Nummer 16, 20 oktober 2017

Auteur: Leo Mudde | Beeld: Hans Sprangers

Wethouders willen het liefst gewoon besturen, handhavend optreden tegen fraudeurs zit niet in hun dna. Toch ontkomen ze er niet aan, want gesjoemel met zorggeld komt regelmatig voor. 


De Rigtergroep, een zorgaanbieder in Nijmegen, is failliet. De Gelderse media deden het nieuws niet af met een eenkolomsberichtje, maar berichtten er uitvoerig over. Niet verrassend, want deze zomer was de Rigtergroep ook al groot nieuws omdat de gemeente Nijmegen haar beschuldigde van fraude en aangifte deed bij de politie. Volgens de gemeente had de zorginstelling 1,1 miljoen euro niet besteed aan de cliënten die er wel recht op hadden. Een groep kwetsbare mensen is hierdoor misbruikt, vond de gemeente. Bovendien was de geleverde zorg ondermaats en werd meer gedeclareerd dan was uitgegeven.

Fraude door zorgaanbieders komt regelmatig voor. Een willekeurige greep uit de recente publiciteit. Utrecht verbreekt het contract met Stichting Zorg; de Belastingdienst doet onderzoek naar ondoorzichtige geldstromen. De Ermelose zorginstelling Zorg en Ondersteuning heeft vermoedelijk voor miljoenen aan zorgfraude gepleegd. Rechercheurs van de Inspectie SZW pakken bestuurders van RegioZorgWest op, op verdenking van grootschalige fraude met 
persoonsgebonden budgetten (pgb’s). In Rotterdam en Den Haag valt de inspectie vier panden binnen na een vermoeden van grootschalige fraude met pgb’s. 

Gesloten keten

Gemeenten kunnen, nu de decentralisatie van het sociaal domein in rustiger vaarwater is gekomen, de aandacht richten op wat Ad van Mierlo ‘het borgen van de rechtmatigheid in de zorg’ noemt. Van Mierlo is directeur van het Kenniscentrum Handhaving en Naleving van de VNG dat gemeenten ondersteunt op het terrein van toezicht, handhaving en naleving in het sociaal domein. Zij zijn daarvoor verantwoordelijk, maar zijn ook onderdeel van een grote keten die bij de aanpak van zorgfraude is betrokken – waaronder de Inspectie voor de Gezondheidszorg, de Inspectie SZW, Zorgverzekeraars Nederland, de Sociale Verzekeringsbank, de FIOD en, in het uiterste geval, het Openbaar Ministerie. 
Volgens Van Mierlo vraagt de aanpak van zorgfraude een gesloten keten waarin gemeenten ‘volledig’ meedoen. Bijvoorbeeld: ‘De Nederlandse Zorgautoriteit is verantwoordelijk voor de meldingen die naar het Informatieknooppunt Zorgfraude (IKZ) gaan. Daar zitten natuurlijk ook meldingen voor gemeenten bij. Als die dan niet zijn aangesloten bij het convenant en er geen meldingen gedaan kunnen worden, leidt dit, naast het feit dat een signaal niet door een gemeente wordt opgepakt, tot imagoschade bij de NZa. Ook moet in de ketensamenwerking een proces van terugkoppeling tot stand komen zodat de meldingen steeds waardevoller kunnen worden gedaan, maar dat er ook duidelijk is wat er met een signaal gebeurt.’

Maatwerk is prima, maar het mag geen willekeur worden

Om signalen rechtmatig bij een ambtenaar neer te kunnen leggen, is het nodig dat gemeenten een toezichthouder Wmo hebben aangesteld. Dat hebben ze nog lang niet allemaal gedaan, zegt Van Mierlo. Volgens hem groeit de druk van andere partijen op de gemeenten om hen te bewegen, snelheid te maken. Ook is het volgens hem nodig dat gemeenten in de toekomst aansluiten bij het Waarschuwingsregister en daarin ook zelf registeren. ‘Als slechts een beperkt aantal gemeenten meedoet, heeft het systeem geen nut.’
Het wordt nog een hele puzzel om gemeenten op een lijn te krijgen, verwacht Van Mierlo. ‘Lokaal maatwerk is de kerngedachte van de decentralisatie, maar we kunnen niet zonder landelijke afspraken en een landelijk systeem voor de aanpak van zorgfraude. Maatwerk is prima, maar het mag geen willekeur worden.’

