Laatst bijgewerkt: 18 november 2025

Gemeenten kunnen zich op verschillende manieren al voorbereiden op de implementatie van Europese wet -en regelgeving uit de Digital Decade. Om gemeenten hierbij te ondersteunen zijn er vanuit de VNG, vaak samen met gemeenten, verschillende stappenplannen, handreikingen, trainingen, formats en standaarden ontwikkeld. Hiermee wil de VNG de implementatie van Europese wet -en regelgeving ondersteunen en voorkomen dat iedere gemeente opnieuw het wiel moet uitvinden.

De verordening

  • Verordening 2018/1139 - EASA Basisverordening. Deze verordening regelt de gemeenschappelijke regels op het gebied van burgerluchtvaart (het fundamentele kader voor de luchtvaart) en leidt tot oprichting van een Agentschap van de Europese Unie voor de veiligheid van de luchtvaart (EASA). Door deze verordening is de weg vrijgemaakt voor meer regelgeving omtrent drones en onbemande luchtvaart. De specifieke verordeningen zijn onderliggend aan deze regelgeving.
  • Gedelegeerde verordening 2019/945 & uitvoeringsverordening 2019/947 - Urban Air Space (UAS) / drones. Verordening 2019/945 bepaalt de technische eisen die aan drones worden gesteld op de Europese markt. Verordening 2019/947 bevat de basisregels voor het dronegebruik, zoals specifieke regelgeving voor verschillende categorieën drones en eisen die aan opleidingen van drone-operators worden gesteld.
  • Uitvoeringsverordeningen 2021/664 & 2021/665 & 2021/666 - Regelgevingskader voor U-space. Uitvoeringsverordening 2021/664 stelt het kader voor het beheer van het luchtruim toegespitst op dronegebruik (U-space). Door het goed inrichten van de U-space is veilig en efficiënt dronegebruik in drukke gebieden, zoals steden, mogelijk. De twee andere uitvoeringsverordeningen ondersteunen door regels te stellen aan bemande luchtvaart binnen de U-space, denk hierbij aan aanpassingen van luchtverkeersregels.
  • Uitvoeringsverordeningen 2024/1111, 2024/1110 & 2024/1109 en gedelegeerde verordeningen 2024/1108 & 2024/1107 – voor bemande luchtvaartuigen die verticaal kunnen opstijgen en landen. Bevat onder andere uitgebreide eisen voor bemande elektrische luchttaxi's, denk aan vergunningen voor bemanning, luchtverkeersregels en luchtverkeersbeheer. Het stelt ook criteria en processen vast voor de certificering en het onderhoud van drones. Zo dienen luchttaxi’s door EASA gecertificeerd te zijn voordat ze operationeel worden in de EU.

De belangrijkste punten uit dit wetgevingscluster

In de lucht: Het luchtruim valt onder het bevoegd gezag van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) en het Ministerie van Defensie. Drones in de ‘open categorie’ mogen vliegen in luchtruimklasse G (vrij luchtruim), met o.a. beperkingen op hoogte (max. 120 m), alleen bij gebruik van zichtvluchten en veiligheidseisen. De ILT is de bevoegde toezichthouder en handhaver voor dronegebruik.

Op de grond: Het gezag over luchthavens ligt vast in de Wet luchtvaart. Provincies zijn veelal bevoegd gezag voor de ruimtelijke inpassing van start- en landingsplaatsen. Gemeenten hebben hier slechts een beperkte rol, meestal via een verklaring van geen bezwaar (openbare orde en veiligheid). 

De EU-regelgeving beïnvloedt gemeenten mogelijk in vier rollen:

  1. Gebruiker – drones inzetten voor gemeentelijke taken, zoals gegevensverzameling en inspecties.
  2. Regelgever – beperkte bevoegdheid; meeste regelgeving ligt bij Rijk en provincies.
  3. Beschermheer – bescherming van leefomgeving en inwoners tegen overlast of risico’s.
  4. Faciliteerder – stimuleren van innovatie en economische ontwikkeling met drones.

