierol van de gemeente kan heel breed zijn’, begint Gemmy haar verhaal. 'Je schiet als gemeente al snel in de uitvoering en met de integratie begeef je je op een vlak zonder wettelijke kaders.’ Om daar goed op in te spelen, moet je als gemeente zelf verantwoordelijkheid nemen. Gezamenlijke verantwoordelijkheid is een van de succesfactoren in de aanpak van Arnhem, meent Gemmy. ‘Van buurtbewoners en maatschappelijke organisaties tot wethouders en College; samen moet je de schouders eronder zetten. Alleen dan kun je in de uitvoering veel voor elkaar krijgen.'

Arnhem heeft ruime ervaring met de opvang van vluchtelingen. De stad heeft al twintig jaar een AZC en kreeg vanaf september 2015 opnieuw te maken met een hoge instroom. De asielzoekers werden onder andere in de koepelgevangenis opgevangen, daarna kwam er een tweede AZC met driehonderdvijftig vluchtelingen.

Burgerkracht en creativiteit

Vanaf september 2016 ging de focus naar de integratie van statushouders. De integrale aanpak is oplossingsgericht en richt zich vooral op het samen doen, gebruikmakend van burgerkracht en creativiteit. ‘Als gemeente werden wij redelijk overvallen door de hoge instroom van vluchtelingen. Maar al snel schoten inwoners ons te hulp en hebben vol compassie meegewerkt aan de opvang. Ze gingen samen eten en samen sporten. Dat gebeurde heel spontaan en eigenlijk deden wij niets anders dan alle initiatieven combineren en stroomlijnen. Als iemand een tijdelijke ruimte nodig had voor een evenement, konden wij dat faciliteren.’

De integrale aanpak van Arnhem richt zich daarbij op drie pijlers: taal & talent, kennismaken en het toewerken naar werk.

Kernteam voor integrale aanpak

Het kernteam speelt een belangrijke rol bij de integrale aanpak. Dit team bestaat uit afgevaardigden van alle interne afdelingen binnen de gemeente zoals een aanvraagconsulent en een werkconsulent. Daarnaast is ook het sociale wijkteam, team leefomgeving, het COA en Vluchtelingenwerk vertegenwoordigt. Gemmy: ‘Eens per zes weken komen leden van het kernteam bij elkaar om alle problemen bespreekbaar te maken en de grote lijnen te overzien. Niemand raakt zo uit beeld. En dat is ook het grootste doel van het kernteam.’

Daarnaast is er een ‘kernteam plus’ in het leven geroepen dat wekelijks bij elkaar zit en snel tot oplossingen komt. ‘Zij zijn meer uitvoerend bezig. Zo van: deze casus speelt op het moment en ik heb iemand nodig vanuit het aanvraagteam.’

Vervolgens kreeg de uit Syrië gevluchte Bilal Rajjoup het woord. Hij heeft het proces van de integrale aanpak met succes doorlopen. ‘Ik wilde niet stilzitten toen ik in Nederland kwam. Wachten maakt mijn situatie alleen maar erger.’ Via VluchtelingenWerk kreeg hij een functie als vertaler, want naast Arabisch spreekt hij Engels. ‘Maar het liefst wilde ik bij een bank werken.’ Na bemiddeling van de gemeente loopt hij nu stage bij de Stadsbank Gelderland.

Terug in de schoolbanken

Bilal merkt dat er onder vluchtelingen in de leeftijd van eind twintig jaar of ouder soms onbegrip heerst dat ze weer terug in de schoolbanken moeten. ‘Zij hebben hun studie allang afgerond en zijn aan het werk gegaan. Als ze hier in Nederland dan weer naar school moeten, vinden ze dat lastig. Het liefst willen ze direct weer aan het werk.’

Vanuit de zaal is er een vraag. Veel statushouders willen een eigen zaak beginnen. Wat doen jullie daaraan?

Gemmy: ‘Ze willen een eigen bedrijf beginnen, ook om hun landgenoten aan het werk te helpen. In de praktijk is dat nog best een uitdaging. De aankomende ondernemers moeten een plan schrijven en het financieren. Ook zullen zich aan onze regels moeten houden. En dat is moeilijk; zo is het systeem van belastingafdracht voor hen onbekend. Bilal: ‘In Nederland ligt alles vast in regels; in Syrië regel je de zaakjes onderling en gaat het via omweggetjes.’

Maar er zijn meer barrières. Zo is het volgens Bilal lastig om het rijbewijs te halen. Dat kost veel geld. ‘Het zou al makkelijker zijn als je een lening kan krijgen. Een investering, want als je een rijbewijs hebt, kun je ook makkelijker een baan krijgen, bijvoorbeeld als koerier.’

Nog een vraag vanuit de zaal aan Bilal: Vinden Syriërs het een probleem om eerst laaggeschoold werk te doen? ‘Nee’, zegt Bilal direct. ‘De mensen die ik ken, maakt het niet uit wat voor werk ze doen.’

Bilal spreekt aan het eind van zijn verhaal zijn dankbaarheid uit dat hij zo goed is geholpen bij zijn integratie. Hij bedankt medewerkers van de gemeente, hij bedankt Gemmy en VluchtelingenWerk. Die gezamenlijke verantwoordelijk heeft Bilal -zo zegt hij- erg geholpen om zijn weg in Nederland te vinden.