Nummer 6, 2017

Auteur: Sanne van der Most

In accountantsland is iets vreemds aan de hand. Waar kantoren vroeger in hun handen wreven als ze de jaarrekening van de gemeente mochten controleren, is nu een terugtrekkende beweging gaande. Vooral kleinere gemeenten zijn de dupe. Door hun eisen bij te stellen en samen één accountant te zoeken, proberen ze het tij te keren.

In de zomer van 2016 hadden ze de tender uitgezet voor boekjaar 2016 en eind september werd duidelijk dat geen enkel accountantskantoor zich had ingeschreven. In de Groningse gemeenten Eemsmond, Winsum, Bedum en De Marne zijn ze zich rot geschrokken. ‘Een openbaring dat zoiets mogelijk is’, vindt Jan Berghuis, raadslid voor de ChristenUnie in Bedum en lid van de beoordelingscommissie voor de nieuwe accountant. ‘Maar je ziet het bij steeds meer gemeenten. Door de toegenomen controles van de Autoriteit Financiële Markten lopen de kosten bij accountantsdiensten razendsnel op en worden gemeenten veel minder interessant. De grote kantoren trekken zich terug. Onze eigen accountant Deloitte heeft het lopende contract zelfs halverwege opgezegd. En toen hadden we ineens geen accountant meer.’ Ook Eltjo Dijkhuis, raadslid in Eemsmond voor GemeenteBelangen en eveneens lid van de selectiecommissie, was verbijsterd. ‘Wij zijn blijkbaar niet interessant genoeg voor de grote kantoren. Vorig jaar waren wij de eerste met dit probleem. Inmiddels zitten tussen de vijftig en zeventig kleinere gemeenten zonder accountant, begrijp ik.’

Decentralisaties

De zoektocht naar de nieuwe gezamenlijke accountant duurde lang en verliep moeizaam. ‘Een grote kavel met bij elkaar 50.000 inwoners. Interessant, zou je zeggen’, zegt Dijkhuis. ‘Eenheid, structuur, toekomstgericht, alle sociale taken samengevoegd.’ Maar het tegendeel bleek waar. Er kwam geen enkele inschrijving. Niet een accountant had interesse. ‘Dus, op papier een mooi idee dat samenvoegen, maar in de praktijk werkt het toch anders en passen grote accountants voor kleinere gemeenten.’ Volgens Dijkhuis zit hem dat vooral in de gevolgen van de decentralisaties. De verantwoordingsdruk is daardoor veel hoger geworden en accountants moeten allemaal werkzaamheden verrichten die schijnbaar niet interessant en rendabel zijn. ‘In het verleden ging alles op basis van subsidies’, vervolgt hij. ‘Nu werkt alles op basis van beschikkingen. Voor accountants betekent dat een veel intensievere behandeling. Grote kantoren passen daarvoor. En daar zijn wij de dupe van.’

Eigen dienst

Een trend die al eerder werd opgemerkt, zo blijkt uit bevindingen van de werkgroep-Depla die werkt aan een handleiding over het opdrachtgeverschap bij de accountantscontrole van gemeenten. In de gemeentesector zijn bij de controle op de jaarrekening 2015 ten opzichte van het jaar ervoor 54 gemeenten van accountant gewisseld. Het aandeel van de vier grote kantoren is gedaald en verschoven naar de grotere gemeenten. Een ontwikkeling die zich de komende jaren zeker zal voortzetten. Om problemen voor de jaarrekening van 2017 te beperken, adviseert minister Plasterk in een brief van afgelopen februari gemeenten hun aanbestedingscriteria aan te passen zodat nieuwe toetreders zonder ervaring in gemeentelijke controle ook een kans krijgen. Ook het samen op zoek gaan naar één accountant, zoals de vier Groningse gemeenten nu doen, en het inrichten van een eigen gemeentelijke accountantsdienst zoals in Amsterdam en Den Haag zouden wellicht oplossingen kunnen zijn.

Wij zijn blijkbaar niet interessant genoeg voor de grote kantoren

Gemeentelijke Accountantsdienst

Robert van Asten, D66-raadslid in Den Haag en lid van de Rekeningencommissie is erg te spreken over de Gemeentelijke Accountantsdienst (GAD), die al sinds begin deze eeuw operationeel is. ‘Ik ben blij dat wij als grote gemeente het geld hebben om het zelf te doen. Onze dienst bestaat uit zeer deskundige en ervaren mensen die het ambtelijk apparaat en de gemeentelijke begroting tot in de puntjes begrijpen. Ze weten precies waar ze naar moeten kijken bij het controleren van de jaarrekening. Ze kunnen heel kritisch zijn over de methodes die een wethouder gebruikt om zijn resultaten op een gewenste manier af te spiegelen. Niet dat die per se fout zijn, maar de accountantsdienst kan ons snel wijzen op zaken die je met het blote oog niet zo snel ziet. Bij externe bureaus kunnen ook andere belangen meespelen. Die hebben toch een winstoogmerk. En simpelweg minder tijd. Ik heb zelf in het verleden bij Deloitte gewerkt. Daar zie je toch dat de accountantstak wat vluchtiger is. Veel tijd om je te verdiepen en je goed in te lezen, is er vaak niet. Ik begrijp dus wel dat ze de jaarrekeningen van kleinere gemeenten liever links laten liggen.’

Objectief

Een eigen accountantsdienst zien ze in Groningen niet zitten. ‘Daar zijn we te klein voor’, vindt Berghuis. ‘Oorspronkelijk hadden we graag één grote noordelijke supergemeente willen worden, maar dat is niet helemaal gelukt. Na de fusie hebben we alsnog maar 50.000 inwoners. Een eigen gemeentelijke accountantsdienst is voor ons niet lonend. Ik vraag me ook af hoe objectief zo’n dienst zou zijn. Krijg je dan niet een beetje de slager die zijn eigen vlees keurt?’ Meer heil ziet Berghuis in het zo snel mogelijk samenvoegen van de administratie en de boekhouding van de vier gemeenten. ‘Als we  werken met één uniform ingericht financieel systeem, is het voor een extern bureau ook veel aantrekkelijker om onze controles te doen.’

Uiteindelijk is het de vier gemeenten toch gelukt samen een accountant te vinden. Dijkhuis: ‘Maar dat komt vooral door het feit dat we uitgebreid de publiciteit hebben opgezocht én doordat we onze eisen hebben aangepast zodat nu ook “onervaren” bureaus konden inschrijven, zoals Plasterk adviseerde.’

Uitstel

De gemeenten kregen uitstel van de minister en vonden een geschikte partij. Weliswaar een nieuw kantoor zonder gemeentelijke ervaring, maar wel een dat is opgebouwd door ervaren accountants van grote bureaus. ‘Zo werken we dus alsnog met goede, ervaren mensen’, aldus Dijkhuis. ‘Daar boffen we dan mee, maar het had net zo goed anders kunnen lopen. Het is natuurlijk een vrije markt.’ Om op korte termijn niet weer in dezelfde valkuil te lopen, hebben de gemeenten het nieuwe bureau, dat nu alweer razend druk is, een contract laten tekenen zodat ze in elk geval tot 2019 - dan is de herindeling een feit – voorzien zijn.’