Nummer 11, 2016

Assen profileert zich als een uniek levend laboratorium. Waar andere steden in binnen- en buitenland zich profileren met living labs op wijk- of straatniveau, biedt Assen de gehele stad aan.


Een bijzondere proeftuin waar technologische bedrijven en kennisinstellingen hun producten en diensten testen die mogelijk bijdragen aan oplossingen van stedelijke problemen. Met de TT in het vooruitzicht telt wethouder Maurice Hoogeveen (D66) van ‘Sensor City’ zijn zegeningen.

Auteur: Marten Muskee

De stad als levend laboratorium, hoe kwam dit idee tot stand?

‘Noord-Nederland kent in vergelijking met de Randstad een ijlere infrastructuur. In het westen zit alle kennisinfrastructuur dicht bij elkaar, hier lukt het nooit om zo’n concentratie in één stad te krijgen. In het Samenwerkingsverband Noord-Nederland is afgesproken dat elk van de vier steden zich concentreert op een van de gekozen onderwerpen: Leeuwarden op water, Groningen op healthy aging en energie, Emmen op biobased economy en Assen concentreert zich op kennis rond sensortechniek.

Vanuit dat specialisme is een kenniscluster gemaakt, het project Sensor City bedacht en is INCAS3 als kennisintensieve onderneming in de stad ontstaan waar allerlei projecten uit voortkomen. Daarnaast heeft Hanzehogeschool zich in Assen gevestigd met een hbo-opleiding in sensortoepassingen. Living Lab Assen geldt daarbij als het profileringspunt, de stad als levend laboratorium.’

Er zijn toch wel meer living labs?

‘Wij bieden de gehele stad als proeftuin aan waar alles valt te onderzoeken. Assen is geen grote stad en dat maakt het aantrekkelijk om op een redelijk overzichtelijke schaal concepten te testen die daarna zijn op te schalen naar een grotere omgeving. Technologiebedrijven en kennisinstellingen kunnen hier de gehele stad gebruiken als testomgeving. In een grote stad zou dat onbetaalbaar zijn.’

Hoe werkt het meetsysteem?

‘In de stad is een glasvezelnetwerk aangelegd met daarop tweehonderd aansluitpunten voor vaste en mobiele sensoren. Technologiebedrijven en kennisinstituten die iets willen testen, koppelen hier hun sensoren aan. Kennisontwikkeling gaat vooral over de data die de sensoren verzamelen en hoe die data vervolgens worden toepast. Om zich te specialiseren heeft Assen een aantal velden gedefinieerd: veiligheid, energie, mobiliteit, zorg en leefklimaat. Daarmee profileert de stad zich en bouwt expertise op.

Als partijen het netwerk voor iets anders willen gebruiken, zijn ze echter ook van harte welkom. Met onze focus leggen we verbinding met het Hanze Institute of Engineering, een kleine hoogwaardige opleiding op het gebied van sensortechniek. Smart mobility is een zeer geschikt werkveld, zeker nu we het sensornetwerk gaan uitbreiden naar het TT-circuit.’

Wat vinden de inwoners daarvan?

‘De bevolking vindt het best interessant om onderdeel te zijn van zo’n levend laboratorium. Toen in 2013 het eerste project smart mobility startte, hadden we inwoners nodig die hun auto ter beschikking stelden om kastjes in aan te brengen. Het bleek een kleine moeite om daar 150 mensen voor te vinden. Als je een levend laboratorium wilt zijn, moet er ook leven zijn dat aan dat laboratorium wil meewerken. Onze inwoners staan daar voor open.’

Wat heeft Sensor City tot dusverre opgeleverd aan noviteiten en applicaties?

‘Smart mobility leidt automobilisten slimmer door het verkeer. Via dynamische route-informatie wordt het gedrag zo beïnvloed dat reizigers per moment de beste vervoersmodaliteit en route kiezen. Sensoren geven inzicht over de reistijden op de verschillende trajecten in de stad en hoe de verkeersdruk op bepaalde knooppunten in de stad is. Het systeem wordt ook voor hulpdiensten ingezet zodat zij bijvoorbeeld niet voor een open brug komen te staan. Deze proef leverde leerpunten en elementen uit dit project worden in een vervolgproef in Amsterdam uitgewerkt.

