Laatst bijgewerkt: 25 augustus 2026

De komende jaren moeten zo’n 2,6 miljoen huishoudens over op collectieve warmtesystemen als alternatief voor gas. De Wet collectieve warmte (Wcw), die de huidige Warmtewet gaat vervangen, heeft als doel om de warmtetransitie in met name de bestaande gebouwde omgeving te bevorderen en tegelijkertijd de publieke belangen duurzaamheid, leveringszekerheid en betaalbaarheid beter te borgen.

Het wetsvoorstel is inmiddels aangenomen door de Tweede Kamer en de Eerste Kamer. We verwachten dat de wet op 1 januari 2027 in werking treedt.

Regierol voor gemeenten

De Wcw geeft gemeenten de bevoegdheid om wijken aan te wijzen waar warmtenetten komen en welk warmtebedrijf de warmte mag gaan leveren. Dat draagt bij aan de regierol van gemeenten in de verduurzaming van de gebouwde omgeving, zoals afgesproken in het Klimaatakkoord.

In de wet staat welke procedure gemeenten moeten doorlopen om een warmtekavel te definiëren en het warmtebedrijf publiekrechtelijk aan te wijzen. De VNG is nog in gesprek met het rijk om te borgen dat deze procedure goed aansluit op de aanwijsprocedures in de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie en de Omgevingswet.

Publiek meerderheidsbelang warmtebedrijven

Voor een goede regierol van gemeenten is nog meer nodig. Daarom heeft de VNG zich met succes ervoor hard gemaakt dat warmtenetten voor meer dan 50% in publieke handen moeten zijn. Dat vinden we om de volgende redenen noodzakelijk:

  • De energietransitie als geheel grijpt in tot achter de voordeur. Daarom is draagvlak bij onze inwoners voor deze transitie cruciaal. PBL heeft onderzocht dat warmtebedrijven in publieke handen kunnen rekenen op meer draagvlak.
  • Bovendien moeten we voorkomen dat deze vitale infrastructuur afhankelijk is van commerciële, vaak buitenlandse belangen. Publieke belangen moeten bij besluitvorming voorop staan.
  • Bij collectieve warmte wordt een partij langlopend, tot 30 jaar, aangewezen om warmte te leveren. Dat willen gemeenten doen vanuit een gedeelde maatschappelijke missie, omdat nu niet te voorspellen is wat in 2040 of 2050 de beste contractuele afspraken zijn.

Warmtetarieven

Een ander belangrijk onderdeel van de Wcw zijn de nieuwe tariefregels. Die baseren de warmtetarieven gefaseerd op de werkelijk gemaakte efficiënte kosten en een (vastgesteld) redelijk rendement. Op dit moment zijn de maximumtarieven gebaseerd op de gasrekening van een gemiddeld huishouden (dit wordt de gasreferentie of het principe ‘niet meer dan anders’ genoemd). De nieuwe tariefregels zorgen voor meer transparantie, redelijke prijzen voor de warmtelevering en redelijke inkomsten voor warmtebedrijven. 

Andere onderdelen van de Wcw

De Wcw regelt nog meer zaken die voor gemeenten van belang zijn. Aangezien gemeenten aanwijzen welke wijken overgaan op collectieve warmte, worden zij erop aangesproken als deze nutsvoorziening niet goed geregeld zou zijn.

  • De wet bevat normen om de warmtevoorziening efficiënt te verduurzamen, bijvoorbeeld  over het terugdringen van de CO2-uitstoot en het gebruik van restwarmte
  • De leveringszekerheid is beter geborgd dan in de huidige Warmtewet
  • De consumentenbescherming is daar waar mogelijk aangescherpt, in lijn met de bescherming bij elektriciteit en gas, onder meer met tariefregulering
  • De wet reguleert de derdentoegang, waarmee een warmtebedrijf gebruik kan maken van buizen die een ander bedrijf al heeft aangelegd
  • De wet gaat in op de bronnenstrategie, waarin keuzes worden gemaakt voor warmtebronnen waarmee ook op de lange termijn kan worden voldaan aan de duurzaamheidseisen

Gefaseerde inwerkingtreding

De Wcw treedt gefaseerd in werking. Enkele artikelen zijn al van kracht per februari 2026. Het gaat om de mogelijkheid om een Nationale Deelneming Warmte aan te wijzen, wat inmiddels bij Energiebeheer Nederland (EBN) is belegd.

Het merendeel van de Wcw zal naar verwachting op 1 januari 2027 in werking treden en start met de tariefregulering fase 1. De nieuwe tariefregulering is in fase 1 nog maar een kleine aanpassing op de huidige tariefregulering gebaseerd op een aardgasreferentie. Naar verwachting worden in 2027 de tariefregulering fase 2 en 3 uitgewerkt. Fase 2 zal 2 tot maximaal 4 jaar na inwerkingtreding van de wet in werking treden. 

Wcw eerste stap, maar meer is nodig

Er zijn nu en in de toekomst nog belangrijke keuzes te maken. Nu de wet is aangenomen, blijven ook aanvullend beleid en onderliggende regelgeving nodig om de betaalbaarheid voor bewoners en investeringszekerheid voor warmtebedrijven te garanderen.

Het is van belang dat de nieuwe tariefmethodiek (fase 3) zo spoedig mogelijk wordt uitgewerkt en van toepassing wordt op nieuwe aansluitingen. Dit biedt duidelijkheid aan bewoners en investeringszekerheid aan warmtebedrijven. De tariefstructuur moet een rechtvaardige en betaalbare weerspiegeling zijn van de kosten. Daar waar een warmtenet de laagste maatschappelijke kosten heeft, moet de eindgebruiker dit terug zien in lagere vaste kosten. De aangekondigde prijsgarantie biedt inwoners de zekerheid die zij nodig hebben om te kiezen voor een warmtenet.

