‘We starten met alles tegelijkertijd’

Zaanstad heeft positieve ervaringen opgedaan met een integrale aanpak voor de integratie van asielzoekers en vergunninghouders. Hoe werk je samen met inwoners en organisaties, hoe creëer je draagvlak en hoe borg je deze aanpak?

In 2013 had de gemeente Zaanstad geen structureel beleid voor de opvang en begeleiding van vluchtelingen. Daarna nam de instroom snel toe, en had Zaanstad vijftienhonderd bedden voor vluchtelingen in de noodopvang, onder meer op het Hembrugterrein. Fian van Vlokhoven, beleidsadviseur: ‘We konden niet meer om het onderwerp heen. Er kwam steeds meer aandacht van de bevolking, veel organisaties wilden helpen, stelden ons ook kritische vragen. We merkten dat het leefde in de samenleving.’

Vrijwilligers als ambassadeurs van de aanpak

De stad stelde in 2016 een integrale aanpak op. Fian: ‘We hebben eerst gesproken met maatschappelijke organisaties, woningcorporaties, VluchtelingenWerk, actieve Zaankanters, raadsleden en vergunninghouders. Ook ondernemers, wijkteams en verenigingen wilden graag een steentje bijdragen. Partijen die al wat langer bezig waren met het aanbieden van hulp, voelden zich gehoord. Door hen regelmatig uit te nodigen is er een dialoog ontstaan en zijn vooral ook de vrijwilligers uitgegroeid tot ambassadeurs van de aanpak.’

Vluchtelingen zijn nieuwe Zaankanters

Nadat de integrale aanpak was vastgesteld door de Gemeenteraad, kon iedereen aan de slag. ‘We noemden de vluchtelingen bewust nieuwe Zaankanters. Want we wilden dat ze zo snel mogelijk onderdeel werden van de samenleving’, zegt Fian. ‘Wij hielpen hen niet alleen, maar zij deden ook iets terug voor Zaanstad door bijvoorbeeld een Syrisch feest voor de buurt te organiseren.’
De integrale aanpak voor asielzoekers en vergunninghouders richtte zich op de thema’s integratie, participatie, huisvesting en onderwijs. ‘Dus niet eerst huisvesten en dan pas de taal leren en op zoek naar werk, maar we startten met alles tegelijkertijd.’ Naast de vier thema’s voegde Zaanstad er nog twee andere belangrijke thema’s aan toe: gezondheid en veiligheid. Fian: ‘Als ze niet gezond zijn, kunnen ze de taal ook niet leren.’

Een deelnemer uit de zaal vraagt: waarom is veiligheid zo belangrijk?

Fian: ‘De veiligheid rondom de opvanglocaties is belangrijk, maar ook binnen de gezinnen. Wij zien veel huiselijk geweld en ook door echtscheidingen wordt het gezin ontwricht. Vaak komt de man eerst naar Nederland en zijn gezin een paar jaar later. Je ziet dat echtparen soms uit elkaar zijn gegroeid of dat echtgenoten iemand anders hebben ontmoet. Door met een gezin gesprekken te voeren over het gevoel van veiligheid, haal je al veel angst weg.’

Een klein zetje kan al wonderen doen

De gemeente pakte de regie en voerde ook zelf gesprekken met vergunninghouders. ‘We hebben mensen uitgenodigd en gevraagd wat ze nodig hadden om aan het werk te gaan en wat ze gemist hadden toen ze net in Zaanstad kwamen wonen. Je hoorde schrijnende verhalen. Mensen die al jaren aan het inburgeren waren, lukte het niet om te integreren. Ze wisten niet goed waar te beginnen. We hebben gemerkt dat een klein zetje, een eerste gesprek, al wonderen kan doen.’

‘Zij zien de gemeente als overheid’

Vluchtelingen kijken ook anders naar de gemeente dan naar andere partijen die hulp verlenen, merkte Fian. ‘We hoorden van de casemanagers van het COA dat vluchtelingen lang niet altijd op afspraken afkwamen of niet wilden beginnen met inburgeren. Maar nadat ze met iemand van de gemeente hadden gepraat, wilden ze wel. Zij zien de gemeente als de overheid, die bepaalt waar je gaat wonen en je aan je nieuwe toekomst gaat beginnen. Dat spreekt ze aan en motiveert ze.’

Ook les in de avond

De samenwerking varieerde van maatschappelijke organisaties tot woningcorporaties, ROC, ondernemers en aanbieders van inburgeringscursussen. ‘We hadden één inburgeringsaanbieder die alleen overdag een taalprogramma aanbood. Nu zijn er meerdere aanbieders, met wie we allemaal het gesprek zijn aangegaan om bijvoorbeeld ook les in de avond aan te bieden. Deze aanbieders waren eerst terughoudend, maar door te overleggen zijn we het toch eens geworden over een avondprogramma en een duaal traject.’

Met vergunninghouders door de wijk

Ook legde de gemeente de focus op netwerken. ‘We hebben mensen per wijk in groepjes bij elkaar gezet om ze over allerlei zaken te informeren. Je ziet dat ze na afloop elkaar opzoeken, een WhatsApp-groep oprichten en contact met elkaar houden. Het klinkt allemaal heel eenvoudig , maar het werkt.’ Verder gingen wijkmanagers met de vergunninghouders door de wijk. ‘We vertelden ze heel concreet wat ze konden verwachten. Bij deze vereniging kun je sporten, bij deze school kunnen de kinderen na school nog een uurtje nablijven om te spelen. Elke wijk heeft weer andere accenten, er wordt zoveel georganiseerd. Zo vinden mensen hun weg binnen de wijk.’

Monitoren aan de hand van data analyse

De resultaten van het programma zijn zeer bemoedigd. ‘Wat we terugkrijgen is dat de vluchtelingen zich gehoord en serieus genomen worden. We zien dat veel mensen naast de inburgering vrijwilligerswerk doen. We monitoren aan de hand van gesprekken en data. Van leeftijd en geslacht tot waar ze wonen en hoe lang ze daar blijven.’

Volgens Fian borg je deze aanpak in je organisatie door met alle betrokken partijen in gesprek te blijven, waaronder ook de vergunninghouders. In Zaanstad hebben vrijwilligers een platform ‘Zaanstad voor vluchtelingen’  opgericht waar steeds meer andere maatschappelijke organisaties zich bij aansluiten en waar iedereen samenwerkt om vluchtelingen onderdeel te maken van de Zaanse samenleving.