‘Verder is hier een systeem voor autodelen uitgewerkt dat in Brussel is terug te vinden. In het kader van veiligheid is in Assen ervaring opgedaan met het opsporen van vuurwerkoverlast. Dankzij het meetnetwerk konden we stadsbreed precies de plek lokaliseren waar het geluid vandaan kwam en patronen van de zich verplaatsende overlastgevers vastleggen.’

Wat is operationeel in de eigen stad?

‘We ondervinden momenteel veel verkeersoverlast door de uitvoering van grote infrastructurele projecten, dus we hebben een verkeersmanagementsysteem operationeel. Met alle omleidingsroutes willen we verkeerscongestie in de stad voorkomen. Het systeem werkt nog niet perfect, daarom hebben we contact met het Duitse Oldenburg waar ze heel ver zijn met smart mobility. Dat levert interessante contacten op voor onze bedrijven en kennisinstellingen. Verder loopt er een project rondom geluidsbeleving waardoor we leren hoe met geluidsoverlast en het terugdringen daarvan om te gaan.’

Ik begrijp dat Assen door internationale partijen is ontdekt?

‘Wij zitten in diverse interessante internationale consortia. Voor ons is belangrijk dat het netwerk van Sensor City onderdeel uitmaakt van een consortium. Dat maakt grote Horizon 2020-aanvragen (een subsidiepot van de Europese Commissie, red.) kansrijker. De vier noordelijke steden hebben een eigen projectverwerver in Brussel, die probeert contacten te leggen en consortia te vormen. Het gebeurt regelmatig dat we worden uitgenodigd om te vertellen over Sensor City, zoals door het Zweedse Göteborg dat vanwege de vestiging van Volvo inzet op smart mobility.

Wij merken dat Assen een belangrijke speler kan zijn, ondanks dat we een stad zijn van 67.000 inwoners. Het gaat niet om de grootte, maar om wat je specifiek kunt toevoegen aan een innovatieplatform. ‘

Levert dat ook financiële voordelen op?

‘Uiteindelijk wel, maar dat vind je niet direct in het businessmodel terug. Bij de consortia die Assen aangaat, is het altijd de kunst om ook het bedrijfsleven uit eigen stad en regio te koppelen. Aan het mobiliteitsexperiment namen TomTom en TNO deel in een consortium van dertien bedrijven en kennisinstellingen. Dat geeft lokale partijen de kans om met grote organisaties samen te werken aan innovaties. Dat levert innovatiekracht voor het Assense bedrijfsleven op en uiteindelijk werkgelegenheid. Dat is eerder ons doel dan direct geld verdienen. Het gaat vooral om het innovatieplatform dat het verdienvermogen voor het bedrijfsleven in de hele regio groter maakt.’

Met steun van de kennisinstellingen?

‘In Assen zit onderzoeksinstituut INCAS3 dat verbindingen heeft naar allerlei technische universiteiten. Daarnaast werken we samen met de Rijksuniversiteit Groningen en in Assen is het Institute of Engineering gevestigd, een onderdeel van de Hanzehogeschool uit Groningen. Dit is voor wat betreft het economisch klimaat een heel belangrijke voor Noord-Nederland. Op de wereldranglijst van universiteiten die de meeste start-ups afleveren, staat de Hanzehogeschool op plaats 25. Start-up-ambassadeur Neelie Kroes gebruikt Catawiki als voorbeeld van snelst groeiend technologisch bedrijf ter wereld. Dat bedrijf zit hier op de derde en vierde verdieping van het stadhuis.’

Dit weekend vindt de TT weer plaats. Wat behelst het TT-project precies?