Ad 1. Gemeente als gebruiker

Er is geen verplichting vanuit de UAM-regelgeving om drones te gaan gebruiken. Gemeenten kunnen kiezen voor het gebruik van drones. Gemeenten moeten rekening houden met de regelgeving als ze drones willen inzetten voor taken zoals inspecties, toezicht, gegevensverzameling of evenementenbeheer. Inzet van drones kan kosten verlagen en efficiëntie verhogen bij inspecties of dataverzameling, vooral op moeilijk bereikbare plekken. Gemeenten moeten afwegen of ze:

  • zelf drones inzetten (vereist kennis, certificering en investering), of
  • externe partijen inhuren (minder kennis nodig, maar wel duidelijke eisen stellen aan opdrachtnemers).

Een afwegingskader kan helpen bij deze keuze, waarbij aandacht nodig is voor privacy, veiligheid en luchtruimrestricties.

Ad 2. Gemeente als regelgever en beschermheer

De UAM-regelgeving zorgt niet voor wijzigingen voor gemeenten als regelgever. Als regelgever heeft de gemeente een beperkte rol bij het UAM-vraagstuk. Op hoofdlijnen is het Ministerie van IenW bevoegd gezag voor het luchtruim en zijn de provincies bevoegd gezag voor de ruimtelijke inpassing van start- en landingsplaatsen. Gemeenten zijn alleen bevoegd gezag voor een aantal specifieke voorbeelden van de ruimtelijke inpassing van stijgings- en landingsplaatsen (luchtballonnen, paragliders, zweefvliegtuigen, paramotors en modelvliegtuigen).

Gemeenten kunnen belanghebbende zijn bij besluiten van de provincie en kunnen tijdens de voorbereiding van zo’n besluit een advies aan de provincie geven. Gemeenten kunnen bij dergelijke besluiten concreet invulling geven aan de rol van beschermheer door te wijzen op lokale belangen.

Overigens is de gemeente niet de enige beschermheer; ook het Ministerie van IenW en de provincies hebben een rol als beschermheer. 

Ad 3. Gemeente als faciliteerder

Gemeenten kunnen drone-innovatie stimuleren door:

  • ruimte te bieden voor experimenten en testlocaties;
  • samenwerking tussen bedrijven, kennisinstellingen en overheden te bevorderen;
  • drones te integreren in mobiliteits- en economische beleidsplannen.

Volledige rapport

Lees het volledige rapport Uitvoeringsanalyse Digital Decade Urban Air Mobility (pdf, 795 kB). In deze factsheet leest u de belangrijkste bevindingen en aanbevelingen uit het rapport.

Welke acties kunnen gemeenten nu al uitvoeren?

Hoewel formele bevoegdheden bij het Rijk, provincies en ILT liggen, raken UAM-ontwikkelingen gemeentelijke taken, met name in de ruimtelijke inpassing van UAM-locaties en in communicatie met inwoners. 

Belangrijke aandachtspunten zijn:

  • Kennisopbouw over wetgeving, techniek en ruimtelijke gevolgen;
  • Samenwerking om expertise en invloed te bundelen;
  • Goede communicatie richting inwoners en bedrijven over verantwoordelijkheden en procedures.

De Europese UAM-regelgeving brengt voor gemeenten vooral een nieuwe advies-, kennis- en coördinatierol, geen directe uitvoeringsverantwoordelijkheid. Gemeenten moeten zich voorbereiden door:

  • kennis te vergroten;
  • samenwerking te zoeken met provincies en Rijk;
  • duidelijke communicatie met inwoners in te richten (in het verlengde van de landelijke communicatie);
  • zorgvuldig af te wegen of eigen drone-inzet wenselijk is.

De nadruk ligt op voorbereiding, samenwerking en kennisdeling, zodat gemeenten goed gepositioneerd zijn bij de implementatie van Urban Air Mobility in Nederland.

Beschikbare documenten en tools

Fora en kennisnetwerken

Benieuwd wat collega’s van andere gemeenten doen? 

Dronenetwerk gemeenten