Voor warmtebedrijven is een goed werkend en flexibel financieel instrumentarium nodig, zoals een waarborgfonds of garantieregeling, dat garant staat tijdens de risicovolle fase van financiering met een grote diversiteit aan projecten. Daarnaast blijven in deze fase subsidies nodig om warmtenetten betaalbaar te houden. 

Besluit en Regeling collectieve warmtevoorziening 

Het Besluit collectieve warmtevoorziening (Bcw) behorend bij de Wcw is in mei 2026 in voorhang gegaan naar de Eerste en Tweede Kamer en voor zomer 2026 naar de Raad van State gestuurd. Tijdens de voorhang van de Bcw is ook de Regeling collectieve warmte (Rcw) in consultatie gegaan. Deze wordt in de tweede helft van 2026 nog verder uitgewerkt. 

Met het besluit en de regeling worden onder meer de procedure, besluitvorming over de aanwijzing van een warmtebedrijf, vrijstellingen en ontheffingen uitgewerkt en worden regels gesteld over restwaarde, restwarmte, duurzaamheid en leveringszekerheid. Ook wordt met dit besluit de eerste fase van de tariefregulering verder uitgewerkt. Uitwerking van de tweede en derde fase wordt verwacht in 2027.  

Uit gesprekken met toekomstige warmtegemeenten blijkt vooral de praktische toepasbaarheid van de Wet collectieve warmte, het Besluit collectieve warmte, en de Regeling collectieve warmte van groot belang. In onze reacties op het ontwerp Bcw en Rcw vragen we om aanscherping van een aantal punten:

  • We vragen aandacht voor de uitvoerbaarheid van de aanwijzingen, ontheffingen en vrijstellingen van warmtebedrijven en kavels.
  • We doen suggesties om de aanwijsprocedure voor startende warmtebedrijven makkelijker te maken.
  • We vragen op een aantal punten betere aansluiting met het gedachtegoed en vergelijkbare procedures uit de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw).
  • We vragen aandacht voor een zorgvuldige procedure in het geval van problemen met leveringszekerheid. 
  • We vragen om een betere borging dat processen zorgvuldig worden doorlopen, zodat gebouweigenaren een goed geïnformeerd besluit kunnen nemen over de overstap naar een warmtenet.
  • We doen suggesties om schokken in tarieven te voorkomen bij de overgang naar een op kosten gebaseerd tarief, onder andere door ruimte in de regulering voor warmtebedrijven om op vrijwillige basis met kostengebaseerde tarieven te kunnen werken.
  • We stellen voor de beslistermijnen van gemeenten op een aantal punten te verlengen.
  • We vragen aandacht voor het borgen van betaalbaarheid op een aantal punten, met name bij het uitfaseren van de uitstoot van broeikasgassen, maar ook bij een noodgedwongen overstap naar een andere voorziening bij problemen met leveringszekerheid. 

Lees onze consultatiereactie op de Bcw uit april 2024 (pdf, 3,8 MB) en onze consultatiereactie op de Rcw uit augustus 2026 (pdf, 343 kB)

Regulering door de ACM

De ACM werkt op dit moment de regulering uit voor de Wcw. De regulering bestaat uit verschillende onderdelen:

  • Bekwaamheidstoets, financiële monitoring en leveringszekerheid
  • Kostengebaseerde tariefregulering in fasen 1, 2 en 3
  • Nieuwe Regulatorische Accountregels (RAR)
  • Methode voor de eerste Gestandaardiseerde Activawaarde (GAW) voor bestaande warmtenetten

In juni 2026 zijn de nieuwe RAR en de start-GAW in consultatie gegaan. De boekhoudregels gaan in op 1 januari 2027 en geven meer inzicht en transparantie in de opbouw van kosten van collectieve warmte. Dit is nodig om de tariefregulering van de kostengebaseerde tarieven voor fasen 2 en 3 verder uit te werken en inzicht te krijgen in de effecten van de nieuwe tariefmethodiek op betaalbaarheid. De verschillende onderdelen, behalve tariefregulering fase 2 en 3, worden voor het einde van 2026 afgerond. De uitwerking van fasen 2 en 3 staat gepland in 2027. Vanaf 2028, na de eerste rapportages en vaststellen van de nieuwe tariefmethodiek, zullen de effecten inzichtelijk worden.

De VNG heeft in haar inbreng op de consultaties van de RAR en de start-GAW aandacht gevraagd voor

  • Snelle duidelijkheid over de nieuwe regulering
  • Verschillende sporen in de overgang naar de nieuwe tariefregulering waarin onderscheid wordt gemaakt tussen een snelle implementatie voor afnemers van nieuwe warmtenetten en een zorgvuldige overgang voor de afnemers van bestaande warmtenetten.
  • Transparantie in de methoden voor het vaststellen van de start-GAW, zodat gemeenten en warmtebedrijven hiervan zelf een inschatting kunnen maken bij het vaststellen van kavels 
  • Duidelijke demarcatie t.b.v. de objectiviteit bij het vaststellen van de start-GAW
  • De mogelijkheid om te werken met een lager redelijk rendement in plaats van een vast percentage, om meer inzicht te geven in verschillen in financieringskosten en risico’s
  • Aansluiting bij de regulering van elektriciteit en gas waar mogelijk
  • Snelle duidelijkheid over belangrijke keuzes, zoals de afschrijvingstermijnen

Lees onze consultatiereactie op de RAR (pdf, 602 kB) en onze consultatiereactie op de start-GAW (pdf, 745 kB)

Meer informatie over de uitwerking en planning van de regulering vindt u op de website van de ACM. 

Meer informatie