‘Het hele circuit wordt belegd met glasvezel waar sensoren aan gekoppeld kunnen worden voor dataverzameling. Het netwerk is in te zetten voor de sport zelf, maar je kunt het ook gebruiken voor het testen van zelfrijdende auto’s. Voor andere gebieden is het ook interessant. Bij de TT lopen al gauw 80.000 mensen rond. Die willen eten en spullen kopen en dat levert allemaal interessante innovaties op. Contactloos betalen met pin in zo’n gebied waar zoveel mensen korte tijd verblijven, levert voor een 4G-netwerk altijd problemen op vanwege een gebrek aan bandbreedte. Het glasvezelnetwerk kan dit wel goed ondersteunen.’

Doet u daar ook iets met crowd management?

‘Tijdens de TT-nacht bevinden zich 70.000 mensen in de stad. We hebben vorig jaar al ervaring opgedaan met crowd management. Het geeft de veiligheidsdiensten inzicht in de publieksstromen in de stad. Dat functioneerde goed, in de controlekamer konden we alles bijhouden en de bezoekers sturen via informatieborden in de stad. Het idee is bezoekers van de binnenstad in beweging te houden omdat anders gevaarlijke situaties kunnen ontstaan.

Voor het TT-festival is ook een vorm van verlichting bedacht waarbij bij een opstopping of calamiteit snel sterke verlichting kan komen, zonder dat dit veel energie kost. Een situatie met veel mensen in de stad of bij een festival vormt een mooi moment voor bedrijven om hun ideeën en producten te testen. De vier steden en drie provincies werken samen in het programma Innofest, een innovatieplatform waarbij acht regionale festivals hun terrein aanbieden voor experimenten.’

Op het gebied van zorg zijn ook allerlei interessante ontwikkelingen gaande.

‘Er wordt op diverse terreinen geëxperimenteerd in de stad en de regio. Mensen hebben creatieve ideeën en de kunst is de sensor te verbinden aan een onderwerp. De sensor is niet spannend, de data en het doel wel. Zo worden er slimme sensoren ingezet om permanent de kwaliteit van drinkwater te monitoren. Voorheen moest een monster op kweek naar het lab. Nu heb je op elk moment van de dag inzicht in de kwaliteit van het drinkwater. Het systeem is wereldwijd in gebruik.

‘Een ander voorbeeld zijn slimme optische sensoren, die worden gebruikt in verzorgingscentra waar ze ’s nacht waken over dementerende ouderen. Verder wordt onderzocht of de therapie van gedragsstoornissen bij kinderen in de thuissituatie kan plaatsvinden met de therapeut op afstand. Sensoren monitoren daarbij de interactie tussen ouders en kind en letten op zaken als stemverheffing en gezichtsuitdrukkingen. Drenthe College en Hanzehogeschool zijn in de innovatiewerkplaats bezig met de slimme toiletbril. Die kan urine en ontlasting direct analyseren waardoor patiënten indien nodig sneller andere medicatie krijgen.’

Hoe zit het bij het verzamelen van al die data met de privacy van de inwoners?

‘Er is met alle inwoners gecommuniceerd dat dit soort projecten lopen en het wordt ook voor niet-inwoners aan de gemeentegrenzen aangekondigd dat er metingen worden gedaan in het kader van Sensor City. Sensor City is natuurlijk met het College Bescherming Persoonsgegevens (tegenwoordig: Autoriteit Persoonsgegevens, red.) in gesprek geweest en specialisten hebben ter plaatse bekeken wat op onze servers wordt vastgelegd en wat toegankelijk is. Ze hebben heel streng gekeken hoe de techniek in elkaar zit en elk afzonderlijk project moet dat opnieuw worden geaccordeerd. Er zit een stevig privacyaspect aan. We willen zelfs niet dat er een geanonimiseerd profiel per wijk wordt vastgelegd.’

Gaan bedrijven niet aan de haal met die data?

‘Met het college zijn strenge afspraken gemaakt over wat wordt verzameld, wat herleidbaar is en wat er wel en niet met die data wordt gedaan. Ook met de bedrijven en kennisinstituten worden daar per project contracten over gesloten en protocollen vastgelegd. Overigens gelden voor inwoners die bewust meedoen aan een proef andere normen dan voor mensen die zich in de openbare ruimte bevinden waar iets wordt gemonitord.’

Meer informatie

Meer lezen over Sensor City: www.sensorcity.nl