Basis van vertrouwen

Optreden tegen fraude zit niet in het dna van gemeentebestuurders. Zoals wethouder Jeroen Olthof (PvdA) van Zaanstad zegt: ‘Als je met andere partijen afspraken maakt over de besteding van overheidsgeld, dan gaat dat meestal op basis van vertrouwen. Als blijkt dat dat wordt beschaamd, dan moet je bereid zijn waar nodig te handhaven.’
Olthof is voorzitter van de Sociale Pijler van het G32 Stedennetwerk en lid van de commissie Gezondheid en Welzijn van de VNG. Hij heeft zich de afgelopen maanden intensief moeten bezighouden met een groot geval van zorgfraude, dat eind vorige maand een voorlopig hoogtepunt beleefde met de arrestatie van twee bestuurders van zorgorganisatie RegioZorgWest. Zij worden verdacht van oplichting en valsheid in geschrifte en hebben vermoedelijk voor 4 miljoen euro gefraudeerd, geld dat was bestemd voor zorg aan gehandicapte jongeren. Het onderzoek is gestart na een tip van de gemeente Zaanstad.
‘Als je signalen krijgt dat er iets mis is, móét je gaan handelen als bestuurder’, zegt Olthof. ‘Dat is geen lichtvaardig besluit. Want stel je voor dat je het mis hebt maar wel justitie al hebt ingeschakeld, dat is schadelijk voor die organisatie en voor de gemeente. Aan de andere kant: je bewoners moeten de zorg krijgen waar ze recht op hebben.’

Zoektocht

Het is een zoektocht, zegt hij. Maar bij voldoende signalen van fraude is er geen reden om niet te handhaven. ‘Je moet bereid zijn op te treden.’ 
Je maintiendrai. Het oude rijksmotto zou niet misstaan op het visitekaartje van de wethouder anno 2017. Maar dat handhaven is gemakkelijker gezegd dan gedaan. De gemeente heeft niet altijd de capaciteit, of de bevoegdheden, om adequaat op te treden. Er gaapt een flinke kloof tussen wat de gemeente en haar sociaal rechercheurs mogen doen en de bevoegdheden van politie en justitie. Maar ook de capaciteit bij het OM is beperkt, weet Olthof. Justitie zal zeker van haar zaak moeten zijn, wil zij die beperkte capaciteit inzetten. En dan is het uiteindelijk de wethouder die een besluit moet nemen en een ‘go’ geeft.
Dat vraagt om een zorgvuldige dossiervorming. Olthof heeft al diverse dossiers op zijn bureau voorbij zien komen. Niet altijd is sprake van doelbewuste fraude, is zijn ervaring. ‘Het heeft ook te maken met onwetendheid. Ik kom veel goedwillende mensen en organisaties tegen, maar we moeten realistisch zijn: er zijn organisaties met andere intenties.’

Als je signalen krijgt dat er iets mis is, móét je gaan handelen

Ook in Tiel speelt momenteel een kwestie. Wethouder Henk Driessen (CDA) wil er niet al te veel over zeggen omdat het onderzoek nog loopt, maar Omroep Gelderland wist vorige week te melden dat de gemeente ‘per direct’ cliënten overplaatst van zorgaanbieder Job Lanceer naar een andere zorgaanbieder. Omdat de gemeente ‘zich ernstige zorgen maakt’ over de begeleiding die Job Lanceer biedt een kwetsbare jongeren en jongvolwassenen en er signalen zijn van ‘mogelijke fraude’.  Tiel heeft hiervan melding gedaan bij het OM. 
Driessen herkent de ‘zoektocht’ van zijn collega Olthof: ‘Wanneer ga je over tot handelen? In ieder geval moet je een aantal serieuze signalen hebben, één signaal is geen signaal. Je moet de consequenties in ogenschouw nemen. Als een organisatie als gevolg van jouw besluit failliet gaat, komen ook de medewerkers op straat. Zij kunnen er niets aan doen. Maar uiteindelijk gaat het om onze inwoners, en ook nog de meest kwetsbaren onder hen.’
Signalen kunnen van diverse kanten komen: van een klokkenluider, van een cliëntenorganisatie, van ouders of van een organisatie als de SVB die de pgb’s uitkeert. ‘Als een aantal van die signalen ergens bij elkaar komt, dan is dat een sterke aanwijzing dat er iets niet klopt. Dan moet je bewijzen gaan vergaren.’

Delen

Het financieel belang van de gemeente mag in ieder geval nooit een argument zijn om van handhaving af te zien, zegt Driessen. ‘Dat komt in dit soort gevallen echt op de allerlaatste plaats. Het belang van de cliënt staat altijd voorop, die moet de zorg krijgen waar hij of zij recht op heeft.’
Driessen heeft een concrete tip aan collega’s die net als hij stuiten op een geval van zorgfraude: ‘Als je concludeert dat jouw casus ook weleens in andere gemeenten zou kunnen spelen, informeer die dan en stem het handelen op elkaar af. Dat maakt een zaak sterker.’
Dat zorgt er in ieder geval voor dat je als wethouder je dilemma’s en je zoektocht kunt delen. Dat is belangrijk, ook in de eigen organisatie. Olthof heeft in Zaanstad zowel de andere collegeleden als de gemeenteraad en de ambtenaren meegenomen in het proces. ‘Ik heb me nooit eenzaam gevoeld. We hebben dit als organisatie met elkaar gedaan. Het is waar dat ik bestuurlijk verantwoordelijk ben, maar ik heb vanaf dag één de raad in vertrouwen genomen en op de hoogte gehouden van de stappen. Als het dan in de krant komt, kan dat geen verrassing meer zijn.’

Kenniscentrum Handhaving en Naleving: www.naleving.net